Het kind met de twee vaders

1996-07-12
  • Jaargang 40
  • nummer 14
Hier in Afrika is het gewoon om twee of zelfs meer vaders te hebben. De oudere broers van vader zijn de grote vaders, de jongere de kleine vaders. Van al die vaders tegelijk ben je kind en het geeft nauwelijks problemen. Maar in het huis van Jozef en Maria in Nazaret was het wel een probleem een kind te hebben met twee vaders.

Waar is Vader-in-de-hemel?
Het is niet veel wat we weten van het kind Jezus in Nazaret. Maar we kunnen er wel zeker van zijn dat moeder haar oudste wel heeft toegefluisterd dat hij anders was dan de andere jongens van het dorp, voorzover hij dat zelf al niet had ontdekt; dat vader Jozef toch niet echt zijn vader was omdat hij een zoon van God was. Was het een geheimpje tussen vader en moeder, en het kind? Hoe kun je dat andere kinderen duidelijk maken, laat staan de buurt? Wat moet je met zo'n nieuwtje aan: de oudste jongen van de buren is de aangewezen Messias van Israël? Of hebben de mensen van Nazaret zelf al iets bijzonders ontdekt in het kind? Wanneer is het besef bij Jezus doorgebroken dat hij als zoon van God in de hemel een Vader had, en als zoon van Jozef een aardse? In elk geval behandelde Jozef zijn oudste zoon als elk ander kind. Toen hij een jaar of twaalf was, mocht hij voor het eerst mee naar het Paasfeest, naar Jeruzalem. Of het nu - voor de eerste maal - iets inhield dat wij belijdenis zouden noemen, laten we in het midden. Maar wat moet er in het kind zijn omgegaan! Geen mens op aarde kan invoelen hoe de band met Vader van boven getrokken moet hebben. Het was natuurlijk gevaarlijk naar Judea te gaan. Tenslotte hadden Jozef en Maria zich niet in Judea in Bethlehem mogen vestigen vanwege de zoon van de tiran die een nog wreder man was dan zijn vader (Matth. 2:22) Maar voorzichtigheid sluit gehoorzaamheid aan de wet niet uit.
Eenmaal per jaar slaat de klok van het Paasfeest en daar ontbreken wij niet, zegt vader Jozef. En hij denkt bij zichzelf: hij mag een bijzonder kind zijn, ik voed hem op als een doodgewone Israëliet. Jij, Jezus, gaat met ons mee.
Vanwege het gevaar zingen we dan maar eens een extra maal Psalm 121. Wat moet in het kind zijn omgegaan om nu eindelijk in het huis van die andere Vader, de echte, te mogen zijn in de tempel. Daar zal hij echt thuis zijn. Daar thuis bij Vader zal hij meer aan de weet kunnen komen over het werk dat wacht, waarvan vader Jozef geen weet heeft.

Gevonden
We gaan aan het drama van het verloren kind voorbij. En we kijken niet vanuit onze westerse individuele gezinsstructuren met wat bevreemding naar die ouders die toch maar een hele dag niet wisten waar hun kind was. Dat gaat in oosterse gemeenschappen wat anders toe. Maar we zien Jezus zitten temidden van de wetsieraars in de tempel. Waar hij naar hen zit te luisteren en zijn vragen stelt; vragen in verband met zijn eigen geheim; vragen over de messias-
verwachting en diens werk. Zou hij toen al geweten hebben dat hij het was die aan het hele Paasfeest een eind zou maken door het als laatste Paaslam te vervullen? De leraars stonden perplex over zijn antwoorden en vragen. Hoe dicht waren ze bij de vervulling van de wet zonder het te weten, daar in dat Kind! Hier is Jezus thuis; hier bij de morgenoffers, het gebedsuur, de klaagzangen van het verdrukte volk dat op de Messias wacht. Hier wil hij niet meer weg. Hoor, wat zegt die priester die daar uit de tempel komt? Hij legt de zegen van mijn Vader op het volk. Van die andere vader begint hij nu te vergeten. Hier begint hem ook iets van zijn werk duidelijk te worden waartoe hij eens geroepen zal worden; kijk hem zitten luisteren naar de profetenkenners. Toch zal zijn exegese wat anders zijn dan die van de leraars, want hier zit de Zoon van God die de Schrift van God van binnenuit verstaat. Het juicht in hem: ik heb mijn Vader gevonden. Totdat daar twee ontstelde mensen voor hem staan, opgelucht en verontwaardigd tegelijk. Kind, wat heb je nu uitgehaald? Vader en ik waren zo bang. We hebben je overal gezocht. Maar ze spreken een taal die hij nu maar moeilijk meer kan verstaan. Vader? Ik ben immers thuis hier bij Vader? En zacht verwijtend: waarom zoekt U mij? Wist U dan niet dat ik moet zijn waar mijn Vader is? Maar ze begrijpen niet wat hun kind zei. Hoe zouden ze het ook kunnen hebben verstaan? Maria heeft het wonder van de Heilige Geest die over haar kwam - zo werd het toch gezegd? - nooit kunnen begrijpen. Moet vader Jozef die zoveel voor het kind heeft gedaan en opgeofferd, zó aan de kant worden gezet? Alles wat ze kon doen, was om dit hele moeilijke moment diep in haar hart weg te sluiten. Vader en ik, had ze gezegd. Toen zei hij: mijn vader alsof hij het over een andere had. Heeft hij dan twee vaders?

Verloren
Het moet een lange moeilijke weg voor Jezus geweest zijn. Het staat er heel omslachtig in het verder zo korte verhaal: "en hij ging met hen terug en kwam te Nazaret en was hun onderdanig". Zo moeilijk! Nu raakte hij zijn Vader weer kwijt. Nu moest hij het weer doen met Jozef die wel wist van het Messiaanse geheim maar er niets van begreep. Hij was hun onderdanig. Naarmate het Kind in zijn Messiaanse geheim ingroeide, viel het hem zwaarder te gehoorzamen hem die zijn vader toch niet was. Tegenwoordig zou men graag van een jeugdtrauma spreken maar wie zonder zonde is kan wel schrikkelijk lijden zonder dat het tot een trauma komt. Zo wilde God het. Die zijn vader niet was, hém onderdanig zijn alsof hij het wel was. Zo moest hij de mensen gelijk worden in hun onderling onbegrip, geharrewar en onenigheid van thuis. Hij had de liefde van zijn Vader in Jeruzalem geproefd maar moest Hem opgeven voor de dorpse vader Jozef. Toen al begon het in hem te knagen: mijn Vader, mijn Vader, waarom hebt U mij verlaten; waarom moest ik U verlaten om te leven tussen die mij niet begrijpen? De eenzaamheid van Getsemane begon al in Nazaret. "God en de mensen hielden steeds meer van hem" (Anne de Vries-vertaling). God de Vader hield steeds meer van hem naarmate Jezus Hem meer miste en Jozef meer onderdanig was. Geen wonder dat ook de mensen van Nazaret van zo'n jongen hielden. Jozef kon het heel wat slechter getroffen hebben. De wat vreemde jongen is niet eens eigenwijs! We moeten niet de kant uit van het verhaal van de twaalfjarige Jezus als gehoorzaamheidsmodel te hanteren. Daarvoor zijn wel andere boeken te vinden. Ik denk dat onze oude Catechismus ons op een juist spoor zet. Want als het waar is dat naar antwoord 37 door zijn heilige ontvangenis en geboorte de zonde waarin wij ontvangen en geboren zijn bedekt is, dan is even waar dat door zijn heilige jeugd in Nazaret temidden van wanbegrip in de familie onze huiselijke zonde van onbegrip en misverstand tussen kinderen en ouders bedekt wordt. Niet slechts Uw verzoenend sterven maar ook Uw verzoenend leven blijft het rustpunt van mijn hart.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief