De gazellen
1996-07-12
Een kort verhaal van Jeannette Westerkamp-Stegeman, over gazellen en gezelligheid.- Jaargang 40
- nummer 14
Op een dag dartelde een groepje gazellen over de savanne. Wat de oorzaak was of de aanleiding en wie er was begonnen, wisten ze geen van allen meer, maar plots was het een dolle vlucht geworden, van hier naar weet-ik-waar.
Aanvankelijk was het heerlijk voor allemaal om zo eens als een gek te rennen, maar na even werden ze moe.
"Jullie moeten je door mij niet op laten jagen hoor", zei een van het groepje tegen haar met-gazellen. Ze had, ondanks het rennen, kunnen nadenken en had zelfs nog adem voor een opmerking. "Nee hoor", hijgden de anderen, toch wel blij dat een van hen min of meer de verantwoordelijkheid op zich nam. "Worden jullie niet moe?", vroeg de eerste gazelle weer.
"Nee hoor", hijgden de anderen en voort ging het. De nadenkeride gazelle pijnigde haar hersentjes af. Wat was hier aan de hand? Zij werd moe, het hart klopte haar in de keel en ze was er vrij zeker van dat ook de anderen moe waren geworden. Toch bleven ze maar door hollen. "Ze zijn wel moe", dacht de gazelle, "Ze liegen het gewoon dat ze niet moe zijn. Of zou ik me gewoon aanstellen? Of zou ik misschien eerder moe zijn dan zij omdat ik ondertussen na probeer te denken?" "We moeten nu maar stoppen", zei ze toen hardop en begon een beetje langzamer te lopen. "Kom op", moedigden de anderen haar aan, "we zijn er bijna." "Waar?", vroeg ze, "Spaar je adem toch kletskous", en verder ging het en haars ondanks zette de gazelle de gang er maar weer in. "Dit is te gek", dacht ze toen even later het hart haar in de keel bonkte.
"Waarom stoppen we niet? Dit is echt te gek", en ze pijnigde haar hersentjes af om iets te bedenken dat de anderen tot omkering zou brengen. Plots, toen ze werkelijk op instorten stond, daagde er in haar hoofdje een vreemde klaarheid, die ze tot dan toe alleen kende van het moment waarop ze oog in oog stond met de dood, meestal in de gedaante van een leeuw. "Waarom sta ik niet stil?", dacht ze en ongemerkt week ze al uit naar de kant van het groepje. Onmiddellijk namen haar krachten af, de macht van de groep was gebroken, haar eigen moeheid won. Ze vertraagde en vertraagde - in een keer stilstaan is natuurlijk gekkigheid - en zag de groep in de verte verdwijnen. Verbeeldde ze het zich, of begonnen ze toch ook langzamer te lopen?
Ze was alleen en het werd haar wonderlijk te moede, want dat zie je niet veel: een gazelle alleen. "In ieder geval ben ik nu wel bij mezelf", zei ze hardop. Het hielp een heel klein beetje. Ze liep wat rond tot haar hartje tot rust was gekomen en keek toen om zich heen. Wat zou ze doen? Op dat moment zag ze haar vriendinnen aan komen.Ze liepen niet meer zo hard, het was meer een sukkeldrafje. ,,0. Was je hier?", vroeg degene die het eerst bij haar was. "Wat deed je nou, we maakten ons ongerust." "Ik was zo moe", zei de gazelle. "Ja, wij ook", sprak een ander namens hen allen. "Gek he, ik kon gewoon niet stilstaan."
"Ik wei", zei de gazelle, die nu als enige kon praten zonder vreselijk te hijgen. "Knap hoor", hijgde een ander. "Ik zou het niet kunnen." "Waarom niet?", vroeg de uitgeruste gazelle, "Ik kon het toch ook? Ik moet wel toegeven dat het me moeite kostte, maar kijk eens, nu staan jullie allemaal stil." Even zei niemand iets. Je hoorde alleen het hijgen. "Ja, als we allemaal stilstaan, dan is het gemakkelijk. Maar in je eentje stilstaan ... ik kan dat gewoon niet. Het is niet... het is gewoon niet ... gazellig."