Geloof en doemdenken
1996-07-12
Het doemdenken- Jaargang 40
- nummer 14
Het merendeel van onze lezers heeft ongetwijfeld bewust de jaren zestig meegemaakt. In deze jaren heerste een ongebreideld vertrouwen in de mogelijkheden van de mens om de toekomst in eigen hand te nemen. In tegenstelling tot het voorgeslacht dat nagenoeg alles verkeerd had gedaan, zouden we nu eens laten zien dat de mens in staat was een leefbare samenleving en een bewoonbare aarde tot stand te brengen. Als wij het maar wilden en ons ervoor inzetten, kon er, zo dacht men, een wereld komen zonder dwang, wederzijdse bedreiging, onderdrukking, onrecht, uitbuiting, armoede, discriminatie en onvrijheid. Als de grote voorbeelden van hoe het niet moet golden het optreden van de Amerikanen in Vietnam, de apartheid in Zuid-Afrika en het bezit van kernwapens, zaken waartegen dan ook oud en jong, maar vooral jong, te hoop liep.
Reeds destijds ging dit grenzeloze optimisme echter gepaard met uiterst pessimistische toekomstverwachtingen, waarvoor zelfs een nieuw woord in de mode kwam: doemdenken. Er werd een lied gemaakt en gezongen op de 'derde wereldoorlog'. De 'club van Rome' kwam met zijn sombere voorspellingen aangaande het uitgeput raken van de energiebronnen. De eerste waarschuwingen klonken dat het milieu zodanig vervuild raakte, dat het hele leven op aarde erdoor bedreigd werd. AI deze onheilspellende geluiden moesten echter dienen - en waren ook uitdrukkelijk zo bedoeldom ons wakker te schudden en in beweging te brengen: "Het is nog niet te laat. We mogen ons niet overgeven aan doemdenken!"
Ondertussen is er wel het een en ander veranderd. De optimistische verwachtingen van de jaren zestig zijn niet, of slechts zeer ten dele, uitgekomen. De Nederlandse samenleving - om die als voorbeeld te noemen - is wellicht in bepaalde opzichten leefbaarder geworden, maar de criminaliteit is onrustbarend toegenomen. Drugsverslaving, vóór de jaren zestig in ons land nauwelijks bekend, is uitgegroeid tot een onbeheersbaar maatschappelijk kwaad. Het netwerk van menselijke relaties, onder andere die tussen mannen en vrouwen en ouders en kinderen, is ontaard in een structuurloze chaos. Op wereldschaal is de dreiging van een mogelijke oorlog met kernwapens gelukkig afgenomen, maar ervoor in de plaats gekomen zijn werkelijke oorlogen die, hoewel met 'conventionele' wapens uitgevochten, van onvoorstelbare wreedheid en gruwelijkheid zijn. Grote groepen mensen worden beheerst door religieus fanatisme dat geweld niet schuwt en zonodig tot zelfmoordacties overgaat. De wereldwijde milieuproblematiek schijnt ondanks alle conferenties en fraaie verklaringen onoplosbaar.
Nog steeds worden we opgeroepen om aan al dit kwaad wat te doen, maar de toon is anders geworden dan die van de jaren zestig. Er is meer nuchterheid: onze mogelijkheden om werkelijke veranderingen tot stand te brengen blijken beperkt. Het doemdenken komt minder uit de verf dan destijds (overigens vooral doordat het bestreden werd), maar het is ondergronds overal aanwezig. Van grootse visioenen over een 'leefbare wereld' merk je niet zoveel meer. Het idealisme van thans richt zich vooral op het lenigen van plaatselijke nood en niet zozeer op de wereld als geheel. Bij velen is trouwens van idealisme nauwelijks sprake meer. Men sust zijn geweten met een meer of minder royale gift aan hulpacties en tracht verder zoveel mogelijk van het leven te genieten, onder het motto van: 'Na ons de zondvloed'.
Dit is het eerste gedeelte van een artikel, dat dr. R. Fernhout uit Daarle schreef in: 'PRO ECCLESIA' - v/h 'KERKBLAADJE - Orgaan van de Stichting Vrienden van Dr. H.F. Kohlbrugge. Wij mogen ons nooit overgeven aan een vorm van doemdenken, maar moeten ons ook wachten voor wilde toekomstdromen waarin onze eigen geest zich sterk maakt en niet de Heilige Geest werkzaam is. Wij zijn dwars door alles heen op weg naar een heerlijke toekomst! Dat geloof hield aartsvaders als Abraham, Izak en Jakob destijds op de been. Hun pelgrimage richtte zich op de stad van de toekomst, de stad met DE fundamenten, met de vaste grondslagen, het nieuw Jeruzalem waarover Openbaring 21 zo schoon spreekt. Zij klampten zich vast aan Gods concrete belofte. En het belovend spreken van de HERE is ook voor ons als kinderen van het Verbond vandaag het uitgangspunt voor de beschouwing van de ontwikkeling van het wereldgebeuren.