Verantwoordelijkheid in afhankelijkheid (2)

1997-05-30
  • Jaargang 41
  • nummer 11
In mijn vorige artikel bracht ik naar voren dat de HERE ons voor wat betreft de inrichting van het leven, ook het kerkelijke en christelijke leven, veel meer in ‘eigen’ beheer heeft gegeven, dan wij beseffen. Bewust zette ik het woordje eigen tussen aanhalingstekens, om het misverstand te voorkomen, dat ik de HERE en Zijn Woord zou willen buitensluiten. Integendeel, ik doelde met ‘eigen’ beheer op een verantwoordelijkheid die wij 1. Van de HERE hebben ontvangen en 2. In biddende afhankelijkheid van Hem hebben uit te oefenen. Toch ligt in het woord verantwoordelijkheid besloten, dat wij een bepaalde mate van vrijheid hebben ontvangen. Dit artikel wil ik deze gedachte verder onder- en uitbouwen door in te gaan op de betekenis van de ‘wijsheid’ in de bijbel.

Eén van de hele mooie en leerzame kanten van de Heilige Schrift is de aanwezigheid van de wijsheid. Bij 'wijsheid' denken we natuurlijk allereerst aan de boeken Job, Spreuken en Prediker, de zg. wijsheidsliteratuur. Maar ook elders is de wijsheid in de Schriften te vinden. Om daarvan één typerend voorbeeld te geven: Jethro, de priester van Midjan(!), de schoonvader van Mozes, geeft hem de raad (een woord dat kenmerkend voor de wijsheid is) om niet alle rechtszaken zelf te behandelen, maar de kleinere zaken te delegeren. Een boeiend voorbeeld, omdat het helpt de wijsheid enigszins te plaatsen. Wijsheid heeft te maken met het bestuur en het beheer van de wereld in de breedste zin van het woord. Tegelijk blijkt uit dit voorbeeld dat de wijsheid iets grensoverschrijdends heeft, iets universeels. Jethro immers is een Midjaniet ...

Afhankelijkheid
Vragen we ons af wat wijsheid is, dan helpt de omschrijving die ds. F. van Deursen heeft gegeven ons verder: "Wijsheid is de kunst om doelmatig te leven in de vreze des HEREN. Naar de orde die Hij in Schrift en schepping heeft geopenbaard. Tot ons eigen welzijn.'"
In deze omschrijving zitten een heleboel elementen, die wezenlijk zijn voor de bijbelse wijsheid. Om te beginnen staat de bijbelse wijsheid niet ten dienste van het denken, maar van het leven. Ds. Van Deursen spreekt ook wel over levenswijsheid, 'de know-how van het leven'. De wijsheid houdt dus direct verband met datgene waarmee wij ons in deze artikelen bezig houden: de inrichting van het leven, het maatschappelijke leven, het christelijke leven.
Letten we vervolgens op de manier waarop de wijzen van Israël zochten naar de juiste inrichting van hun leven, dan laat die zich heel goed typeren met de woorden die boven dit artikel staan: verantwoordelijkheid in afhankelijkheid.
Eerst iets over de afhankelijkheid: De wijze is de mens die zeer intens leeft voor het aangezicht van de levende, de sprekende God. Het uitgangspunt van de wijsheid is de vreze des HEREN, het heilige ontzag, de eerbiedige schroom voor God, de Schepper, de Hoogheilige, de Rechtvaardige Die alles ziet. De wijze leeft uit dé Wijsheid, Gods eeuwige Wijsheid (Spr. 8). Dit is van fundamentele betekenis voor de weg die hij inslaat; wie God vreest, gaat voor de gerechtigheid leven, voor goede, zuivere verhoudingen met de medemens, hij gaat het léven dienen, het heil van de naaste.

Verantwoordelijkheid
De wijze leeft dus van een Wijsheid, die boven hem uitgaat, die eeuwige wortels heeft. Hiervan is hij afhankelijk.
Toch, ondanks deze afhankelijkheid, houdt hij zijn eigen verantwoordelijkheid.
Van de HERE gaan de principes ten leven uit. Maar hoe vertaal je die in de praktijk? Om dát te ontdekken, is je volle inzet vereist. Daarvoor moet je weten hoe het in het leven werkt. Als ik dit of dat doe, dit of dat zeg, me in die of die kring begeef, dien ik daarmee de gerechtigheid, het heil van mezelf, de naaste? Dat kom soms heel subtiel liggen en daarom is het nodig dat de mens op de speurtocht naar levenswijsheid al zijn zintuigen én zijn verstand optimaal gebruikt. De mens krijgt het leven niet op een briefje. Naar wijsheid zal hij moeten zoeken als naar zilver, naar haar speuren als naar verborgen schatten (Spr. 2:4). In de wijsheid wordt de mens met zijn mogelijkheden dus niet uitgeschakeld, maar voluit door de HERE ingeschakeld.

Observeren en concluderen
Wat ik bedoel laat zich illustreren met talloze voorbeelden. Neem bijv. Spr. 24:30-34, een waarschuwing tegen de luiheid en de gemakzucht, een indirecte oproep om trouwen zorgvuldig je werk te doen. De spreukendichter vertelt van een ervaring, die hij opdeed. Eens zag hij de totaal verwilderde akker van een lui mens. Hij trok daar lering uit: "Nog even slapen, nog even sluimeren, nog even liggen met gevouwen handen. Daar komt uw armoede aangelopen en uw gebrek als een bewapend man!"
In zo'n ogenschijnlijk simpel schriftdeel vinden we een aantal kenmerkende trekken van de wijsheid terug. Allereerst speelt in de wijsheid de observatie, het waarnemen een belangrijke rol.
De wijze geeft zijn ogen en oren buitengewoon goed de kost. De wijze observeert zijn medemensen, kijkt hoe het werkt in de wereld. AI die indrukken verzamelt hij. Indrukken uit Gods schepping (1 Kon. 4:33), maar ook waarnemingen omtrent het menselijk gedrag en het effect daarvan. En dan trekt hij uit die waarnemingen conclusies, hij komt tot een slotsom en legt die vast in een spreuk. Dat kan een spreuk zijn waarin spot doorklinkt, zoals hierboven. Het kan ook ogenschijnlijk neutraler: "Rijkdom brengt veel vrienden aan, maar een arme wordt door zijn vrienden verlaten."
(Spr. 19:4) Een in woorden vastgelegde waarneming, tegelijk een spiegeltje dat ons voorgehouden wordt: wat bezielt ons mensen? En, wat voor een vriend ben ik? Vaker bevat een wijsheid een directe raadgeving: "Een zacht antwoord keert de grimmigheid af, maar een krenkend antwoord wekt de toorn op." Zo is wijsheid een stuk gestolde levenservaring, ten dienste van de gerechtigheid, Gods gerechtigheid, het leven.

Oog voor het eigene
In de praktische en concrete aard van de wijsheid ligt ook besloten, dat de wijze, bij het nemen van zijn beslissingen sterk situatiegevoelig opereert. In ogenschijnlijk sterk overeenkomende situaties kunnen zjjn beslissingen daardoor toch verschillend uitvallen. Heel pregnant komt dit tot uitdrukking in Spr. 26: 4 en 5, waar staat: "Antwoord een zot niet naar zijn dwaasheid, opdat gijzelf hem niet gelijk wordt. .Antwoord een zot naar zijn dwaasheid, opdat hij niet wijs zei in eigen oog." Terecht zegt Dr. L.A. Snijders bij deze verzen, "dat de gezegden der wijzen geen tijdloze, algemene waarheden zijn of absolute regels, maar milieugevoelige, situationeel bepaalde uitspraken. Er is niet alleen wijsheid nodig om een ervaring of een aanbeveling te formuleren, maar ook om deze te rechter tijd op de goede plaats uit te spreken of toe te passen."
Een wijs mens weet ook dat niet alles in Gods schepping op dezelfde wijze benaderd kan worden. Alles in Gods schepping heeft z'n eigen aard, alles heeft zijn eigen functie en wetmatigheid.
En daarmee moet je rekening houden. "Dille wordt toch niet met de dorsslede gedorst en over de komijn rolt men geen wagenrad, maar dille wordt met de stok uitgeklopt en komijn met een roede" (Jes. 28:27; verg. Ps. 104:14-23).
De wijze heeft dus oog voor het eigene, het bijzondere van elke situatie, elk mens, elk dier.

Onderkoning op aarde
Van groot belang is, dat de wijsheid in de Schriften geen zwerfsteen is, geen 'Fremdkörper', maar volkomen op haar plaats, omdat ze verankerd is in de wijze waarop de HERE God de mens gemaakt en bedoeld heeft. We stuiten hier op een lijn, die vanaf het begin door de Bijbel loopt. Het is de lijn van de mens die geschapen is naar Gods beeld en als zijn gelijkenis, opdat hij zal heersen over de aarde en haar onderwerpen. Van de mens die geroepen is Gods schepping te bewerken en te bewaren. Van de mens die daartoe is toegerust met alle gaven en capaciteiten.
Van de mens tot wie de Schepper alle dieren brengt, om te zien hoe hij ze noemen zou. Van het mensenkind - wie is hij, dat God naar hem omziet!? - dat niettemin door de HERE bijna goddelijk is gemaakt! Immers: "De hemel is de hemel van de HERE, maar de aarde heeft Hij aan de mensenkinderen gegeven." (Ps. 115:16).
Een lijn overigens, die in het Nieuwe Testament niet afbreekt, maar zelfs vervuld wordt als staat geschreven, dat wij in Christus een koninklijk priesterschap zijn. Meer, veel en veel meer zou er nog over de wijsheid gezegd kunnen worden. In dit verband gaat het er vooral om, dat die tweeslag van verantwoordelijkheid en afhankelijkheid er krachtig door bevestigd wordt.

Weg bij het biblicisme
Wat heeft dit alles te betekenen voor de wijze waarop wij het leven inrichten en de plaats die de vele concrete bijbelse voorschriften daarin krijgen? In dit artikel wil ik de resterende ruimte gebruiken om één aspect te benadrukken, me er volkomen van bewust, dat ik eenzijdig en niet compleet ben ...
Het karakter van de oudtestamentische wijsheid bevestigt, dat we door de Bijbel niet op het spoor van het biblicisme worden gezet. Laat me over het woord 'biblicisme' iets meer zeggen. Daaronder versta ik een omgang met de bijbelse voorschriften, waarbij de menselijke verantwoordelijkheid sterk geminimaliseerd wordt. Het enige wat de christen heeft te doen is exegetiseren en vervolgens het resultaat van de exegese als Gods wil ten uitvoer te brengen. 'Bijbels' houdt in: als je ergens maar een tekst voor hebt, zit je op het goede spoor. Het biblicisme schakelt de mens met zijn denken, beleven en ervaren dus niet in, maar uit. Van de wijsheid leren we, dat er ook een andere invalshoek mogelijk is, die wel anders bijbels is, maar naar mijn volle overtuiging niet minder bijbels, misschien zelfs meer bijbels.
Het uitgangspunt van de wijsheid is de vreze des HEREN. Het doel is de gerechtigheid, Gods heil. En met het oog daarop wordt de mens als een verantwoordelijk wezen met al zijn mogelijkheden ingeschakeld om een Gode welgevallige weg door het leven te vinden, die hemzelf, de naaste, en Gods schepping tot heil is. Hiermee is het kader aangegeven waarbinnen de mens heeft te functioneren; hiermee is tegelijkertijd de ruimte aangegeven waarbinnen hij zich mag bewegen. .

Alternatief
Eigenlijk zou ik deze benadering als alternatief voor het biblicisme naar voren willen schuiven. Het is hier, dat ik wil terugkomen op de man-vrouw verhouding. Juist dit vraagstuk brengt het problematische van het biblicisme aan het licht. Wat immers is normaliter de aanpak van orthodox-kerkelijk Nederland? Enkele weleerwaarde en weledelzeergeleerde heren begeven zich in het laboratorium van de exegese.
Terzijde, persoonlijk voel ik me in dat laboratorium enorm thuis! Na diepgaand en minitieus Schriftonderzoek trekken zij vervolgens in meer of minder breedvoerige verhandelingen hun conclusies. Ja, zeggen sommigen, het is bijbels om de vrouw (actief) stemrecht te verlenen. Nee, zeggen anderen, dat is het niet. Ja, er zijn teksten op grond waarvan we vrijmoE'dig de vrouw in het ambt van diaken kunnen toelaten Nee, die teksten zijn er niet. Ja, de vrouw is verplicht haar hoofd te bedekken. Nee, dat is zij niet.
En: De onderdanigheid van de vrouw is beperkt tot het huwelijk, daarbuiten hoeft zij de man niet onderdanig te zijn. Nee, de onderdanigheid van de vrouw raakt ook haar maatschappelijke positie. En dan zijn er ook nog de grote exegetische raadsels - waarover inmiddels meters literatuur gepubliceerd zijn -, als de relatie tussen 1 Cor. 11:4 en 5 en 1 Cor. 14:34. En de één leest het eerstgenoemde vers in het licht van het tweede en de ander doet het andersom en daarvan hangen dan onze beslissingen af. Zal dit gemanoevreer op de vierkante millimeter echt de door onze HERE gewezen weg zijn? Ik geloof van niet. Op verschillende manieren worden we door de Schriften zélf genodigd om minder gefixeerd op de concrete bijbelse voorschriften te zijn. Wat wel? Houd de HERE God en Zijn Woord en zijn doel met de mens permanent voor ogen.
Beluister ontvankelijk elk bijbelvers, elk relevant concreet voorschrift. Besef tegelijkertijd, dat je onderkoning bent op aarde. Geef daarom je ogen en oren goed de kost en gebruik je verstand.
Neem in ogenschouw hoe het werkt, hoe jouw situatie is. Bid om wijsheid (Jac. 1:5 w). Beklop de structuren van de aardse werkelijkheid, observeer, argumenteer en concludeer en neem dan een beslissing waarvan je met een eerlijk geweten kunt zeggen, dat de gerechtigheid ermee gediend is.

Ander vragenveld
, Bewandelen we dit spoor, dan komen we, ik spreek nog steeds over de manvrouwverhouding, ineens in een heel ander vragenveld terecht. Momenteel is het vragenveld vooral exegetisch.
Ten overvloede, dit is het absolute basiswerk. Maar er zijn ook andere dan exegetische vragen, die eveneens heel relevant zijn. Vragen die roepen om een verwerking van de ervaringen die wij met de veranderde man-vrouwverhouding hebben opgedaan. Open vragen, eerlijke vragen, die naar twee kanten toe gesteld worden. In de richting van het klassieke rolpatroon: Is/was dat altijd heilzaam?
Dient/diende het het heil van man én vrouw? Is er geen winst gelegen in de ruimte die mannen en vrouwen in onze samenleving krijgen om 'naar hun eigen aard' te functioneren? Zouden juist wij, die geloven dat God, de Schepper, Geest aan mannen en vrouwen zijn/haar bepaalde gaven gegeven heeft, er geen goed woordje voor moeten doen dat die tot hun recht komen?
Is het niet zo, dat zusters in de HERE bepaalde eigenheden kunnen hebben, die het diakonale, pastorale en andere ambtelijke werk ten goede kunnen komen?
Omgekeerd leert de wijsheid ons de volgende vragen te stellen in de richting van een sterk op de emancipatie van de vrouw gerichte benadering. Is het gezond en heilzaam, dat vrouwen vanwege hun baan het krijgen van kinderen steeds langer uitstellen? Is het hoofd-zijn van de man niet dieper in de schepping gelegd dan we soms willen weten? Waar is binnen de gezinnen nog de full-time aandacht die nodig is voor de opvoeding? Wordt het vrijwilligerswerk, en het kerkelijke werk in deze samenleving niet het kind van de rekening? Zomaar wat open vragen, een losse en niet al te goed doordachte greep uit de trommel. Ze dienen vooral als illustratie van de mogelijke vragen, die aan de orde kunnen komen, als we op de wijze van de wijsheid over de man-vrouw verhouding nadenken.
Het waardevolle van deze benadering is m.i, dat iedereen aan het gesprek dat je op basis van deze vragen over de omgang van man en vrouw hebt, en over hun rol in gezin, kerk en samenleving, kan meedoen. Het mooie is, dat het gesprek midden in het leven komt te staan en zeker aan diepgang wint.

Een volgende keer hoop ik opnieuw op de omgang met de bijbelse voorschriften in te gaan. Heel wat vragen immers zijn blijven liggen.

Noten
1. In Spreuken. De Voorzeide Leer Deel
1'. Barendrecht 1979. pg. 52
2. In Spreuken. Tekst en Toelichting. Kampen 1984. pg. 166

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief