Kruimels van de tafel

1997-05-30
  • Jaargang 41
  • nummer 11
Een machtige broer Als Maria Magdalena zich vooroverbuigt, ziet ze in Jezus' graj twee engelen.
Engelen zijn als neon-lichten: ze jlitsen aan en uit. Voor Petrus en Johannes waren ze niet nodig geweest. De windsels in het graj gaven hun voldoende licht over wat er gebeurd was.
Maar Maria heeft extra licht nodig.
Daaromjlitsen voor haar de engelen weer aan. En ze vragen: mevrouw, waarom huilt u? Omdat ze mijn Heer weggenomen hebben, antwoordt Maria.
Maar dat is huilen om niets, want Jezus is niet weggenomen. Maria heeft zich vastgebeten in een idee fixe. En een waanidee sluit iemand aj voor de waarheid.
Jezus vinden vanuit een waanidee is dan ook onmogelijk. Zeljs al sta je dan bovenop Hem. dan herken je Hem nog niet. Alleen als Jezus zeljje waanidee aan jlarden scheurt, herken je Hem Dat doet Hij bij Maria door haar naam te noemen. Daardoor vallen de schellen haar van de ogen. Mijn Meester, zegt ze. Ze heeft Jezus terug en wil Hem voor altijd bij zich houden. Daar zit iets heel moois in. Wie echt van iemand houdt, wil hem oj haar graag bij zich in de buurt hebben. Maria hield meer van Jezus dan van wat ook. Dat is prachtig.
Maar ze moet nog leren dat ze Hem niet moet tegenhouden in zijn werk. Ze zou dit moment wel voor altijd willen bevriezen.
Maar zo zou ze Hem in zijn werk belemmeren.
Van pogingen om Christus in te kapselen voor eigen gebruik komen we alleen maar los, als we met Hem gaan meewerken en zijn boodschappers worden.
Maria moet doorgeven dat Christus zijn werk weer heeft hervat. Boodschap dat aan mijn broeders, zegt Jezus. De opgestane Heer noemt ons zijn broers. Is dat niet geweldig? We hebben een machtige Broer.

M.R. van den Berg, Groningen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief