De grondslag van onze zekerheid

1997-05-30
  • Jaargang 41
  • nummer 11
Kunnen we de Bijbel betrouwbaar achten? Wat is het ‘klassieke’ Christelijke verstaan van de Bijbel en komen we daarmee wel ver genoeg? Moeten we het werk van Nico ter Linden daarom niet veel positiever beoordelen dan ik deed in mijn recensie van november j.l.? Dat zijn zo wat vragen die br. Van der Ploeg me al weer even geleden voorhield en die ik, zoals gezegd, wat voor me uit heb geschoven, in de hoop meer tijd te hebben om ze goed te doordenken en mijn antwoord beter te onderbouwen. Overigens herhaal ik mijn menig dat er in onze kring mensen zijn die op dit punt veel deskundiger zijn dan ik zelf.
Bij de vraag naar de historiciteit van de Bijbel heb ik in het vorige artikel de voor mij onderste steen laten bovenkomen, wat betreft de betrouwbaarheid van de Bijbel. De Here Jezus zelf spreekt over de inhoud van de Schrift (voor ons ’t Oude Testament) als ‘historisch’. Toch is er meer van te zeggen.


Hoe 'historisch' is de slag bij
18S1IllS?
Hoe kunnen we eigenlijk de historiciteit van enige gebeurtenis in b.v. de Oudheid vaststellen? Op welk gezag nemen we aan dat de slag bij Issus (333 v.
Chr.) ooit gevoerd is en dat bij dat massale treffen inderdaad Alexander de Grote de numeriek verre superieure Perzen verslagen heeft? Ik veronderstel door op het slagveld in de loop der tijd tienduizenden schedels/geraamten van gesneuvelden op te ploegen. Dan moet je echter de locatie van het slagveld wel zeker weten. (Iets ten Noorden van de net nog Turkse stad Antakya, het bijbelse Antiochië.) Belangrijker nog: het Hellenisme, de verspreiding van de Grieksep,L!Jtuur in het Midden-Oosten is onmogelijk zonder die overwinning! Als we in Israëls geschiedenis vernemen van de strijd van Makkabeeën tegen de Seleuciden, heidense Griekssprekende machthebbers die in Syrië resideren, dan is die situatie als zodanig alleen te verklaren uit de veronderstelling dat a.
Alexander de Grote een historisch persoon is en b. inderdaad de Perzische legers heeft verslagen. Als we de Griekse cultuur en taal tegenkomen in de Dekapolis, de Tienstedenbond waartoe Gerasa, Gadara en Pella behoorden, is dat ook een (wellicht indirect) bewijs, of aanwijzing, voor de juistheid van het bericht van Alexanders bestaan en overwinning. Nog veel meer zou hier aan te voeren zijn. Op vergelijkbare wijze moet men ook met het bestaan van Julius Caesar omgaan, of Djenghis Khan of Napoleon. Zijn er concrete aanwijzingen voor hun bestaan? Kunnen we ergens iets 'toetsen'?
Maar nu de vraag: hebben de Aartsvaders bestaan, of Mozes, of Gideon, David, Salomo, Jesaja, Jeremia, Daniël, Ezra, Nehemia, Tiglat Pilezer, Nebukadnezar of Farao Necho? Zijn de Hittieten een historisch volk en hebben de Filistijnen echt bestaan, met hun vijf steden? Veel van die vragen zijn (al of niet bewust) aangepakt door b.v. de Archeologie. Wat heeft die wetenschap nu aan argumenten pro en contra de historiciteit van personen en culturen te zeggen? Dan heb ik het niet over 'bewijzen', maar over 'aanwijzingen'.
Ook hier moeten we volmondig beamen dat 'de allerlaatste antwoorden' zeker niet zijn gegeven (en vermoedelijk ook nooit te geven zijn!). Juist in de twintigste eeuw is echter onvoorstelbaar veel boven water (of boven de grond) gekomen (letterlijk!) dat onze kijk op 't leven in de Oudheid drastisch heeft veranderd of bijgesteld. Voorzover ik enig overzicht heb van wat zoal gevonden is, laat staan van de betekenis ervan, (ik ben geen deskundige, maar interesseer me hogelijk voor dit alles) krijg ik de indruk dat véél ervan pleit voor een geloof in 'de historische betrouwbaarheid' van de Bijbeltekst.
Stellig zijn er zaken die nu problematischer liggen dan wellicht een eeuw geleden het geval was. De duiding van allerlei elementen zal ongetwijfeld in discussie blijven - een kenmerk van e.
alle gezonde wetenschapsbeoefening.
Dat alles erkennend meen ik toch dat archeologie en b.v. bestudering van teksten in hiërogliefen en spijkerschrift ons nieuwe kennis en inzichten geschonken hebben die net zo vaak (zo niet vaker) pleiten voor dan tegen de historische betrouwbaarheid van de Schrift.
Hoezeer dat het geval is blijkt vooral, als we opvattingen van deskundigen nu vergelijken met uitspraken van geleerden van een hele of een halve eeuw geleden. Laten we daarbij dus niet al te veel letten op omstreden details of interpretaties, maar gewoon op een aantal 'hoofdlijnen'. Ik noem een aantal zaken, die in de laatste halve eeuw tot enige klaarheid lijken te zijn gekomen.
(Voorzover ik dat als leek kan beoordelen.) Die voorbeelden heb ik van diverse kant opqescharreld, vooral uit Engelstalige boeken.

De Hittieten
Een al weer oude brochure (uit 1947) van prof. F.F. Bruce begint als volgt: "Tot de vorige eeuw kon men over de Hittieten niets zeggen buiten wat in het Oude.Testament staat, want elders warJri ze volstrekt onbekend. Nu hebben we uit andere bronnen zoveel over hen vernomen, vooral uit hun eigen documenten, dat we in het licht van die schat aan kennis het Oude Testament weer kunnen opslaan om met hernieuwd begrip te lezen wat dat over de Hittieten te zeggen heett," Schriftverwijzingen naar dat volk beginnen met de volkerenlijst van Genesis 10:15 en eindigen bij Ezechiël 16:3,45, maar ook vallen te noemen Efron de Hethiet van wie Abraham de spelonk van Machpela koopt als graf voor zijn gestorven vrouw Sara (Genesis 23:3w.), de vrouwen van Ezau (Genesis 26:32), Davids trouwe knecht Uria, de man van Batseba (2 Samuel 11:3, etc.) en Achimelech (1 Sam. 26:6.) Belangrijk is wat Bruce precies een halve eeuw geleden nog meer aan gegevens vermelden kon, uit recente opgravingen en ontcijferd materiaal. Vanaf 1906 werd door de Duitser Hugo Winckler gegraven in het Turkse Boghazköy, het oude Hattusas, de oude Hittitische hoofdstad; veel van de ontdekte tabletten in spijkerschrift, in diverse ,t,alen,zijn sinds-
,dien ontcijferd en vertaald. Nog steeds kan men niet argumenteren of bewijzen dat de Oudetestamentische teksten de waarheid spreken over de Hittieten, maar in elk geval zijn ze glorieus bevestigd op het centrale punt, dat dezen hebben bestaan! Dat geldt voor een keur aan gegevens over genabuurde volkeren, is mijn indruk. In de laatste eeuw is over de geschakeerde beschaving van veel genabuurde volkeren
van Israël van alles bekend geworden,
van hun cultuur, politiek, handel en vaak, van hun religie.

De schrijfkunst in de tijd van Mozes
Datzelfde mag men ook vaststellen bij een ander punt dat in een al weer wat verder achter ons liggend verleden met nadruk gesteld is: Mozes kon de Mozaïsche werken niet geschreven hebben, omdat er in z'n tijd nog geen schrift bestond! AI lang geleden inmiddels zijn beeldjes van Egyptische schrijvers uit het woestijnzand gehaald die dateren van een aanzienlijke tijd voor Mozes.
Ook zijn stukken schrift aangetroffen van ouder datum. Opnieuw, daarmee is het 'bewijs' niet geleverd; er is echter gerede twijfel
mogelijk aangaande toenmalige twijfei!2

Tiglath Pileser
In 2 Koningen 15:29 wordt gesproken over de Assyrische vorst Tiglath Pileser.
"Een generatie geleden ontkenden vrijzinnige geleerden dat deze koning ooit bestaan had"; derhalve was het bericht dat Israël zich ooit aan hem had overgegeven onjuist! Archeologen hebben echter Tiglath Pilesers hoofdstad gevonden en vonden zijn naam geschreven in tichelstenen die vermeldden: "Ik, Tukultiapilessara (Tiglath-Pileser) koning van Assyrië ... ben veroveraar van (de streken van) de Grote Zee die is in het land der Amurru tot de Grote Zee in het land der Nairi. Ik ben drie maal opgetrokken tegen het land Nairi." (De Grote Zee is de Middellandse Zee.) Klaarblijkelijk bestond hij weil' AI zou ik hier teveel in detail moeten treden, meen ik dat een groot aantal twijfelvragen van twee of drie generaties geleden beantwoord zijn - in hst algemeen daarbij de correctheid van de Bijbeltekst bevestigend, al is er ook heel wat dat nog niet helder is. Soms zijn er vragen bijgekomen, zoals de vraag of Jericho's muren al niet eeuwen in puin lagen voor Jozua en zijn legers in het Land arriveerden. Stellen dat "de Bijbel gelijk heeft" zoals de Duitser Werner Keiler rond 1950 deed is voorbarig of treft 'de verkeerde toon'. Toch meen ik dat de vondsten van Archeologie, Assyriologie en studie van andere Semitische talen dan het Hebreeuws zeker niet 'verpletterend' zijn voor gelovigen!

De betrouwbaarheid van Lukas
Door omstandigheden heb ik me de laatste maanden vooral bezig gehouden met de betrouwbaarheid van Lukas, meer specifiek met het boek Handelingen.
Dat gaat dus over maar een uiterst klein hoekje van de immense vraag die br. Van der Ploeg op mijn bord heeft gelegd. Kunnen we Lukas' getuigenis aanvaarden? Ik haal wat zaken aan. In de eerste plaats citeer ik Irina Levinskaya, een Russische historica uit St. Petersburg die zeer onlangs 'deel 5' geschreven heeft in de prachtige zesdelige serie 'The Book of Acts in its first Century Setting'. (Die serie hoop ik binnenkort in dit blad te recenseren.) In het begin van haar boek Diaspora Setting, dus over de Joodse gemeenschappen in de Verstrooiing, vertelt ze waarom ze zo door Handelingen werd geboeid (denk eraan, in de Communistische tijd, toen er op dit punt in haar land zeker geen academische stimulans voor zo'n belangstelling kwam!) Dan zegt ze: "Maar naarmate ik meer wetenschappelijke literatuur las, nam mijn verbazing over de benaderingen van het boek toe.
Het kon worden beschouwd als een puur theologisch werk of, naar de visie van sommigen, als een tweederangs behandeling van elkaar tegensprekende bronnen en legenden over de aanvang van de Christelijke Kerk. () Mijn indruk van het boek is totaal anders. De studie van Herodotus [een Grieks historicus uit de Oudheid, PJvK] hebben me geleerd dat een roman-achtig genre en een sterk theologisch kader () goed kunnen samengaan met eersteklas sociale, culturele, etnografische en historische informatie. Er is geen enkele reden om Handelingen daarin anders te behandelen dan enig ander geschrift uit de eerste eeuw. De bijna overal' aanvaarde dichotomie [scheiding] bij het bestuderen van Handelingen is voor een historica van de Oudheid nogal verrassend.
Naar mijn opvatting was het boek Handelingen, herkenbaar theologisch van opzet, zowel een waardevol historisch werk als een belangrijke bron van achtergrondmateriaal voor de eerste eeuw van onze jaartelling. Mijn verdere studie heeft die opvatting bevestigd en versterkt."
In deel vier van .de serie, getiteld Palestinian Setting, is er onder andere aandacht voor de vraag: hoe groot was Jeruzalem in de tijd van Handelingen.
Ik lees bij de samenvatting: "Het voornaamste argument tegen de historische betrouwbaarheid van van Lukas' opgave van de grootte van de gemeente van Jeruzalem - volgens de belangrijkste commentaren op Handelingen - is het stelling dat die in conflict komen met de (veronderstelde) grootte van de bevolking ten tijde van Jezus (niet meer dan 25.000-30.000, volgens de aloude werken van Jeremias, waar de meeste huidige auteurs zich op gronden.) Diverse meer recente onderzoekingen laten echter veel hogere cijfers zien. Als men de criteria die in die studies gebruikt worden, toetst, blijkt alles te draaien om de vraag van de bevolkingsdichtheid. () Een aantal van 60.000 tot 120.000 inwoners lijkt realistisch.
Het dominante argument tegen de historische waarschijnlijkheid van Lukas' aantallen - de aangenomen kleine bevolking van de stad Jeruzalem - kan niet langer geldig worden geacht."5 Heel verschillende, ook recente, studies kunnen ons helpen om meer vertrouwen te hebben in historische zaken in de Bijbel.
Noten: 1 F.F. Bruce, The Hittites and the Oiä Testament; The Tyndale Press, Londen; 1947. p. 5.
2 James Montgomery Boice, Standing on the Rock. Biblical Authortty in a Secular Age; Baker Books, Grand Rapids; 1994, p. 100.
3 Aangehaald uit J.B. Pritchard, Ancient Near Eastern Texis, relating to the ald Testament; Princeton, New Jersey (3rd edition with supplement.), p.275.
4 Irina Levinskaya, The Baak oJACTS in its First Century Setting, volume 5, Diaspora Setting; Eerdrnans, Grand Rapids en Paternoster, Carlisle, U.K.; 1996, p. viii.
5 Wolfgang Reinhardt. 'The Population Size oJ Jerusalem and the Numerical Growth oJ the Jerusalem Church'. In: Richard Bauckham (red.), The Baak oJ ACTS in its First Century Setting, volume 4, Palestinian Setting; Eerdmans, Grand Rapids en Paternoster, Carlisle, UK; 1995, pp. 237,238.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief