Spoorloos
1997-06-13
Als je langs het strand loopt, binnen de vloedlijn, zijn de afdrukken van je voeten duidelijk zichtbaar in het zand.- Jaargang 41
- nummer 12
Maar als een uitloper van de branding eroverheen spoelt, blijft er niets van over. Dan verdwijnen ze spoorloos. Dan is aan niets nog zichtbaar dat je daar gelopen hebt. De sporen van je wandeling zijn uitgewist. Je hebt er wel gelopen, maar er is niets meer dat er nog aan herinnert.
Datzelfde geldt als je een prachtig kasteel bouwt van het vochtige zand. Iedereen staat er met bewondering naar te kijken. Maar als de vloed komt, wordt het weggespoeld. Niets blijft ervan over.
Je hebt het wel gemaakt, bent er druk mee geweest en hebt er heel wat energie ingestoken, maar daar is helemaal niets van terug te vinden. Het kan op niemand nog indruk maken.
Zo kan het ook gaan met de opstanding van Christus. Iemand kan die opstanding aanvaarden als een historische werkelijkheid en zeggen: toen en toen is het gebeurd: toen is Jezus van Nazareth, dezelfde die drie dagen daarvoor begraven werd, in levenden lijve uit het graf gekomen. Hij kan zelfs hevig verontwaardigd zijn als anderen de historiciteit ervan ontkennen en dus ten aanzien van Christus' opstanding voor honderd procent orthodox zijn, terwijl er toch van die opstanding geen spoor in zijn leven te vinden is. Dan heeft die opstanding wel plaatsgevonden, maar zijn de sporen ervan bij hem uitgewist door de branding van zonde en ongerechtigheid.
En dan kan Christus' opstanding zich niet uitwerken in zijn persoonlijke leven.
Maar daar gaat het nu juist om. De opstanding van Christus moet zijn sporen nalaten en zich uitwerken in ons leven. Daarom schrijft Paulus aan Timotheüs: gedenk dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt (2 Tim. 2:8).