Het was geen vetpot, maar ze hadden aanzien
1997-06-13
De tentoonstelling ‘Vier eeuwen domineesland’ in het Catharijneconvent herbergt een aantal opzienbarende attributen. Zo is er een pamflet uit 1700 over het traktement van de dominee.- Jaargang 41
- nummer 12
"Bewijs, Dat het een Predikant met Sijn Huysvrouw alleen niet mogelijck en is op 500 guldens eerlyck te leven."
Daarna volgt een opsomming van de uitgaven voor een predikant. Een hoed blijkt een jaar mee te gaan, een mantel 10 jaar. Ook de huishoudelijke uitgaven zijn op dit pamflet nauwgezet berekend (200 eieren per jaar). Een predikant in een dorpsgemeente verdiende in die tijd 400 gulden per jaar; een Amsterdamse stadspredikant genoot een salaris van 2000 gulden per jaar.
Bezoekers in gesprek
Bij dit bord ontspint zich een interessante discussie tussen een aantal bezoekers. "Het was geen vetpot", zegt de ene bezoeker. Een ander: "Maar ze hadden wel aanzien." Een derde reageert met: "Nou, met dat inkomen viel het anders wel mee. Ze kregen een hoop. De boeren uit ons dorp brachten zakken vol aardappels."
Weer een ander: "Maar die studieboeken, die waren erg duur. Dat ging er wel weer van af."
Ook die opmerking lokt een reactie uit: "Maar de dominee had wel een uitstekend huis. En als een zoon ging studeren kreeg hij gemakkelijk en goedkoop een kamer in de grote stad. Veel mensen wilden graag een domineeszoon op kamers."
35.000 dominees
Musea bezoek ik niet vaak, maar het Museum Catharijneconvent in Utrecht vormt daarop een uitzondering. Dit museum, vol met (vooral Rooms-Katholieke) religieuze kunst, is zeker de moeite van een (herhaald) bezoek waard. Daarnaast zijn er regelmatig boeiende tentoonstellingen. Zo ook nu. In een relatief kleine tentoonstellingsruimte is veel te zien over het leven van predikanten in ons land.
Vier eeuwen lang hebben ze hun stempel gedrukt op de Nederlandse samenleving.
In die tijd bestegen ongeveer 35.000 predikanten de kansel. Dat zijn er niet zoveel, maar de invloed van al deze dominees is in Nederland veel groter geweest dan hun aantal doet vermoeden.
Momenteel kent Nederland ongeveer 3500 dienstdoende predikanten.
Het gordijntje: alleen voor de dominee
En zo loop je dan, via de Rooms-Katholieke kerkelijke kunst, opeens de protestantse geschiedenis binnen.
Bij de ingang van de tentoonstelling hangt - om alvast in de stemming te komen - een collage van 100 foto's van predikanten.
Volgens de tekst zijn die foto's willekeurig verzameld. Dat lijkt niet helemaal juist te zijn, want we zien er toch een opvallend aantal bekende predikanten tussen hangen. Onwillekeurig zoek je ook naar predikanten uit onze eigen (Nederlands Gereformeerde) kerken, maar die worden niet gesignaleerd (of herkend). Midden tussen deze foto's hangt een gordijntje, dat alleen door een dominee mag worden open geschoven. Vroeger bood het raam achter zo'n gordijntje vanuit sommige consistories zicht op de kerkzaal. Daarover zijn ook leuke anekdotes in omloop, zoals die van een predikant die over zichzelf en zijn gehoor opmerkte: "Het is nog geen tijd, want als W. preekt zit de kerk vol".
Vandaag is het zaterdag, dus de meeste predikanten zitten te zwoegen op hun preek. Die bezoeken vandaag dus niet het Catharijneconvent.
Toch schuiven veel bezoekers het gordijntje even open. Eigenlijk mag dat niet.....
Het gezin van de dominee
Opvallend en ontroerend zijn de tientallen familieportretten van (vaak grote) gezinnen. Er zijn ook foto's van generaties aan predikanten bij, zoals een prachtige foto van vier generaties Gunning (waarvan 3 theologen met de voorletters J.H.: daarom waren ook weer achtervoegsels nodig, zoals jr.).
De grootvader en de vader van Ds. Kuipéri (zie de foto in Opbouw) waren predikant, zijn zoon en kleinzoon werden dat eveneens. Is het ambt van predikant dan genetisch bepaald? De werkelijkheid zal zijn dat het milieu veel invloed heeft gehad. Bovendien was in die tijd (zonder televisie) de dominee vaak een indrukwekkende (levende) voorbeeld voor kinderen.
Zoals we nu de playback-show van zangers en zangeressen kennen, zo speelden kinderen vroeger kerkje. Of zoals een foto van een zoon die dominee speelt. "Deze in toga uitgedoste gereformeerde jongen bereikt zijn ideaal: hij wordt dominee en later hoogleraar' (over G. Brillenburg Wurth).
Trouwens: studenten in de theologie trouwden ook weer vaak met dom ineesdochters.
Kinderen uit domineesgezinnen hadden dus soms twee grootouders die dominee waren. De echtgenote van de dominee had ook veel invloed. Zo werd zij vaak de presidente van de vrouwenvereniging, maar er waren daarnaast andere bijzondere taken voor haar weggelegd.
De tentoonstelling spreekt hierbij van onbezoldigd medewerker van de predikant.
Hondje, uitje, kleding
Er is nog een detail dat opvalt bij een aantal historische portretten: een hondje. Daar zit zelfs een moraal bij: "Het hondje wordt geleerd om netjes op te zitten. Zo moet een vader ook zijn kinderen een goede opvoeding geven" (bij een schilderij van Jean Fournier, 1752). De gezinsfoto van ds.
N.H. Kuipérie laat ook een aangelijnd hondje zien, terwijl echtgenote en dienstbode zorg dragen voor baby en peuter (zie de foto). Meestal zijn de honden klein, maar ds. J.A. van Andel laat zich met pijp en Bouvier (?) portretteren (1960). Die honden komen trouwens ook opvallend vaak terug op de schilderijen van kerkdiensten. Terwijl de verschijning van een viervoeter tijdens de dienst in onze tijd groot opzien baart lijkt het in de 17e en 18e eeuw heel normaal te zijn geweest dat er honden door de kerk liepen.
Vroeger gingen de mensen niet met vakantie. Het uitje van de jongelingsvereniging of van de vrouwenvereniging vormde een kerkelijk en ontspannend hoogtepunt. Uiteraard ging er in later jaren ook een fotograaf mee die het gezelschap op de kiek nam. Zo treffen we Ds. Van Kooten op de foto aan bij het Rad van Avontuur.
Veel aandacht wordt besteed aan de kleding van de predikant. Zijn we in onze kerken gewend aan de predikant, die zich naar eigen voorkeur kleedt, in vroeger tijd herkende men de dominee aan zijn ambtsgewaad.
Een prachtige foto toont de voormalig schippersknecht en oefenaar ds. Cornelis van den Oever, met steek en bef. Een traktement krijgt hij niet: hij preekt op de zak. '
Luisteren naar de dominee
Men kan op de tentoonstelling niet alleen kijken naar predikanten, men kan ze ook beluisteren. Er wordt veel gebruik gemaakt van deze mogelijkheid, voor een zitplaats in de bankjes ontstaat zelfs een rij wachtenden. Met het zicht op een preekstoel, met daarop zelfs een imitatie van een predikant (zie de foto in Opbouw) kan men in kerkbanken luisteren naar beroemde kanselredenaars. Om het helemaal echt te maken zou de smaak als belangrijke zintuiglijke ervaring nog toegevoegd kunnen worden, maar de pepermunt ontbreekt hier helaas. Er is een tijdrede van prof. G. Wisse (over: de duivel met vakantie) en een referaat van Prof. Dr. K. Schilder voor I. de Bond van (vrijgemaakt)-Gereformeerde meisjesverenigingen. Bij beiden valt de sterke retoriek op. Zo spreekt Schilder over Izebel, Esperanto en het Place de la Concorde van de valse oecumene. Achteraf vraag je je ook af: hoeveel bleef er ter plekke van de boodschap hangen? Anderzijds landde de lezing ook in goede grond: men kende het thema, het was vaak al voorbereid, het bevestigde wat men al eerder gehoord had.
Ook predikanten uit de rechterflank van de Gereformeerde gezindte kunnen beluisterd worden, zoals (het SGP-kamerlid) Ds. H.G. Abma in de Nederlandse Hervormde dorpskerk van Putten en de hoogbejaarde Urker predikant Ds. M. Van de Ketterij (Oud-Gereformeerd) met een oudejaarspreek.
Vooral ds. Van de Ketterij hanteerde een ouderwets aandoend spraakgebruik: hij sprak over de karke, en: 'we leesden in den Bijbel'. Je kunt je nauwelijks indenken dat er in ons land nog altijd tienduizenden mensen zijn die zondag aan zondag in deze stijl een preek horen. Vreemd genoeg ligt er in het bankje op de tentoonstelling een Nieuwe Berijming..... Voor wie meer van wat 'lichtere' preken houdt: men kan ook luisteren naar (nog altijd actueel aandoende) preken van de predikanten Buskes en Miskotte. In een andere ruimte kunnen we o.a. op video naar een meditatie van Prof. Okke Jager kijken en luisteren.
Voorwerpen
De voorwerpen op de tentoonstelling roepen soms verbazing op. Dat 'zo iets' bestaat! Predikanten werden soms afgebeeld op porselein: de dominee op kop en schotel. En voor wie dacht dat het de dominee vrij stond waar hij zou preken: een geschilderd preekbord helpt de bezoeker uit die droom. De wijzer geeft aan waar de dominee preekt. Groote Kerk: "'s avonds een gebet, Prinsekerk: na de middag, Zuiderkerk: na de middag catichizeert aldaar, en dan uiteindelijk als 10e keer: een vrije Beurt.."
Ook is er een geschilderd bord van het College van Collectanten, met de tekst: "Eenheid in 't Noodige, Vrijheid in het Onzekere, in Alles de Liefde."
Boeiend is de massieve inrichting van de studeerkamer van een predikant.
Je waant je terug in de jaren '30 tot '50. Geen PC op het bureau, gewoon hand- en denkwerk. Om misverstanden te voorkomen meldt de organisatie van de tentoonstelling dat de boeken niet mogen worden meegenomen.
Kritiek had de dominee ook te verduren.
De tentoonstelling biedt ruimte aan een aantal spotprenten op predikanten.
Bijzonder fel is de kritiek op een aantal patriottische predikanten, zoals op Domine Marcel, een Wolf in Herderlijk gewaad, die Kooy en Schaapen woest verlaat, soldaatje speelt en excerceert, ter wacht trekt, liever als studeert. Deze predikant riep op om (desnoods met wapengeweld) de republiek uit te roepen (1787).
Onze tijd
Het beeld dat de tentoonstelling oproept is dat van een predikant met veel aanzien, die enigszins geïsoleerd moest functioneren. De pastorie was enerzijds een glazen huis, anderzijds een bolwerk. Zo werden predikanten vaak ook vereeuwigd: min of meer onaantastbaar, vaak in ambtskieding, als variant op het statieportret. Die manier van afbeelden paste in de tijd; de werkelijkheid zal meer genuanceerd zijn geweest.
Het beeld van de predikant in onze tijd is anders geworden. Er zijn predikanten in bijzondere dienst. Maar ook het ambt van de 'gewone' predikant 'oogt' anders.
De studeerkamer blijft belangrijk, de zondagse eredienst evenzeer, maar er is méér. Vooral het pastoraat vraagt veel aandacht en tijd. Wie de prachtige fotoreportage van het (dagelijks) werk van Ds. J. de Heer bekijkt ziet een predikant die in het dagelijks werk náást zijn gemeenteleden staat. In ruwe pennenstreken schetst M. den Duik in de catalogus de veranderingen in het werk van de predikant. De dom inee doet in veel beroepen te duur is geworden: het thuis bezoeken van de mensen. En hij concludeert: ..Zolang de predikanten doen wat ze kunnen gaat er van de pastorie leven uit."
Uiteraard biedt de tentoonstelling ook aandacht aan de vrouwelijke predikant.
In veel kerken zijn vrouwelijke predikanten gewoon geworden, maar de eerste vrouw die predikant werd, werd pas in deze eeuw in het ambt bevestigd (ds. Annie Zernike, doopsgezind predikant). In 1959 stelt de Nederlandse Hervormde kerk het predikants-ambt open voor de vrouw, in 1969 volgen de Gereformeerde kerken, bij voorkeur niet in een gemeente, maar in bijzondere dienst....
Afscheid
Op de valreep treffen we nog een predikant uit eigen kring aan: Ds. J.J. Verleur (1905-1981) sluit de rij Vart Gereformeerde predikanten in Zalk. De datum van afscheid wordt gesteld op 18 mei 1945. Ons Informatieboekje vermeldt dat op 17 mei 1945 de (vrijgemaakt-) Gereformeerde kerk van Zalk en Veecaten werd geïnstitueerd.
Ds. Verleur was vervolgens nog een jaar predikant in Zalk, pas daarna vertrok hij naar Lisse. De Vrijmaking is hier achter glas tastbaar aanwezig.
We nemen afscheid van een boeiende tentoonstelling. Natuurlijk: het verhaal is niet compleet. Dit zijn de illustraties bij het ambt. Het 'waarom', wat heeft al deze mensen bewogen, dat vind je op zo'n tentoonstelling lang niet altijd terug. Om te weten wat mensen werkelijk bezielt, is een persoonlijke relatie vaak onontbeerlijk. Gelukkig is de aandacht voor het belang van die persoonlijke relatie in onze tijd gegroeid.
Bij de deur worden we gegroet door een sprekende dominee. Hij wenst de vertrekkende bezoekers een goede dag verder en tot volgende zondag in de kerk.
De tentoonstelling Vier eeuwen domineesland blijft nog tot 17 augustus 1997 in het Museum Catharijneconvent, Nieuwegracht 63 in Utrecht (ruim een kwartier lopen vanaf Utrecht CS, of stadsbus 22 vanaf CS). U kunt hier op dinsdag tlm vrijdag terecht van 10-17 uur, in het weekend van 11-17 uur, op maandag gesloten.
Naar aanleiding van deze tentoonstelling verscheen een uitgebreide catalogus, met veel illustraties en achtergrond-informatie. Uitgave: Meinema, Delft; prijs f 25,-