De kerk en de ouderen

1997-06-13
  • Jaargang 41
  • nummer 12
3. Bezigheden. Wanneer mensen nog gezond zijn en er een einde komt aan hun actieve loopbaan, kan er een gat vallen. Elke dag heeft vierentwintig uur.
Niet ieder weet daar direct invulling aan te geven. Mensen hebben opeens het gevoel er buiten te staan.
Dr. W.S. Duvekot, sinds kort emeritus predikant te Utrecht, gaf recent uiting aan zijn gevoelens in deze. Ook al kom je nog weer in de oude omgeving - de kring van de collega's of de kring rond het kerkblad in zijn geval- men staat er toch buiten. Dat gevoel is er al snel.
Vandaar dat men in de voormalige werkomgeving al spoedig niets meer te zoeken heeft. Men komt terzijde te staan. Niet ieder is ook toegerust om een studie ter hand te gaan nemen, zoals sommigen wel doen. Dat de vijfenzestigjarige leeftijd automatisch tot het beëindigen van de beroepsarbeid moet leiden is toch niet zó vanzelfsprekend!
Anderzijds is het zo, dat in het arbeidsproces ook plaats moet worden gemaakt voor een aantredende nieuwe generatie. Maar zou ook binnen de kerkelijke gemeente niet veel meer creativiteit kunnen worden ontplooid voor het creëren van (vrijwillige) werkgelegenheid?
Er komt echter, hoe dan ook, een moment, waarop de bezigheden méér en méér stil moeten vallen. Het mag dan een zegen heten als een mens daar tijdig op voorbereid is en in de goede dagen beseft, dat het christelijke leven, de calvinistische arbeidsmoraal ten spijt, niet op de noemer staat van 'zijn/haar leven was werken'. Arbeid vraagt ook om rust, totdat gerust mag worden van een arbeidzaam leven. Een goede arbeidsmoraal vraagt ook om een moraal van de rust. Prof. dr. A. van de Beek wijdt in zijn boek 'De Schepping' mooie passages aan de zin van het meditatieve leven.
4. Sociale contacten. Het ouder worden is mede gekenmerkt door het wegvallen van de sociale contacten. Dat is op zich al het geval doordat het werk wegvalt.
Daar heeft men immers dagelijks contacten.
Maar bovendien, bij het ouder worden verliest men meer vrienden of familierelaties dan men er bij krijgt. En juist daarom slaat ook vaak eenzaamheid toe. De grote waarde van een hecht gezinsverband, in de relatie tussen ouders en kinderen, wordt dan te meer beseft. Is dat niet het geval dan kan de eenzaamheid nog des te groter zijn. Er zijn overigens van dit laatste schrijnende voorbeelden te over, tot bij de begrafenis toe. Het gezin als hoeksteen van de samenleving heeft toch niet voor niets diep-christelijke wortels?

Geestelijk
De problemen bij het ouder worden zijn bepaald niet louter, vaak zelfs helemaal niet, van stoffelijke aard. Problemen met de gezondheid, het ontbreken van zinvolle bezigheden of het onderhouden van sociale contacten gaan het diepst.
Daar komt nog bij, dat diegenen, die in instellingen voor bejaardenzorg verblijven, meer dan anderen met het leed van anderen in aanraking komen.

Het bovenstaande is wellicht ietwat beschrijvend. We dienen ons echter wel de breedte en de diepte van de vragen, . die hier liggen, te realiseren. 'Wat doet de kerk eraan', zo luidde de vraag, die me werd gesteld. De vraag is of de gemeente een gemeenschap, een geestelijke gemeenschap is. Zo ja, dan zal er in ieder geval een opening kunnen zijn om samen ook deel te hebben aan de problemen, waarvoor de ouder wordende mens, dus ieder mens, komt te staan. Zo nee, dan rijst de vraag of ook de kerk dan al uitgaat van het nuttigheidsprincipe.
Heeft een mens alleen 'zin' als hij 'nuttig' is?

En tenslotte, een jongere generatie mag zich gelukkig prijzen wanneer ze leren mag van de door het leven gerijpte ervaring van ouderen. Dat geldt zeker ook waar het het geestelijk leven betreft. Het mag een weldaad heten wanneer jongeren bij ouderen mogen bemerken dat ze geestelijk nog 'fris en groen' zijn. Tenslotte staan we in de opeenvolging der generaties ook in een estafetteloop. Pinksteren heeft er ons weer bij bepaald.

Dit is het slot van een artikel onder bovengenoemde titel. Het is van de hand van de bekende dr.ir. Van der Graaf en werd gepubliceerd in de 'De Waarheidsvriend' , het weekblad van de Geref. Bond in de Ned. Hervormde kerk. Vele ouderen zullen zich in het getekende beeld herkennen. Voorts is het te hopen, dat de jongeren er hun winst mee doen. Je krijgt wel eens het idee, dat vele jongeren menen het allemaal zelf wel te kunnen zonder ooit enige informatie bij de ouderen in te winnen. De ouderen hebben immers hun tijd gehad. Dat is wel waar! De jongeren moeten het nu doen. Dat is ook waar! Maar naar mijn bescheiden mening zou er wat meer contact moeten zijn tussen jongeren en ouderen.
Het zou voor beide groepen stimulerend kunnen werken. Ik ben mij bewust, dat mijn opmerkingen kunnen worden uitgelegd als een oratio pro domo (een verdediging van eigenbelang). Zo is het niet bedoeld. Er zit immers ook een bevrijdend element in de gedachte, dat de ouderen niet meer de verantwoordelijkheid van vroeger behoeven te dragen.
Dat is een belangrijk pluspunt van het emeritaat! De ouderen, die hun taak aan de jongeren mochten overdragen, verkeren in een andere levensfase. Zij mogen troost putten uit de wetenschap, dat hun verrichte arbeid in Christus niet vergeefs is (1 Cor. 15:58).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief