Kleuren en symbolen
1997-06-27
In veel kerken hangen op avondmaalstafel en kansel kleden, de zgn. antependia, waarop kleuren en symbolen voorkomen. Het leek mij een goede gedachte daar aandacht aan te besteden, temeer ook omdat de betekenis hiervan summier bekend is. Ik hoop duidelijk te maken dat deze kleuren en symbolen een bepaalde rol kunnen spelen in het dienen van God.- Jaargang 41
- nummer 13
Bijbelse plaatsen
In de Bijbel wordt voortdurend opgeroepen om de Here te loven en te prijzen.
Hemel en aarde, engelen en volken, mensen en dieren behoren dat te doen. En hoe loven wij Hem? Met alles wat in, aan en om ons is. Een heel bijzondere gelegenheid hiervoor is de eredienst. Wij belijden daar ook de verbondenheid met hen die ons zijn voorgegaan en met alle gelovigen ter wereld.
In de Bijbel geeft de Here God bijzondere plaatsen aan om Hem te eren.
Hij geeft er extra aandacht aan en laat uitvoerig beschrijven hoe Hij die plaatsen ingericht wil hebben. De geschiedenis over de bouw van de tabernakel (Ex. 25-28 en 35-40) is er een goed voorbeeld van. 1 Kon. 5-7 en 2 Kron. 2-5 beschrijven hoe de tempel moest worden ingericht.
De tabernakel en de tempel zijn niet kleurloos ingericht. Men vindt er goud, zilver, koper enz. Er is veelkleurig weefwerk, fijn linnen met ingeweven patronen aanwezig. Afbeeldingen van engelen, palmen, bloemen vormen één levendig geheel. In latere tijd worden synagogen waardige plaatsen om God te dienen.
De kerk
In Israël vinden we in de oude kerken de prachtigste mozaïeken van steentjes in de vloeren en op de wanden.
Daarmee werden letters, symbolen en figuren gemaakt die verwijzen naar Hem die op die plaats aanbeden werd.
Het doel hiervan mag en kan alleen zijn om de veelkleurige wijsheid van God te loven. Een kerk mag echter niet vervallen in het andere uiterste, door op te gaan in pracht en praal Dat staat God en mensen in de weg.
De christelijke kerken dienen waardige plaatsen te zijn om God te dienen.
Al eeuwen lang gebruiken zij de kleuren van de schepping, overeenkomstig de tijd van het kerkelijk jaar. Dat is, evenals het Joodse jaar, ingedeeld naar de grote feesten en de zondagen die ervoor en erna komen. De kleuren die nu het meest gebruikt worden zijn respectievelijk: wit, paars, rood en groen.
De kleur wit
In de Bijbel is het de kleur, die in het bijzonder bij God hoort, bij de engelen en bij de verheerlijkte Jezus. Bij benadering drukt wit iets uit van zijn hoogheid, heiligheid en heerlijkheid. In Matth. 17:2 lezen we hoe de klederen van Jezus wit werden als het licht, waarna de verheerlijking op de berg plaats greep. De engelen die de opstanding verkondigen, zijn bekleed met witte klederen, zie Matth. 28:3, Marc. 16:5 en Joh. 20:12. In Hand. 1:10 is sprake van twee mannen in witte klederen, die Jezus' Hemelvaart en Wederkomst met elkaar verbinden.
Mensen die met deze God in aanraking komen, worden getekend door deze witheid. Het gebed in Psalm 51:9 is dan ook: "Was mij, dan ben ik witter dan sneeuw"'. In het boek Openbaring wordt de kleur wit regelmatig gebruikt.
In hoofdstuk 1:12-14 ziet Johannes tussen de zeven kandelaren iemand als eens mensen zoon, wiens hoofd en haren wit waren als witte wol, als sneeuw. Openb. 6:2 spreekt over een wit paard en de berijder heeft een boog en een kroon.
Hij trekt uit overwinnende en om te overwinnen. In Openb. 7:9 ziet Johannes een grote schare, die voor de troon en het Lam staat, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun hand. Wit is dan ook de kleur van het feest en van de bruiloft van het Lam. Het is oude traditie dat pasgedoopten een wit kleed ontvangen als teken, dat ze nu "met Christus bekleed zijn" (Gal. 3:27).
Omdat wit een feestkleur is, gebruiken wij die in de tijd van de grote feesten: vanaf Kerstfeest tot en met de eerste zondag na 6 januari. Deze zondag heet Epifanie, wat wil zeggen de Verschijning des Heren. Daarna is de kleur wit er weer met Pasen en dat duurt tot de eerste zondag na Pinksteren, zondag Trinitatis (Drieëenheid).
Zo zien we hieruit dat een feest nog wekenlang doorwerkt.
De kleur paars
Deze kleur is in de plaats gekomen van zwart, wat het tegenovergestelde is van wit. Paars wordt gebruikt in de tijd van voorbereiding op de grote feesten. Het zijn vanouds de perioden van inkeer, verootmoediging, vasten en rouw. De kleur zwart (paars) komt ook in de Bijbel voor. In Psalm 35, het gebed om hulp tegen vijanden, lezen we o.a. in vers 13 en 14: "Ik verootmoedigde mij met vasten" en "in het zwart gaande als in rouw over een moeder, zo boog ik mij neder". En in Psalm 38:7 klaagt David erover dat zijn ongerechtigheden hem te zwaar geworden zijn: "Ik ben gebogen, zeer diep gebukt, ik ga de ganse dag in het zwart". In Psalm 42:10b en Psalm 43:2b staat: "Waarom ga ik in het zwart vanwege des vijands onderdrukking?"
Zwart heeft ook te maken met het dreigende en komende oordeel van God. Bij de profeten uit het Oude Testament komen we deze kleur regelmatig tegen. Denkt u ook maar eens aan de drie uren van zwarte duisternis bij het lijden en sterven van Jezus op Golgotha. In Openbaring 6 wordt gesproken over een zwart paard.
Het ingetogen paars wordt gebruikt bij de vier weken van de Advent en de zes weken voor Pasen, de zgn. veertigdagentijd.
De kleur rood
In het bijbelse spraakgebruik verwijst rood bijna alleen naar bloed, vergoten bloed. Rood wordt ook vaak gebruikt bij vuur, maar niet in de Bijbel. Ook het woord vuurrood komt er niet in voor. Als dat wel het geval was, zou rood en bloed vergeleken kunnen worden met het oordelende en vernietigende van vuur en niet met het heilzame vuur van de Geest.
Rood en bloed zien in het Oude Testament op het offer, het heilzame en reinigende. Dit alles loopt uit op het offer van Jezus Christus aan het kruis.
Zijn bloed reinigt ons van alle zonden.
Natuurlijk verwijst bloed ons meestal naar een gewelddadige dood, waarbij bloed vloeit, o.a.:
- Mensen, wier onschuldig bloed vergoten wordt, Jer. 22:3,17
- Offerdieren tot verzoening
- Vijanden van Gods volk, God eist hun bloed, Openb. 19:2
- Jezus, wiens onschuldig bloed vergoten wordt, Jer. 22:3,17
- Dienaren van Christus, die om hun geloof gedood zijn: de martelaren.
Ze mochten trouw blijven aan God en hadden de belofte van Christus: "Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt blijft in Mij en Ik in hem, Joh. 6:56.
De kerk kiest met Pinksteren de kleur rood. Dit duidt de vurigheid van de Geest aan. Ook voor gedenkdagen van martelaren is rood de kleur, in dat geval ter aanduiding van het vergoten bloed.
De kleur groen
Het is de kleur die het meest in de kerk aanwezig is. Groen is in de Bijbel een kleur die vooral gebonden is aan de natuur, de schepping. Het is verbonden aan het jonge en vrolijke.
Groen is de tegenstelling van het dorre en doodse, zoals beschreven in Lucas 23:31.
Een bijzonder teken van leven is, wanneer een boom of plant altijd groen blijft. Denk aan een naaldboom. In beeldspraak wordt groen ook van mensen gezegd: "Degene die op de Here vertrouwt, is als een groene boom aan het water geplant" (Psalm 1).
De rechtvaardigen zullen in de ouderdom nog vrucht dragen, fris en groen zullen ze zijn. Dit geeft aan dat mensen alleen maar groen blijven in directe verbinding met Christus. Voluit geldt dit pas op de nieuwe aarde.
Groen is dan ook de kleur van de verwachting van het nieuwe Rijk.
De groene kleur wordt in de kerk gebruikt vanaf de tweede zondag na 6 januari tot en met de achtste zondag voor Pasen en van de tweede zondag na Pinksteren tot Advent.
De symbolen
Op de kleden komen in de ene gemeente soms andere symbolen voor dan in de andere. Toch zijn er standaardsymbolen. Zo kan op alle kleden hetzelfde symbool te zien zijn, b.v. een ronde cirkel met een kruis erop.
Dat wil eigenlijk zeggen dat het kruis de wereld in stand houdt. Met een hand onder de cirkel kunnen we dit aldus formuleren: God draagt de wereld in Zijn handen en wil die wereld redden door Zijn Zoon Jezus Christus.
Meestal zijn er echter meerdere symbolen.
Bij elke kleur, dus bij elke tijd, behoort eigenlijk een ander symbool.
Op de witte kleden
Op het kanselkleed staan de symbolen die voorkomen in het zogenaamde Hugenotenkruis. Die tekens zijn de zon, het kruis en de duif. De zon der gerechtigheid is bedoeld als verwijzing naar Jezus Christus, evenals het kruis dat natuurlijk is. De vorm is echter die van het Maltezer kruis met alle zijden even lang. Tenslotte is de duif verweven met het kruis, als teken van de Heilige Geest die eerst neerdaalt op Christus en later op de gemeente. Met dit kruis wilden de Hugenoten, de vervolgde Franse Protestanten, hun verbondenheid met het algemeen christelijk geloof belijden. Op het kleed van de avondmaalstafel staat het overwinnende Lam, dat zegevierend het kruis als een vaandel draagt: "Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt, Joh. 1:29. Eens zingt heel de verloste schepping de lof van het Lam dat geslacht is, het Lam dat waardig is alle lof te ontvangen, Openbaring 5:12.
Op de paarse kleden
De symbolen die bij deze kleur horen zijn strak en eenvoudig. Op het kanselkleed staan de letters X en P door elkaar heen verweven. Dit zijn de letters uit het Griekse alfabet: Ch en R, de beginletters van het Griekse woord Christus, wat gezalfde betekent. In het Hebreeuws is dat Masjiach, vergriekst tot Messias. Dit is een ambtsnaam van Jezus die naar Hem verwijst als onze Profeet, Priester en Koning. Dit zgn. Christus-monogram vinden we vaak aangebracht als symbool op kerkboeken.
Op het paarse kleed van de avondmaalstafel zien we naast het kruis eveneens twee Griekse letters: de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste letter van het alfabet. Ze zijn symbolisch de aanduiding voor de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde. Dit zijn benamingen die Jezus van Zichzelf geeft in het boek Openbaring.
Voor de Joden betekende het kruis: Vervloekt is een ieder die aan het hout hangt. De Romeinen gebruikten het als een martelwerktuig voor opstandelingen.
Op de rode kleden
Deze kleden doen ons met hun symbolen denken aan de sacramenten doop en avondmaal. Op het kanselkleed staat de duif afgebeeld, nederdalende uit de hemel, zoals gebeurde toen Jezus door Johannes werd gedoopt in de Jordaan. Alle drie waren daar verenigd: de Zoon werd gedoopt, de Geest verscheen in de vorm van een duif en de Vader die sprak: "Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik mijn welbehagen heb."
Onder de duif zijn golven gemaakt als teken van het water en de doop.
Op het avondmaalskieed staan druiven en aren afgebeeld, als tastbaar teken van Gods goedheid aan ons.
Maar ze zijn ook het teken van brood en wijn, de tekenen van Jezus' lichaam en bloed, dat Hij gegeven heeft tot volkomen verzoening van al onze zonden. De Geest maakt ons één met Zijn lichaam: één Heer, één geloof, één doop. Water, brood en wijn verbonden ons met allen, die ons zijn vóórgegaan en die in dezelfde Naam verenigd waren.
Op de groene kleden
Het kanselkleed geeft een geopende Bijbel weer. De betekenis hiervan is overduidelijk. Het is een verwijzing naar het levende Woord van God.
"Wedergeboren zijn is niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God" (1 Petr. 1:23).
Op het kleed van de avondmaalstafel staat een zevenarmige gouden kandelaar.
Dat is een bekend beeld uit de Bijbel. De kandelaar is immers een heilig voorwerp uit de tabernakel en later uit de tempel. Deze kandelaar verschaft het licht in het donker.
In Openbaring 1 ziet Johannes op Patmos in zijn visioen zeven gouden kandelaren, die het beeld zijn van de zeven gemeenten in Klein-Azië. Daar stelt het voor het woord van troost en hoop in de verdrukking. In het evangelie zegt Jezus: "Laat uw licht schijnen en verberg het niet onder de korenmaat."
Eenieder moet zijn lampen brandende houden om de Bruidegom bij Zijn komst te verwelkomen.
Woord en beeld
Zoals het oude Israël werk maakte van de dienst aan God, zo kan de kerk door Zijn Woord, maar ook door bijbelse kleuren en symbolen aan de kerkgangers laten horen en zien, wat het geloof in God inhoudt. Woord én beeld spreken van Hem en Zijn daden in Christus Jezus. Kleuren en symbolen werken er aan mee deze daden concreet voor ogen te stellen, opdat wij des te meer gesterkt worden in ons geloof. Wij belijden tevens onze verbondenheid met alle gelovigen, waar ook ter wereld.