Eerst non, nu NGK’er

2010-04-02
  • Jaargang 54
  • nummer 7

Ze groeide op in het volledig rooms-katholieke Zuid-Limburg en diende tien jaar in het klooster. Geen wonder dat Anja den Bok zich over tal van dingen verbaasde toen ze na haar huwelijk lid werd van de Nederlands Gereformeerde Kerk. Deel één van een serie frisse blikken op de NGK.

In het zuiden van Limburg kende men tijdens de jeugd van Anja den Bok geen protestanten. Laat staan gereformeerden. Je was katholiek of je was niets. ‘Heel katholiek’ was het bij haar thuis echter niet, vertelt Anja. ‘We hadden geen bijbel thuis. Er werd ook nooit gelezen bij het eten of zo. Mijn moeder had een eenvoudig geloof, met veel symboliek. Maar dat God er is, stond gewoon vast.’
Toen Anja vijftien was, overleed haar vader. Toen werd ook de wens geboren om het klooster in te gaan. ‘Mijn moeder schrok. Ze zei: “Je moet eerst zien wat er te koop is in het leven. Op je eenentwintigste kun je dan beslissen of je het nog wilt”.’
Naar die raad luisterde Anja. Ze kreeg veel vriendjes, maar wat ze zocht, kon ze bij hen niet vinden. ‘Mijn vrienden waren niet gelovig, daarin stond ik alleen. De gedachte om het klooster in te gaan, liet me niet los.’
Op de havo zat de Bijbel in haar boekenpakket, waardoor ze de kans kreeg er voor het eerst zelf in te gaan lezen. Ook benutte ze de mogelijkheid om vrijwel dagelijks naar de kerk te gaan.
Na de havo besloot ze als au pair naar Frankrijk te vertrekken. ‘Ik wilde helemaal op mezelf teruggeworpen worden.’ Maar ook in Frankrijk kon ze haar bestemming niet vinden. Terug in Nederland deed ze mee met ‘Geef een jaar van je leven’, in een klooster in Sittard. Daarna was de beslissing snel genomen. Ze verdween het klooster in en zou er pas tien jaar later weer uitkomen.

Ongelukkig

Dat Anja het kloosterleven uiteindelijk toch weer naast haar neerlegde, was het gevolg van een jarenlange worsteling. Die begon eigenlijk toen haar zus kinderen kreeg. ‘Het ging knagen. Ik voelde onrust. Ik wilde ook kinderen. De anderen zeiden dat ze dat ook gehad hadden en dat het wel over zou gaan, dus stopte ik het weg. Maar het ging niet over.’
Een ontmoeting met Jan-Willem, haar toekomstig echtgenoot, verergerde haar onrust alleen maar. ‘Ik dacht: plicht is een goede vriend. Ik probeerde mijn verliefdheid uit te blussen en dat lukte ook wel in bepaalde mate. Maar toen was alles weg. Ik was ongelukkig.’
Wat volgde, was een pijnlijke gewetenskwestie, omdat Anja wel de eeuwigheidsbelofte in het klooster had afgelegd. ‘Wat de doorslag gaf, was dat ik eerlijk in mijn relatie naar God wilde zijn. Het leek me niet de bedoeling dat ik ongelukkig in het klooster moest blijven. Maar ik vind het nog steeds lastig, die keuze.’

Kleuterklas

Inmiddels woont Anja in Leusden, getrouwd met Jan-Willem en moeder van twee dochters. Ze is lid van de NGK Amersfoort-Zuid. In de begintijd na haar uittrede uit het klooster zocht ze de rooms-katholieke kerk nog wel op, maar daar kon ze het niet meer vinden. Ze miste de intimiteit van de gemeenschap. En misschien speelde ook mee dat ze ontdekte dat ze eigenlijk helemaal niet zo katholiek was. ‘Ik heb nooit tot de heiligen gebeden en zag de eucharistie ook helemaal niet zoals de katholieke leer dat zegt.’
Bovendien snapte haar Nederlands Gereformeerde vriend Jan-Willem weinig van de symboliek. Omdat hij theologie studeerde en er plannen waren om dominee te worden in de NGK, besloten zij daar lid te worden. Eerst in Utrecht, daarna Hilversum en nu al vier jaar in Amersfoort-Zuid.
‘In het begin ben je continu aan het vergelijken. Maar dat slijt, je went op een gegeven moment’, vertelt ze. Zo moest ze ontzettend wennen aan de muziek. ‘Ik kende geen één lied en de toonzetting was compleet anders. Soms was de tekst bekend, maar dan was de wijs heel anders. En de psalmen en gezangen staan in zo’n mineurstemming. Het katholiek geloof is veel blijer.’
Kletsen tijdens de collecte was nog zoiets waar ze zich zeer over verwonderde in het begin, maar waar ze nu zo aan gewend is dat ze zelf ook af en toe meedoet. ‘Ik ben opgegroeid met het idee dat je in het huis van God bent. Dan heb je een bepaald respect. Door ouwehoeren en lachen word je uit die sfeer gehaald. Dat viel me echt op. Het was net een kleuterklas.’
Aan de andere kant vond Anja de warmte die de gemeente uitstraalde door actief samen te zingen heel mooi. En ook de preken bevielen haar erg. ‘Die waren geweldig. De diepgang vind ik mooi, mooier zelfs dan wat ik kende.’

Kaal

Maar niet alles went, heeft Anja inmiddels ontdekt. Ze blijft tegen dingen aanlopen die ze in haar ‘katholieke tijd’ veel mooier en diepgaander vond. Want ondanks de moeite die ze in het klooster ervaarde, hadden haar jaren daar ook vele goede kanten.
Vooral de ‘sacramenten’ vindt ze in de NGK erg kaal. ‘Ik mis de eucharistie. Er wordt hier zo weinig avondmaal gevierd en als het gebeurt, is het een stijve bedoening. Het is mooi om het sterven van Christus te gedenken, en je moet er niet lichtzinnig mee omgaan, maar het is allemaal zo formeel met al die formulieren.’
Anja mist ook de kinderen aan de avondmaalstafel. Zelf deed ze op haar zevende communie en dat moment maakte een grote indruk op haar. Ze is er daarom van overtuigd dat je kinderen kunt bijbrengen wat er tijdens het avondmaal gebeurt, zodat ook zij mee kunnen doen. ‘Je kunt ze erop voorbereiden. Want waar het om gaat, is de liefde voor God, en die is ook in het hart van een kind.’
Het sacrament van de doop zoals die in de NGK bedient wordt, heeft haar ook sterk verbaasd. De eerste keer dat ze een doop meemaakte, was die van haar eigen dochter. ‘Mán, wat was dat raar! Ik dacht: zijn we nou al klaar? In de rooms-katholieke kerk gebeurt de doop niet in een dienst, maar in besloten kring. Er gebeurt dan van alles met het kindje; het wordt bijvoorbeeld ook gezalfd en er zijn allerlei symbolen met kaarsen en zout. Maar hier was het zo kaal. Klets, het water erop en dan is het klaar.’

Kruisteken

Wat Anja misschien nog wel het ergste mist, is de symboliek. ‘Ik zit vol met symboliek. Dat mis ik heel erg.’ In haar kloostertijd kreeg ze heel de rijke traditie aan katholieke symboliek met zich mee, maar in het sobere gereformeerde leven is daar weinig van terug te vinden.
Het sterkst voelt ze dat met Pasen. De rooms-katholieke liturgie brengt je dieper bij de inhoud, vindt ze. Die volgt de gang van Jezus van witte donderdag tot paasmorgen. ‘Het past zo goed bij wat er gebeurt. Het is zo mooi. Als onze kinderen langer kunnen opblijven, neem ik ze zeker mee.’
Haar kinderen leert ze ook het kruisteken en ze besteedt met hen aandacht aan bepaalde tijden van vasten. Niettemin wil ze wel dat haar kinderen in de NGK opgroeien, vanwege het gebrek aan catechisatie en Bijbelonderwijs dat ze in haar eigen jeugd ervaren heeft in de rooms-katholieke kerk.

In haar gemeente komt Anja wel eens met voorstellen om meer symboliek in de dienst te krijgen, maar dat blijkt lastig te zijn. ‘De ene gemeente is opener dan de andere en de dominee speelt natuurlijk ook een bepalende rol. Bovendien zijn oudere mensen aan hun structuur gewend en het is niet goed om hen aanstoot te geven.’
Ze zou best wat vaker iets vanuit haar achtergrond kunnen inbrengen in de kerk, vindt ze. Maar los van dat kan ze het goed vinden in de NGK. ‘Het is niet de ware kerk, maar nergens bestaat een volmaakte kerk. Overal gebeuren prachtige dingen, overal is God aanwezig.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief