Geen klachten wegens seksueel misbruik in NGK
2010-04-02
HOUTEN - In de afgelopen jaren heeft de klachtencommissie van de NGK geen enkele klacht van Nederlands Gereformeerde kerkleden wegens seksueel misbruik ontvangen. Dat meldt de Commissie meldpunt seksueel misbruik in haar rapport aan de Landelijke Vergadering van Houten over de periode 2007 t/m 2009. De kerkelijke klachtencommissie werd in 2001 door de LV in het leven geroepen om als onpartijdige instantie op afstand van de plaatselijke gemeente een oordeel te vellen over klachten van seksueel misbruik in gemeenten.- Jaargang 54
- nummer 7
De NGK zijn samen met GKV en CGK ook verantwoordelijk voor het Meldpunt Seksueel Misbruik. Daar kunnen mensen (eventueel anoniem) terecht die slachtoffer zijn geworden of dreigen te worden van seksuele intimidatie en/of misbruik door iemand die binnen de kerkgemeenschap een bepaalde functie bekleedt. Het Meldpunt biedt onder meer informatie en advies, begeleiding bij het maken van keuzes, eventuele verwijzing naar de klachtencommissie van een van de kerken, begeleiding voor, tijdens en na de procedure bij de klachtencommissie en doorverwijzing naar intensievere vormen van hulp. Blijkens het commissierapport wordt het Meldpunt jaarlijks tussen de vijftig en honderd maal telefonisch of per e-mail benaderd; daarbij ging het in de afgelopen jaren in een op de tien gevallen om (mogelijk) seksueel misbruik in familie-, pastorale of andere relaties. Wanneer het een melding betreft van seksueel misbruik in pastorale of andere relaties binnen de kerk, leidt dat alleen tot een klacht bij de klachtencommissie, indien de betrokkene daar zelf voor kiest. De afgelopen weken heeft het Meldpunt overigens ook een aantal telefonische klachten uit Rooms Katholieke kring binnengekregen, meldt Reinout Roukema, secretaris van de Nederlands Gereformeerde Commissie meldpunt seksueel misbruik. ‘Dan gaat het om mensen die tabak hebben van de r.k. instantie Hulp en Recht en die al googlend op ‘misbruik’ bij het gereformeerde Meldpunt terecht komen’.
Topje van de ijsberg
Volgens Roukema leidt het ontbreken van klachten wegens seksueel misbruik vanuit de NGK in de afgelopen jaren niet automatisch tot een hoerastemming: ‘In ons jaarlijks overleg met CGK en GKV hebben we het half maart uiteraard gehad over alles wat nu binnen de Rooms Katholieke Kerk boven water komt rond seksueel misbruik van lang geleden. En we hebben ons afgevraagd: Is er misschien ook bij ons veel meer aan de hand dan wij op ons bord krijgen? Dan moet je eerlijk erkennen: we weten het gewoon niet. We hebben tegen elkaar gezegd: we moeten ons niet rijk rekenen. Er leeft op dit gebied wel degelijk wat in de kerken. Je hoort dat er in sommige gemeenten wat speelt rond seksueel misbruik. Maar dat leidt niet perse tot een klacht bij de commissie. Wij zitten aan het eind van de rit en zien alleen het topje van de ijsberg. En de laatste jaren zelfs geen topje’.
De klachtencommissies van CGK, GKV en NGK werken nauw samen. ‘We maken gebruik van elkaars deskundigheid’, benadrukt Roukema. ‘Alle drie kerken zijn betrekkelijk klein. Uit overwegingen van onafhankelijkheid en om mogelijke loyaliteitsproblemen te voorkomen doen we het in de praktijk vaak zo, dat een klacht vanuit de GKV niet door GKV-ers wordt beoordeeld, maar door leden van de CGK- en NGK-klachtencommissie, en omgekeerd. Zelf ben ik de afgelopen jaren betrokken geweest bij de behandeling van drie klachten uit de andere kerken. Die klachten zijn alle drie gegrond verklaard en hebben ook tot sancties tegen de betrokken ambtsdragers geleid. En kijk, de Nederlands Gereformeerde Kerken zijn weliswaar kleiner dan de beide andere kerken, maar niet wezenlijk anders. Hooguit wat opener, wat rond deze thematiek een voordeel is. Maar ondanks het feit dat er de laatste jaren geen klachten binnenkwamen, kunnen we niet zeggen: dit gebeurt bij ons niet’.
Slager
Wat vindt Roukema van het de laatste tijd veel gehoorde verwijt dat het in kerkelijk verband behandelen van klachten wegens seksueel misbruik neerkomt op ‘een slager die zijn eigen vlees keurt’ en dat zoiets beter ‘onafhankelijk’ buiten de kerk kan gebeuren? ‘Het alternatief is dan in feite aangifte doen bij de politie. Daar kunnen slachtoffers voor kiezen en in de begeleiding vanuit het Meldpunt komt die mogelijkheid ook aan de orde. Maar als ze aangifte doen, hebben ze geen enkele grip meer op wat er verder gebeurt. Ze kunnen hun aangifte niet intrekken en ze lopen het risico in dat proces opnieuw slachtoffer te worden. Veel klagers gaat het in mijn ervaring vooral om erkenning van wat hen in eigen kring is overgekomen. Natuurlijk weerhouden we hen er niet van om aangifte te doen. Maar die afweging hebben ze al in een eerder stadium gemaakt. Ze komen juist bij de klachtencommissie, omdat ze geen aangifte willen doen. Want die biedt juist een alternatief voor het strafrechtelijke traject’.
Bekend?
Het is wel de vraag, of het bestaan van het Meldpunt en van de klachtencommissie binnen de kerken voldoende bekend is. Weten (potentiële) slachtoffers van seksueel misbruik in de gemeenten, dat het Meldpunt er is en dat ze daar terecht kunnen? Volgens Roukema heeft de commissie in 2009 aan alle kerken een brief met informatie over het Meldpunt voor in het kerkblad en een poster voor op het prikbord gestuurd. ‘Maar we weten niet wat daarmee gedaan is. In mijn eigen gemeente hangt de poster achter in de kerk en ben ik door de kerkenraad voor een gespreksavond uitgenodigd, maar ik heb geen idee hoe dat in andere gemeenten is. Misschien moeten we daar scherper op worden en bijvoorbeeld iets aparts gaan doen voor jongeren in de gemeenten’.
In haar rapport aan de Landelijke Vergadering stelt de commissie een protocol in het vooruitzicht dat van stap tot stap aangeeft wat een gemeente moet doen bij geruchten of informatie over mogelijk seksueel misbruik en welke zorgvuldigheidseisen daarbij in acht moeten worden genomen. Dat protocol, dat is afgeleid van het protocol waar men in de PKN goede ervaringen mee heeft opgedaan, zal op korte termijn naar de kerken worden gestuurd. Er wordt een pool van gemeentebegeleiders uit CGK, GKV en NGK gevormd die als onafhankelijke deskundigen gemeenten bijstaan vanaf het allereerste moment dat sprake is van (geruchten van) seksueel misbruik.