For better and worse
1996-01-26
Zij was er altijd.- Jaargang 40
- nummer 2
Als de zon in de ramen scheen, maar ook als er zware donkere wolken over levens van mensen trokken.
Juist dàn was ze er.
Ze was een vrouw met een warm hart.
Bewogen met het zwakke.
Nooit was haar iets te veel.
Ze vertoonde het beeld van haar Heer, die zich ontfermde over een ziek mens.
Vooral het lot van oudere mensen trok ze zich aan.
Zij die geen helper meer hadden.
Van wie het 'maatje' gestorven was.
Dan was zij er.
Ze deed het niet zuchtend: "En wie denkt er nou eens aan mij?"
Ze deed het graag.
Het vulde haar leven.
Tot haar man een oogziekte kreeg.
Hij ging de ziektewet in.
Later de WAO.
Een zware tijd.
Een gevoel uitgeschakeld te zijn.
Een verbrand broodje bij de bakker.
Toen was ze er voor haar man.
En stond ze naast hem.
Nee, niet op korte afstand hem volgend.
Ook niet, toen hij radeloos z'n klacht naar God uitschreeuwde in het bos.
Ze liep naast hem.
Wel met een steek in haar hart vanwege het geweld naast haar.
Maar tóch...
Ze gaf alles aan hem.
Haar tijd, haar invoelingsvermogen, haar liefde.
Zo had ze toch beloofd, toen ze met hem trouwde?
Nou dan!
Velen laten het afweten.
"Wat heb ik nu nog?"
Ze laten de zorg-dichtbij liggen en zoeken compensatie in de zorg-verderweg.
Maar zij niet.
Zij cijferde zichzelf weg.
Zij dacht aan hem.
Zijn strijd was haar strijd.
En samen dachten ze aan God, die hen vijfentwintig jaar geleden aan elkaar gegeven had.
Zij liepen naast elkaar.
En naast hen liep God.
Zo was het goed.
Trouw aan elkaar. Zo hadden ze 't beloofd voor Gods aangezicht.
For better and worse.
In goede en kwade dagen.