Dagopening
1996-01-26
Martin: 16 jaar, levenslustig en vol idealen. Af en toe kwam hij in de kerk. Dat gebeurde op uitnodiging van Kees, een klasgenoot. Van huis uit was hij geen kerkdiensten gewend.- Jaargang 40
- nummer 2
Toch was hij nieuwsgierig. Na afloop van de dienst ging hij meestal met Kees mee naar huis. Daar vond hij iets wat hij thuis miste. Martins ouders waren gescheiden, zijn moeder woont samen met een nieuwe vriend.
Martin had ook zijn ideeën over de preek. Hij kon kritisch zijn. Dat was een doorgewinterde scholier op het VWO ook wel toevertrouwd. "Toen die dominee het weer een keer zei, wist ik het wel. Dat had hij de vorige keer ook al verteld. Dat hoeft van mij geen twee keer."
Na de kerkdienst kwam het gesprek op één van de leraren op school.
Deze leraar begon de dag altijd met een dagopening. Hij was de enige op de hele scholengemeenschap. Je hoorde er vaak over. Als de naam van die leraar genoemd werd, noemden de leerlingen meteen ook de dagopening.
De ouders van Kees wisten niet eens welk vak de leraar gaf, ze wisten alleen dat hij de lessen op die manier begon.
Kees vond het maar onzin dat die leraar de dag begon met een dagopening.
Daar heeft niemand toch meer een boodschap aan? Iedereen vindt het gek! Waarom doet hij het dan?
Martin sprong er bovenop. "Vind je dat gek? Ik vind het prima. Waarom mag dat niet? Het heet hier toch een christelijke school? Hij is de enige die daar nog iets van laat zien! Als dat ook al niet mag... Nee hoor, hij heeft groot gelijk. Zo merk je er tenminste nog een klein beetje van. En wat hij zegt, ik ben het lang niet altijd met hem eens, maar het is toch niet zo gek. Van mij mág-ie!"
Van die visie van zijn niet-kerkse vriend was Kees toch wel even stil....