Liefhebben en lef hebben

1996-02-09
  • Jaargang 40
  • nummer 3
Wie heeft er nog het lef om zijn liefde en trouw uit te spreken?
We zien het zo vaak mislukken als een mens zich verbind tot de dood hem scheidt, aan een mens of aan God.
En als we naar ons eigen leven kijken… kunnen we ons zelf wel vertrouwen?

Niet weglopen Petrus ontmoet de Heer, aan het meer van Tibérias. Petrus ontmoet zijn Heer, voor wie hij door het vuur had willen gaan, door de dood heen als het moest. Dat bleek teveel om waar te maken. De Heer is voor Petrus door de dood heen gegaan en niet andersom. Wat pijnlijk. Mensen die je hebt teleurgesteld, ga je maar liever uit de weg. Geen mens is zo'n bedreiging als de mens aan wie je ziet hoezeer je faalt. Vandaar waarschijnlijk dat Jezus zulke felle reacties opriep.
Waar Hij was, kwamen goed en kwaad aan het licht.
Petrus loopt niet weg voor zijn Heer.
Zojuist is hij door de Heer van het water gevist. Dat was Petrus' vak: vissen, maar hij had niks gevangen tot de Heer vanaf de kant instructies gaf.
Toen vond hij vis. En of dat nog niet genoeg was, lag er aan de kant al een visje op het vuur. De Heer had niks van hem nodig, zelfs niet de, door zijn toedoen, gevangen vis. Petrus heeft geen eer meer te verliezen, als visser niet en als leerling niet. Zou er geen plek zijn waar Petrus wel uit de voeten kan met zijn gaven? Petrus wil nergens anders heen.
"Willen jullie ook niet gaan?" had de Heer op een keer gevraagd toen erg veel mensen bij Hem wegliepen omdat het te moeilijk werd. "Waar zouden we heen?" had Petrus toen al gezegd, "alleen bij U zijn woorden van eeuwig leven". Petrus heeft alles op één kaart gezet.
Dan vraagt Jezus drie keer: "Heb je mij lief?" Het is een wonderlijke manier van vergeven, van iets wel en niet ter sprake brengen. Jezus vraagt niet of Petrus het in het vervolg anders gaat doen, of hij nu iets begrepen heeft, alleen: "Heb je mij lief?"
Ontvangen is moeilijk Zo gaat Jezus om met vrienden. Wantrouwige, door zonde gewonde mensen komt Hij niet zo na. Zacheüs, in de boom verscholen, de Samaritaanse vrouw, in de hitte van de dag, bij de put, Jezus vraagt hen te eten en te drinken. Alsof Hij van hen wel iets nodig heeft. Hij vraagt ze iets te geven, want als je geven kunt ben je sterk en waardevol. Zo durven ze zichzelf te laten zien en uiteindelijk ook te ontvangen. Tegen zijn vrienden waagt Jezus te zeggen: ontvangen is' hier meer dan geven. Dat zegt Hij tegen Martha: kom erbij zitten en hou op te rennen, en tegen Petrus: laat je voeten wassen.
Zou Petrus daardoor zijn kracht en zelfvertrouwen zijn verloren en op de vlucht zijn geslagen? Eerst die voetwassing (eigenlijk had hij dat toch moeten doen), vervolgens in slaap zakken, nadat Jezus hem gevraagd had wakker te blijven en het dan niet meer goed kunnen maken door zijn meester met het zwaard te verdedigen?
Ja, durven zeggen Nu vraagt Jezus: heb je mij lief? Dat gaat boven geven en ontvangen uit. In een liefdesrelatie gaat het niet meer over geven en nemen. Daar zoek je ' naar eenheid, onafhankelijk van wie wat doet. In echte liefde zoek je niet naar een evenwicht, zoals we zo vaak doen in onze relaties, waarin elke daad wordt betaald met een bedankje.
Petrus zegt 'ja'. Hij aarzelt ook niet en voegt niet iets toe als: ik hoop dat ik het waar kan maken. Is hij zo zelfverzekerd?
Ik denk het juist niet. Hij zegt 'ja', zoals hij over het water liep. Hij zegt 'ja', omdat hij naar Jezus kijkt en niet naar zichzelf. Dat is blijkbaar de goede houding, nu vertrouwt Jezus I hem iets toe: zijn lichaam op aarde.
Drie keer vragen en drie keer een opdracht. Door die drie keer wordt Petrus toch weer teruggewezen naar zichzelf. Wat je drie keer zegt is waar in de symboliek van de bijbel. Maar het zal Petrus ook hebben doen denken aan de drie keer, dat hij had gezegd Jezus niet te kennen. De geur van het kolenvuur zal dat nog versterkt hebben. De soldaten stonden zich aan zo'n vuur te warmen. Hij wordt er verdrietig van. Blijkbaar moet hij zijn eigen falen wel onder ogen zien en toch niet bang worden. "Ach Heer", zegt Petrus, "U weet dat ik U liefheb." Petrus doet het enige wat hij kan doen. Niet naar zichzelf kijken en zeggen: "Ik zal doen wat ik kan", of "De volgende keer wordt het beter".
Nee, hij kent zichzelf inmiddels, maar hij kent Jezus ook en, oog in oog met zijn eigen falen, doet hij daar een beroep op.
Hoe vaak moeten wij tegen onze eigen onmacht aanlopen, hoe vaak moeten we teleurgesteld worden in onszelf, voor we echt bruikbaar zijn in het Koninkrijk?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief