De Kerk en de asielzoekers (2)

1996-02-09
  • Jaargang 40
  • nummer 3
Onderstaand treft u het tweede deel van het referaat aan, dat P.J. van Kampen op de in 1995 gehouden Diaconale Conferentie heeft gehouden, aan. In dit deel besteedt Van Kampen allereerst aandacht aan de opvang van asielzoekers in ons nationale verleden.

Asielzoekers in ons nationaal verleden
In de eerste plaats moeten we constateren dat er inderdaad ook in ons eigen Nederlandse verleden zulke vluchtelingenstromen zijn geweest. Tenminste driemaal in de laatste vijfhonderd jaar heeft een aanzienlijke groep 'asielzoekers' aan onze poorten geklopt. In geen van die gevallen was dat tevergeefs!
Rond 1575 kwamen er Protestanten uit de Zuidelijke Nederlanden naar de regio benoorden de rivieren, op zoek naar vrijheid en rust. Ze zijn in onze samenleving goed opgevangen en ook snel geïntegreerd. Ja, zegt u, maar dat waren landgenoten. Er was geen probleem met taal en cultuur. Dat is juist.
Maar er waren ook anderen. Rond 1605 kwamen Joden die uit Portugal gevlucht waren (en daarvoor uit Spanje naar Portugal waren uitgeweken) met het verzoek om zich hier te mogen vestigen.
Opmerkelijk was dat wel, want op dat moment waren onze voorvaderen nog in hevige strijd gewikkeld met diezelfde Spaanse grootmacht die deze Joden in grote druk had gebracht. Wie weten wil hoe goed het hun hier vervolgens vergaan is moet eens een boek lezen als van Meyer Gans, Het

Memorboek.
Amsterdam is 'het Jeruzalem van het Noorden' gaan heten, Mokum, tehuis. De komst van Joden heeft ons land en vooral onze grote steden bijzondere welvaart gebracht, door hun bijdrage aan handel en diamantindustrie.
't Is anderzijds evenzeer duidelijk te zien hoezeer de landen van herkomst, Portugal en Spanje, door hun kwaadwillig uitstoten van deze mensen zeer aanzienlijke schade geleden hebben.
Door de komst van Joden is onze culturele verscheidenheid bevorderd en heeft het ons land ten zeerste verrijkt.
Precies hetzelfde is gebeurd in de jaren na 1685, toen de Franse Zonnekoning 0 trouweloos het Edict van Nantes ver- Z brak. Waar een vroegere vorst aan de u~.
Calvinistische Hugenoten reële geloofsvrijheid had toegezegd, werd 't verdrag verbroken. Aanzienlijke groepen Calvinistische geloofsgenoten ontvluchtten het land, belandden hier of vertrokken naar Engeland of de Kaapkolonie. Ook in dat geval heeft betoonde gastvrijheid de gastlanden groot voordeel gebracht, economisch, cultureel en godsdienstig.
De herdenking van 1685, nu 10 jaar geleden, liet zien hoe groot de bijdrage geweest is die deze Hugenoten geleverd hebben aan de opbloei van onze cultuur. Tot driemaal toe nam derhalve ons kleine land met z'n beperkte oppervlak aanzienlijke groepen aangevochten geloofsgenoten of in verdrukking gebrachte andersdenkenden barmhartig op. Het ging onmiskenbaar om veel kleinere aantallen vluchtelingen en asielzoekers dan die nu een beroep op onze gastvrijheid doen. Evenzeer is duidelijk dat de 'autochtone bevolking' destijds veel kleiner was dan nu het geval is. Procentueel was daarom de stroom van 75.000 Franse Hugenoten en 150.000 protestantse Vlamingen en Walen toen groter dan nu ... Toen ging het om 11% van de bevolking, tegen 5% nu. De vraag die we ons nu moeten stellen is: kan de geschiedenis zich op dat punt herhalen? Kan opname van in gevaar verkerende buitenlanders opnieuw ons land en volk goed doen?
Ik denk dat we inderdaad hierop 'ja' mogen zeggen.

De hand van God?
Daar komt nog een ding bij en dat is van groter belang. Ik wil hiervoor citeren uit een televisie-interview dat ik drie jaar geleden afnam in de wereldstad Chicago.
Dr. Ray Bakke, expert op het gebied van stadssamenlevingen, zei het volgende: "Ik woon al 26 jaar in Chicago; op ruim een vierkante kilometer van de stad wonen 60.000 mensen.
Meer dan zestig nationaliteiten zijn hier vertegenwoordigd. In mijn wijk komt 35% van de mensen uit Afrika, 28% uit Azie, 21% is Spaanstalig en selchts 14% heeft mijn blanke huidskleur ... Op onze middelbare school, waar mijn zonen op hebben gezeten, wordt in elf talen les gegeven. De diensten in mijn kerk worden gehouden in zes talen! Ik zie op alle contintenten hetzelfde gebeuren als wij hier meemaken: de hele wereld komt naar de stad." De vraag is: hoe reageer je daar dan op?
Zijn antwoord: "Als je een volbloed nationalist bent - je houdt van je eigen land en je eigen cultuur, die de beste is in de hele wereld - is dit proces wellicht een groot probleem. De politiek moet erg aan dit verschijnsel wennen en het is eveneens een zaak voor de hele gezondheidszorg om zich hierbij adequaat aan te passen en denk eens aan het onderwijs. Alle instellingen in ons land hebben er weet van. Anderzijds, als je echt gelooft dat God er is en dat dit zijn wereld is, moet je de mogelijkheid overwegen dat Hij het is die de hele wereld naar onze steden brengt!
Hij heeft daar het recht toe! Dat geldt ook voor de mensen die Hij naar onze steden brengt. Dat zou voor ons reden kunnen zijn om Hem daarvoor te danken en ons te verheugen om de kansen die ons zodoende worden geboden.
Door dit alles heeft ons zendingsveld zich namelijk ook verlegd van cultuureel ver van ons verwijderde gebieden naar onze eigen woonplaats. De geografisch ver verwijderde plaats, die onze voorouders kenden, bestaat niet meer; we hoeven nu alleen maar de straat over te steken."

Onze taak
Ik vat samen. Niet voor het eerst heeft ons land en volk met asielzoekers te maken. Niet voor het eerst melden mensen van andere (of gelijke) cultuur en taal en religie die zich aan onze poorten. Bij vorige gelegenheden is het Nederlandse volk in dat beleid van barmhartigheid gezegend. Een automatische zaak zou ik de zegen niet noe men, zij het dat de Schrift met nadruk stelt dat gerechtigheid een volk verhoogt.
Nu hebben we te maken met asielzoekers wier leven vaak direct bedreigd wordt. Maar al te vaak gaat het om mede-christenen, zij het dat dezen vaak tot een andere traditie behoren dan de Protestantse. Inderdaad, het gaat ook vaak om Moslims, Hindoes (Tamils) of Boeddhisten (Vietnamezen), maar ook dan moet men zeggen dat die moslims zich geregeld erg aangevochten voelen in hun geloof; de regeringen die zich soms zeer nadrukkelijk als islamitisch profileren zijn immers verantwoordelijk voor grootschalig kwaad en schending van de mensenrechten ... Of als het om de aanzienlijke aantallen Algerijnse asielzoekers gaat, willen zij de gruweldaden van de fundamentalistische oppositie uit de weg gaan. Als er ergens moslims erg openstaan voor het Evangelie, zeggen mensen met ervaring, zijn 't islamitische asielzoekers in onze streken! Ook dan echter moet men men zich de vraag stellen of bij uitstek die religieuze kwetsbaarheid ons tot een ruimhartig opname beleid mag/moet motiveren?
Maak je zo niet gauw misbruik van andermans kwetsbaarheid en heeft de Here Jezus ons dat nu zo geleerd? Het belangrijkste in dit alles is de vraag: Stel je voor dat de Heer van de historie inderdaad bezig is, om Zijn motieven, om zulke groepen mensen naar het 'christelijke' Westen te laten komen?
Heeft Hij dan, wat ons betreft, het Recht om zo te handelen? Zijn wij in dat geval dan gelovigen die aan dat Plan van de Here bereid zijn mee te werken? Zijn we bereid te helpen, omdat dat tot de gehoorzaamheid hoort die Hij van ons vraagt?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief