Worden als een kind
1996-02-23
De meester had met haar nooit iets te stellen.- Jaargang 40
- nummer 4
Zij was zet jaar en zat eerbiedig recht.
Hij had verteld. Zij moest terug vertellen.
Zacht werd zij door haar ogen voorgezegd.
En God en Henoch waren kameraden.
Dus God kwam vaak bij Henoch op bezoek.
Nadat zij samen voor de kwaden baden.
Las God een stukje uit zijn eigen boek.
Eens zei de Here op een mooie morgen:
,,Zeg, Henoch, ga je mee een eindje om?
Je vrouw zal dan wel voor het eten zorgen.”
En Henoch zei: ,,’t Is goed hoor, God ik kom!”
Hij durfde wel zijn kindren achterlaten.
Hij riep: ,,Tot straks!”en deed de deur op slot.
Zij hadden samen heel veel te bepraten.
Dus Henoch wandelde aldoor met God.
De vogels wisten wel voor Wie zij zongen.
En alle bloemen kwamen nu aan bod.
De herten kwamen dichtbij met hun jongen.
En Henoch wandelde aldoor met God.
Totdat op eens - ,, o Heer!”, zei Hij geschrokken.
,,Wij zijn al veel te ver; daar staat Uw Huis!
’t Is lang geleden al, dat wij vertrokken…
Hoe kom ik ooit alleen weer veilig thuis?”
,,Och Henoch”, zei de Heer, om tijd te winnen,
- Je komt toch later bij mij wonen, - zeg.
Ga nu dan maar gelijk met Mij naar binnen!”
En Henoch was niet meer: God nam hem weg.”