Sion als verzamelplaats van de armen

1996-02-23
  • Jaargang 40
  • nummer 4
Psalm 146 die we straks aan tafel willen zingen is een blij lied. Toch is er veel leed en ellende in samengebracht. Je vindt er een optocht in van verdrukten, hongerige, gevangenen, blinden, gebogenen, vreemdelingen, wezen en weduwen. U zegt: De psalm is blij, omdat al deze ongelukkigen geholpen worden. Dat is ook zo. Maar toch, het valt op dat ze hier zo samen de revue passeren. Dat komt omdat het hier over Sion gaat, zoals het einde van de psalm verraadt. Sion is de plaats waar deze door het leed getekenden heengaan en zich verzamelen. Sion is als het ware de magneet die ze aantrekt.

Zo staat het in dat woord van Jesaja dat we lazen: "Wat zal men de gezanten des volks antwoorden? Dat de HERE Sion gegrondvest heeft en dat daarin de ellendigen van zijn volk zuIlen schuilen." Sion als de schuilplaats van de ellendigen. In Psalm 147, de psalm waar we vanmorgen mee zijn begonnen, hoor je hetzelfde: "De HERE bouwt Jeruzalem, Hij verzamelt Israëls verdrevenen; Hij geneest de gebrokenen van hart en verbindt hun wonden."
En in Psalm 132 staat dat de HERE Sions armen met brood zal verzadigen.
"Haar armen," staat er dan. Die zijn er dus niet maar toevallig, nee, ze horen daar. Waar moeten ze anders heen?

In die tekst van Jesaja die we kozen gaat het hierover dat er gezanten uit het land van de Filistijnen in Jeruzalem komen die Juda wilden overhalen om zich met hen in een onzeker politiek avontuur te storten. Opstand maken tegen de machtige Assyriërs.
Maar, voorziet de profeet, als Jeruzalem daar intrapt zal er niets terecht komen van de taak en plaats die Gods volk in de wereld heeft. Het gaat er immers niet om dat het een politiek machtig bolwerk zal zijn tegen allerlei gevaar en nood, nee, Sion zal de plaats blijven waar men juist afziet van eigen politiek en handigheid en het van de Here God verwacht. Niet een plek waar men zich zelf sterk maakt maar een plaats waar men de goede verhouding met de Here God zoekt om zo de moeiten des levens het hoofd te kunnen bieden.
Dat is nog steeds zo. Het gaat er niet om dat de kerk een politieke of maatschappelijke faktor van betekenis is, maar het is de verzamelplaats van mensen die met ongeneselijke wonden rond lopen waarvoor ze alleen van de Here hulp verwachten en krijgen.
Wat mij opvalt in deze tijd is dat de gemeente inderdaad steeds meer dat karakter krijgt. Het is de verzamelplaats van de mensen die aan het kortste eind trekken. Hier komen mensen schuilen die (om maar iets te noemen) door hun partner gedumpt zijn.
Of mensen die proberen eerlijk zaken te doen en dan merken dat anderen hun een slag voor zijn. Of mensen die in eigen land door een tyranniek bewind achterna gezeten worden en nu een opvang, een asiel zoeken.
Armen, in de rijke variatie van betekenissen die dat woord in de bijbel kan hebben.

Waarom zoeken die dan Sion op?
Omdat ze daar van hun problemen afgeholpen worden? Lang niet altijd.
Maar ze worden hier gerechtvaardigd, in het gelijk gesteld. Sion is in het Oude Testament de plaats van de genade, van de verzoening, van de vergeving, kortom van Immanuël (God met ons). Hier worden ons de zonden vergeven en daardoor kunnen wij het hoofd oprichten en zeggen: Wie ons ook dumpt of verongelijkt of koeioneert, van Hem mogen wij er zijn!
Sion is in de bijbel een voorgestalte van onze Here Jezus Christus. Wanneer Hij zelf in de wereld komt neemt Hij die plaats van Sion in en wordt Hij de verzamelplaats van de armen. Dan trekken ze op Hém aan. In de oude bedeling had de Here Sion gegrondvest waar de ellen-di gen mochten schuilen.
In het Nieuwe Testament is Jezus de magneet die het aangeschoten wild aantrekt. Denk maar aan de bergrede: "Zalig de armen van geest want hunner is het koninkrijk der hemelen ...
Zalig de treurenden want zij zullen vertroost worden ... Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het koninkrijk der hemelen."
Hier zingt de Here Jezus ons Psalm 146 op z'n nieuwtestamentisch voor en verzamelt Hij de armen om zichzelf heen.
En waarom die zaligsprekingen?
,Zalig? Vergeten wij hier een ogenblik onze sores omdat we elkaar zien? Is dat die zaligheid? Nee, als we alleen mekaar zouden hebben dan zouden we eerder zielig dan zalig zijn. Nee, wij zijn verzoende mensen, wij mogen zomaar voor God komen. En er is niets in het leven dat ons sterker doet staan dan juist dat. Het is dan ook niet de bestraffing van anderer zonde waarop wij hier hopen. Maar het is de vergeving van onze eigen zonden waarin wij hier roemen.
Psalm 146 is een lied dat vanuit de kapotte levens van velen gezongen wordt. En toch is het geen klaaglied.
Het is een lofzang. Wij scharen ons met onze wonden om Christus heen.
Hij heelt de gebrokenen van hart.
Omdat Hij ons bij de Vader brengt.
De wereld nodigt ons uit onszelf te helpen en ons eigen mannetje te staan en onze eigen boontjes te doppen.
Zoals die Filistijnse gezanten dat in Jeruzalem ook kwamen voorstellen.
Maar wat zullen wij de wereld antwoorden?
Dat de Here Sion gegrondvest heeft, dat Hij de Here Christus gegeven heeft en dat daar en bij Hem de ellendigen van zijn volk mogen schuilen.

Als wij zo met de Here Jezus aan tafel zijn geweest dan kunnen wij het leven weer aan. Want we weten; Het komt goed, hoe dan ook.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief