'Gemeente-zijn naar binnen, gemeente-zijn naar buiten' (1)

1996-02-23
  • Jaargang 40
  • nummer 4
Op de op 11 nov. van het vorige jaar te Utrecht gehouden ouderlingenconferentie sprak drs. H. de Jong uit Zeist over bovengenoemd onderwerp. Omdat deze toespraak in de pers nogal wat aandacht heeft getrokken en er nogal eens uit geciteerd en naar verwezen is, leek het de redactie goed om deze toespraak in zijn geheel af te drukken in ons blad. Iedere belangstellende kan dat uit de eerste hand vernemen wat er op de ouderlingenconferentie door onze oud- redacteur is gezegd. Vanwege de lengte kan de toespraak echter niet in één keer gepubliceerd worden. Onderstaand vindt u het eerste deel, in de komende nummers het gevolg.

Een gefrustreerd 'binnen' -gevoel
Ik acht het niet onmogelijk dat degene die dit onderwerp bedacht heeft, dat gedaan heeft vanuit een zeker minderwaardigheidsgevoel.
Omdat hij als ouderling alleen maar naar binnen gericht is en zich met het interne gemeentelijke leven bemoeit, terwijl alles vandaag de blik naar buiten richt.
Kerk in de wereld, kerk naar de samenleving toe, dat is het voor velen wel. De kerk zelf, wat zij is dat weten we nu wel zo'n beetje, maar die wereld, ja, die is onbekend en boeiend en daarom is gemeente-zijn naar buiten veel interessanter dan gemeente-zijn naar binnen.
Vergis ik me niet dan is er vandaag de dag een soort kompetitie gaande tussen die twee. Ze worden, de binnenwaartse en uitwaartse gerichtheid, in een konkurrentie-schema gewrongen.
De kerk is of naar binnen of naar buiten gericht en de voorkeur gaat dan uit naar het laatste. De gerichtheid naar binnen, ach, die kenmerkt zich door een ongezonde introvertie, door weinig aandacht voor zending en evangelisatie (U weet wel, het standpunt: 'De kerkdeuren staan altijd open'), weinig bekommernis voor de mensen zonder God, ze leeft bij een strenge uitverkiezingsgedachte en verkeert daardoor in een onvruchtbaar gereformeerd isolement.
De gerichtheid naar buiten daarentegen komt veel sympatieker over.
Ze is op grond van een evangelische instelling altijd te vinden voor evangelisatie, de hele uitverkiezingsleer wordt weliswaar niet ontkend maar toch een beetje achtergehouden en de grenzen van de kerk zijn open, men treedt de wereld fris tegemoet. Tja, wat heeft een ouderling daarbij dan nog te zoeken?
Hij voelt zich met zijn werk in de gemeente opgesloten. Hij mag op de winkel passen maar het echt interessante dat op straat gebeurt, daar staat hij buiten. Zou dat niet de achtergrond kunnen zijn van de opgegeven titel van vanmorgen? 'Dominee, zegt u daar eens wat over!', zoiets?

Het gaat slechts via 'binnen' naar 'buiten' toe
Wel dan, ik zou dat minderwaardigheidsgevoel dat de in de gemeente bezig zijnde ouderling kan bespringen en overvallen met wortel en tak uit willen roeien. Want er is geen buiten zonder binnen. Waar 'binnen' verwaarloosd wordt daar kwijnt 'buiten' ook weg. 'Binnen' en 'buiten' zijn nauw op elkaar betrokken. En wel in die zin dat in Gods koninkrijk de weg naar 'buiten' via 'binnen' loopt. Het is net als met de gezinnen. Welk gezin treedt in de samenleving het krachtigst naar buiten?
Het gezin dat daar het meest zijn opzettelijke best voor doet? Nee, veeleer dat gezin waar een stevig thuisfront is. En zo staat het ook met de kerk. Als ik het goed inschat is een strenge koncentratie op het eigen gemeente-zijnop de problemen daarvan en op de beloften daarbij - vandaag broodnodig om voor de wereld van buiten tot zegen te kunnen zijn. Ik zou daarvoor de hele bijbel als getuige op kunnen roepen.
Hebt u daar wel eens bij stil gestaan?
Dat de bijbel, het woord van God tot de wereld, in zijn overgrote deel zo intens en langdurig naar binnen gericht is om pas betrekkelijk laat met zijn boodschap naar buiten te gaan? Het begint in de Schrift met Adam, de mens op de aardbodem. Maar dan versmalt het zich al gauw tot Israël in Kanaän en verderop nog meer, tot het handjevol Joden in en rondom Jeruzalem. Eeuwenlang bevindt Gods volk zich op dat smalspoor, terwijl toch best wel het besef bestaat dat dat volk van God een roeping voor de wereld heeft. Maar pas wanneer in Jeruzalem onze Here is gestorven en opgestaan begint de heilsboodschap zich te verspreiden van Jeruzalem, over Judea en Samaria, tot aan de uiterste einden der aarde. Zo vertoont de bijbel als geheel de figuur van een zandloper: aan beide buitenzijden van begin en einde breed maar in het binnenste midden smal. Daaraan zie je het vóór je hoe in de bijbel 'binnen' en 'buiten' niet in een konkurrentiepositie staan, maar dat de weg naar 'buiten' via 'binnen' loopt.

Twee bijbelse voorbeelden
Ik wil hier nog even op doorgaan en nu eerst twee voorbeelden geven van dat aanvankelijk naar binnen lopen van de bijbelse lijn en pas daarna naar buiten.
En tegelijk zijn het voorbeelden hiervan dat de ene beweging met de andere te maken heeft. Er komen in het psalmboek een viertal plaatsen voor waarin met een gelijkluidende boodschap eerst Israël wordt aangesproken, vervolgens Aäron en/of Levi en tenslotte degenen die God vrezen. Eén van die vier plaatsen is Psalm 115:9-11: "Israël, vertrouw op de HERE, Hij is hun hulp en hun schild; gij huis van Aäron, vetrouwt op de HERE; Hij is hun hulp en hun schild; Gij die de HERE vreest vertrouwt op de HERE; Hij is hun hulp en hun schild."
(De andere drie plaatsen: Psalm 115: 12/13; Psalm 118:2-4; Psalm 135:19/20.) In deze teksten gaat het precies als in de bijbel als geheel, van de breedte in de engte en vandaar weer naar de breedte. Ook hier dus de figuur van de zandloper. Het huis Israëls vernauwt zich eerst tot het huis van Aäron en verbreedt zich dan ten leste tot degenen die de Here vrezen.
Voor dat laatste namelijk, het vrezen van de Here, is geen Israëlitisch bloed nodig; godvrezenden, weet de bijbel, vind je onder alle volken (vgl. Psalm 33:13-19; Hand. 10:34-36). Zodat de tekst door het noemen van die godvrezenden inderdaad uitloopt in de breedte van de volkerenwereld. Let wel, het gaat niet van Israël rechtstreeks naar de godvrezenden, maar die weg wordt over Aäron genomen. Die versmalling. die koncentratie. is eerst nodig. Blijkbaar moet er binnen Israël eerst iets gebeuren dat met Aäron te maken heeft alvorens het volk zijn wereldmissie vervullen kan. Het vertrouwen op de Here wordt eerst in een krisis gebracht en pas dan kan de oproep ertoe uitgaan tot alle godvrezenden op de wereld. Een krisis wel te verstaan die met het ambt van Aäron te maken heeft.
Hier mogen we als christenen van het Nieuwe Testament denken aan het kritieke uur op Golgota toen de Here met zijn offer het ambt van Aäron tot zijn vervulling bracht. Pas toen kwam de weg naar de godvrezenden wereldwijd open. Pas toen kon Israël zijn wereldmissie gaan vervullen.
Mijn tweede voorbeeld komt eveneens uit het psalmboek. Het gaat me nu om Psalm 76:2 en 3: ..God is bekend in Juda. zijn naam is groot in Israël; in Salem staat zijn tent en op Sion zijn woning". Vers twee van de psalm maakt de bijbelse tendens tot verruiming zichtbaar: Van het kleine Juda gaat het naar het grotere Israël en van Israël (mag je erbij denken) naar de grote wereld. In vers 3 daarentegen vind je een koncentratie uitgebeeld. De ruimere cirkel is die van Salem (=Jeruzalem) en de kleinere daarbinnen die van Sion. En ook daar mag de fantasie doordenken naar de werkelijk binnenste cirkel van Gods heilswerk waarbinnen de Heiland het Immanuëlevangelie van de goddelijke inwoning heeft voltooid.
Je zou dus dit psalmbegin als volgt kunnen expliciteren: (Vers 2) ..God is bekend in Juda, zijn naam is groot in Israël (en zijn roem wordt verteld in de wereld)". En dan vers 3: ..In Salem staat zijn tent. op Sion zijn woning (en in Christus is het Immanuëlevangelie voltooid)". En de boodschap van dit kunstige tekstgeheel kan luiden: Wil het in Israël tot een gang naar de wereld komen. dan dient eerst het Immanuëlgeheimenis tot klaarheid te worden gebracht. Anders valt er helemaal niets te boodschappen naar buiten. Aan de hand van deze twee voorbeelden wil ik dus nader illustreren dat het in de bijbel niet op een vlotte wijze van het kleine Israël naar de grote wereld gaat. dat de verbondsgeschiedenis niet door een uitwaartse passie en haast beheerst wordt waarbij alle aandacht naar binnen toe als nutteloos oponthoud en kleinzielig provincialisme wordt afgedaan.
nee. het gaat heel nadrukkelijk en heel serieus via binnen naar buiten.
via koncentratie naar verspreiding. Er zijn blijkbaar eerst naar binnen toe zaken af te handelen alvorens men de handen vrij krijgt voor buiten. En de boodschap die men voor buiten heeft.
gaat eerst binnen door een geweldige krisis heen. Zo diep is die dat er momenten zijn waarop je je afvraagt of er wel een boodschap voor buiten overblijft.

Ook het troostboek vertoont de bijbelse lijn
Prachtig vind je dat ook uitgebeeld in het Troostboek van Jesaja. de hoofdstukken 40 ev. Israël is daar de knecht des Heren waar God grote plannen mee heeft voor de wereld: ..Gij zult mijn getuigen zijn" (Jes. 43:10). Maar Israël als knecht faalt: ..Wie is er blind als mijn knecht en doof als de bode die Ik zend?" (Jes. 42:19). Ook wanneer dan vervolgens het vermoeide Israël rondom de stem van de profeten verzameld wordt. is het uiteindelijk maar een kleine rest die overblijft. de profeet met een kleine kring om hem heen: ..En Hij (de HERE) zeide tot mij (de profeet): Gij zijt mijn knecht. gij zijt dat Israël in wie Ik mij zal verheerlijken" (Jes. 49:3).
Maar voordat deze knecht tot een licht der volken gesteld wordt (Jes. 49:6) voltooit God eerst het werk met en aan zijn eigenlijke knecht. de lijdende knecht des HEREN van Jesaja 53.
Want hij is de eigenlijke inhoud van het getuigenis dat Israël in de wereld moet spreken. Als dat voornemen des HEREN met zijn eigenlijke knecht voltooid is dan wordt Israëls onvruchtbaarheld opgeheven (..Jubel. gij onvruchtbare die niet gebaard hebt... ... Jes. 54:1w) en kunnen voorts ook alle de dorstigen. dus van Israël en daarbuiten.
opgeroepen worden om te komen tot het water. de wijn en de melk van het evangelie (Jes. 55:1w).
Het gaat dus ook in het Troostboek van de breedte van Israël via de engte van Israëls gemeente en de lijdende knecht in haar midden naar de breedte van de wereld. Je zou die beweging kenmerkend kunnen noemen voor de hele werkwijze van God. We moeten dan ook niet zeggen: Nu ja. dat was toen zo; nu is dat voorbij. nu geldt alleen die gang naar de breedte nog. Het is veeleer zo dat die beweging van eerst naar binnen en daarna naar buiten zich telkens weer herhaalt. Een goed voorbeeld uit de kerkgeschiedenis is de grote reformatie. De koncentratie naar binnen toe is toen zo sterk geweest dat 'men aan uitwaartse belangstelling weinig toekwam. Zo verklaart zich het feit .dat in onze belijdenisgeschriften zo weinig gezegd wordt over zending en .evangelisatie. Men had de handen vol aan zichzelf. En zo is het steeds. zo vaak zich maar een stuatie voordoet .waarin de kerk door een krisis gaat en een nieuwe start moet maken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief