Pastorale notities
1996-02-23
Occult- Jaargang 40
- nummer 4
"Wie van jullie gelooft in de duivel?"
Niemand van de catechisanten stak z'n vinger omhoog. Gelukkig maar. Ze vertrouwden de duivel voor geen cent.
Maar toen begon een jongen te vertellen.
Z'n mondhoeken trilden er nog van.
Hij had de duivel aan het werk gezien. 't Gebeurde op school, tijdens de pauze.
Er zat een kring scholieren om de tafel.
Vóór zich een schijf met nummers. Hij stond met een paar anderen toe te kijken.
Op een afstand, zeker. Hij vertrouwde het niet. Toen één van de kring een vraag stelde, zag hij hoe het glas roodgloeiend werd. Alsof het boos werd.
Dat wàs ook zo. Zegt de bijbel niet, dat de duivel woedend kan worden, omdat hij maar een kleine tijd heeft?
Een deelnemer aan het 'spel' had gevraagd wanneer hij zou sterven.
Onze vriend hoorde de kopjes op de tafels in de ontmoetingsruimte rammeIen. Hij hoorde hoe de deuren gingen klepperen en dichtslaan. Hij zag hoe het glas naar de nummers op de tafel ging opschuiven. Het bleef steken op nummer 8. Acht dagen later stierf de jongen, , die de vraag gesteld had. Omgekomen door een verkeersongeluk.
Het was erg stil onder de jonge catechisanten, toen de jongen dit verteld had.
Hij was nóg onder de indruk. En ieder van ons voelde een lichte huiver.
Nee, niemand van de groep geloofde in de duivel. Ze waren wèl overtuigd, dat hij bestond. En héél zeker waren ze erover, dat ze geen spelletje met hem konden spelen. De duivel is geen 'speeltje'. Hij is een monster.
W.J. van der Linde. Barneveld