Niet door geweld, maar door Geest (9)

1996-07-26
  • Jaargang 40
  • nummer 15
De volgende morgen kwam de bevolking van Modeïn samen voor de officiële mededelingen van de gezant des konings.
De stemming onder de mensen was verdeeld. Sommigen waren op de hand van de syrische koning, maar op het platteland was het merendeel toch gehecht aan het oude geloof. Ook al durfde niet iedereen hier voor uit te komen.
Eén van de mensen die nooit onder stoelen en banken had gestoken dat hij niets van de vergrieksing moest hebben, was priester Matathias. Hij woonde ook in Modeïn. Toen de gezant van de koning de nieuwe maatregelen bekend had gemaakt, eiste hij van Matathias dat deze een offer voor de koning zou brengen. Iedereen hield de adem in: wat zou de oude priester doen? Ook Jesua keek vol spanning toe. Hij was het lang niet altijd eens met Matathias.
Kort geleden nog hadden beide mannen getwist over de vraag of een gelovige Jood geweld mocht beantwoorden met geweld. Jesua vond van niet: je moest het heft niet in eigen hand nemen. Stond er niet geschreven: 'Mij komt de wraak toe, zegt God, Ik zal het vergelden'? Maar Matathias had geantwoord: Er staat ook geschreven 'zou ik niet haten wie U haten, Jahweh?
ja, ik haat hen met een volkomen haat'. Toch waardeerde Jesua de oude priester om zijn geloof en zijn moed.
Toen dan de gezant van de koning was uitgesproken, klonk fier de stem van de priester: 'Ook al zouden allen in Israël aan andere goden offeren, ik zal dat niet doen!' Er ging een gegons door de menigte, een vlaag van bewondering en instemming, maar ook van afkeuring. Eén van de Joden riep boven het rumoer uit: 'Als Matathias het offer voor de koning niet brengt, dan zal ik het wel doen!' Weer riep de menigte woorden van afkeer en goedkeuring.
Opeens zwaaide Matathias met zijn offermes, stormde, rende naar de gezant van de koning toe en sloeg hem het hoofd af.
Vervolgens wendde hij zich tot de Jood die geroepen had dat hij het offer dan wel zou brengen, en doodde ook hem.
En hij riep: 'Zo zal Jahweh doen met de vijanden van zijn volk!' Nu barstten de mensen in luid geschreeuw uit. Voor- en tegenstanders van de koning gingen elkaar te lijf. Maar de syrische soldaten die meegekomen waren, grepen in en wilden een waar bloedbad aanrichten. Daarop riep Matathias, de priester: 'Volgt mij, terwille van Jahweh en van Israël!' Toen rende hij weg.
Vele mannen uit Modeïn, ook vrouwen en kinderen, lieten alles achter, trokken het dorp uit en vluchtten de bergen in. Daar zouden zij voorlopig onvindbaar zijn voor de syrische dwingeland. Men hoorde Matathias nog roepen: 'Wie liever vrij is onder de blote hemel dan slaaf in zijn eigen huis - die volge mij!' Op dat ogenblik gebeurde er iets dat Jesua meer pijn deed dan alles wat hij tot nu toe had meegemaakt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief