(G)een naam!
1996-08-09
We plegen het gedeelte Lukas 16: 19-31 samen te vatten onder het zinnetje ‘De rijke man en de arme Lazarus’. Daarbij mag het ons niet ontgaan, dat de beide ‘polen’ van deze betiteling niet in evenwicht verkeren. Terwijl de Here aan de arme man een naam geeft – Lazarus – moet de rijke man het zonder naam doen. Hij is ‘een man’, ‘N.N.’ Hij blijft anoniem. Juist dat verschil brengt ons tot de vraag: waarom de ene wel en de andere niet?- Jaargang 40
- nummer 16
Waarom wèl?
Ja, de arme man krijgt van de Here een naam. Een heel mooie naam! Lazarus - Eleazar - 'Gos is Hulp!'.
Waarom? Zijn droevige omstandigheden worden ons getekend: Bedelaar - zwerenneergelegd bij de poort van de rijke (Hij kon kennelijk niet lopen) - likkende honden als gezelschap! Wat een ellende! Waarom dan zo'n mooie naam?
Wat is eigenlijk een naam? Een naam behoort te zeggen wie en wat de drager van die naam is. De naam behoort een 'openbaring' te zijn, waarin de drager 'opengaat' voor zijn omgeving. Wat er in hem zit, wat we van hem verwachten mogen, wat het 'wezenlijke' in hem is, ... het komt alles in de naam naar buiten toe. Zo gaf Adam namen aan de dierenGen. 2:19. Zo liet God zelf weten, dat Maria's Zoon de naam Jezus moest ontvangen - Matth. 1:21, Luk. 1:31. We keren terug tot de arme man van Lukas 16. We zijn geneigd te zeggen, dat we hem uit zijn omstandigheden volledig kennen! Bedelen - gehandicapt zijn - onder de zweren - honden als enig gezelschap.
Daar is het mee gezegd! Dat is hij! Zo staat - liever: ligt! - hij voor ons. Over en uit! Sluiten! Wat valt er meer te zeggen?
Maar ... daarmee is het niet gezegd! Zo denken we hem te kennen, maar zo kennen we hem niet! Het wezenlijke van die arme man is ons totaal voorbijgegaan! Dat wezenlijke wordt ons voorgehouden in zijn naam! Inderdaad, een openbaring! Wie zou dat gezegd en gedacht hebben? 'God is Hulp'. Voorwerp van de genadige hulp van de Here! Het gaat er bij de naam immers niet om wat wij met onze oppervlakkigheid van iemand maken. Neen, het gaat erom wat God van hem maakt. Wat is die arme in het oog van God, in het plan van God, in de liefde van God? Voorwerp van Gods hulp, bij al zijn ellende!
En dàt is het wezenlijke. Dàt heeft eeuwigheidswaarde, zoals het vervolg ons laat zien. Lazarus - In zijn naam steekt de arme en ellendige man torenhoog boven zijn armoede en ellende uit! In zijn naam zit profetie, verwachting! Wat heeft hij nog tegoed!
Een eeuwig tegoed! Daarom moet de arme man zijn naam ook hebben. Anders zouden we van al die ellende zijn naam maken. Dat is hij! Daarmee is alles gezegd! De naam: Openbaring. Opening. Verrassend. Verblijdend.
Waarom niet?
Dan wenden we ons tot de rijke man. Schijnbaar zo eindeloos veel gelukkiger dan Lazarus. Maar hij krijgt geen naam. Hij blijft anoniem! Hij is 'N.N.' voor ons. Waarom geen naam? We horen het één en ander van hem: Gekleed in purper en fijn linnen - elke dag schitterend feest! Waarom geen naam? Omdat purper, linnen en feesten in feite zijn naam al zijn. Daarin staat hij voor ons! Dat is het met die rijke man. Over en sluiten! Uit! Inderdaad, alles is hiermee gezegd!
Purper - linnen - feesten - een brokje dat er heus nog wel afvalt voor de armen! Een naam hoeft er niet bij. Er is niets, waarin hij boven zijn levensomstandigheden uitsteekt. Er is geen hogere toon dan purper, linnen, feestgedruis! Dat is hij!
Als dat nu alles is ... !
We mogen er wel goede aandacht aan besteden dat de Here zo anders oordeelt dan wij plegen te doen. Wij zeggen: Ach, een verheven beeld krijgen we nu wel niet van die rijke man. De levensernst mocht wel eens wat meer in zijn levensvoering uitkomen. Purper, linnen, feesten - het kon best wat hoger en dieper.
Maar ach, voor de middenstand van zijn dagen was die rijke man zo gek nog niet. En de kennissen van Lazarus wisten toch kennelijk geen betere plek om als bedelplaats te dienen dan de poort van diezelfde rijke man! Dat zegt toch ook wel weer iets! Als er niet méér van hem te zeggen valt, zo besluiten we gewoonlijk ons verhaal, dan valt het toch eigenlijk nog wel mee!
Maar de Here oordeelt geheel anders! Als er niet méér van iemand gezegd kan worden dan purper, linnen en feesten, wat is dat dan vreselijk! Wat is dat uitzichtsloos! Opgesloten in de rijkdom en de weelde! Geen antwoord op de vraag: Waar gaat de reis heen? Een doodlopende weg! Niets wat boven de omstandigheden van rijkdom en weelde uitsteekt! Niets wat blijft staan als rijkdom en weelde hem ontvallen!
Heerlijke en verschrikkelijke eenvoud!
Het lot van de arme en de rijke man wordt ons verklaard op een heerlijk eenvoudige èn op een verschrikkelijk eenvoudige manier! De rijke heeft het goede tijdens zijn leven ontvangen en Lazarus het kwade; nu wordt Lazarus vertroost en is de rijke in de pijn! Zo zegt Abraham het. Vreemd. Het lijkt haast een mechanische omkering, waarin het goede en het kwade nu eenmaal allebei hun plaats moeten krijgen! Zo is het natuurlijk niet! De arme man droeg zijn naam als een profetie, een belofte, een gebed. En dat terwijl zijn levenslot vreselijk was. Voor God was het - met eerbied gezegd - een natuurlijke zaak, dat de grote omkering zou komen. Lazarus had alles nog tegoed! Maar was het ook een natuurlijke zaak, dat bij de rijke man alles zou worden omgekeerd? Hoe zit dat dan? En hoe kan de bij zijn leven-op-aarde reeds puissant rijke Abraham dat zo zeggen? We kunnen het, denk ik, zo formuleren: Toen de rijke man stierf was de overvloed van Gods goede gaven voor hem uitgeput. Waarom? Omdat God niet kan geven wat niet van Hem gevraagd is! Als de rijke man al gebeden heeft - hij was tenslotte ook een zoon van Abraham (24, 27) - dan heeft hij toch enkel gevraagd of alles zo blijven mocht als het was! God als prothese voor onze gang naar het volgende pak en naar het volgende feest!
Als Gods eeuwige vrede, zijn eeuwige gemeenschap niet begeerd wordt, dan staat de Here zelf met lege handen, als wij het aardse toneel moeten verlaten. Als we in onze wensen niet uitsteken boven onze omstandigheden van nu, wat kan de Here ons dan geven, als die omstandigheden ons ontvallen? Nooit eens zeggen "Uw goedertierenheid, 0 God, is beter dan het leven met al zijn inhouden!" .... wat is dat vreselijk! En welk een vreselijke eenvoud zit er dan in Gods gerechtigheid!
Onze naam
Hoe heet u? Hoe heet ik? Zijn onze levensomstandigheden een cocon waarin we opgesloten zitten? Gaan we daarin op? Of zijn er in al die omstandigheden openingen? Openingen naar boven toe - ons gebed dat uitgaat boven de vraag om handhaving van onze 'status quo'! Openingen naar voren toe - we zijn op reis naar Sion (Psalm 84:8) waarbij Gods gaven ons als 'reisgeld' dienen! Opgaan in het hier-en-nu-voorhandene,....het is tegelijk een daarin èndergaan!
Er bovenuit! Lazarus! God is Hulp!