Leven in Oezbekistan
1996-08-09
Oezbekistan heeft een boeiend en ook turbulent verleden gehad. Gelegen in de nabijheid van het Aralmeer, kende het een aantal beroemde steden aan de Zijderoute, die het nabijgelegen China verbond met Perzië, Mesopotamië, Turkije en Rusland. Maar ook het heden is de moeite waard. Dit deel van Centraal-Azië maakt in de tijd na de Perestroika nog ontwikkeling door waarvan nog helemaal niet duidelijk is waar die toe zal leiden.- Jaargang 40
- nummer 16
Zichtbaar recent verleden
Vanaf het begin van de jaren '20 tot 1991 hoorde Oezbekistan tot de Sovjet-Unie. Dat is goed te merken aan het straatbeeld van de hoofdstad Tasjkent. Er zijn daar nog steeds heel veel Russen en Russinnen te bespeuren en met Russisch komt men er vermoedelijk verder dan met Oezbeeks of Tadjieks. Bovendien is de na 1966 weer opgebouwde stad (toen ca. 70% door een zware aardbeving met de grond gelijk werd gemaakt!) architectonisch nog steeds voor een deel een 'communistische' stad zoals we ze ten Westen van de Oeral kennen. Overal is de onaantrekkelijke bouwstijl te zien die de Sovjet-Unie en het Oostblok kenmerkt. (Dan te bedenken dat de Sovjet dichter Ernest Neizvestnyi in de Revolutietijd een gedicht schreef met de regels: ,,wij zullen steden bouwen als bloemen, met pleinen als bloembladen!" Waar zijn in voormalig communistisch gebied dan toch die 'bloemen en bloemblaadjes' te vinden?)
Lenin exit, opkomst van Timoer
De invloed van de voormalige Sovjet-Unie is zienderogen aan het tanen. In het centrum van de hoofdstad Tashkent stond een groot beeld van Lenin, maar overal in Oost-Europa en, naar nu blijkt, ook in Centraal-Azië is de vader van de Russische Revolutie naar de zijlijn verhuisd. (Er moet ergens in de regio een gigantische stortplaats zijn voor alle afgedankte Marx- en Lenin-beelden, denk ik. Ik zou er wel een voor in m'n tuin willen hebben, als ie niet te duur was, maar waar vind je ze?) Interessant genoeg, staat op Lenins plekje in het park, waar een aantal met veel schaduwrijke bomen omzoomde lanen samenkomen, nu een imposant ruiterstandbeeld van Timoer Lenk, de Mongoolse veroveraar uit de eind 14e, begin 15e eeuw. Een brute veroveraar, naar mijn mening, die ik goed funderen kan. Wellicht een grote schurk, maar in elk geval onze schurk', hoor je de Oezbeken denken. 'Emir Timoer', zoals hij hier heet, is namelijk geboren in Shahrisabz (het kostte even moeite om die naam zonder haperen uit te spreken) een plaats op vijf uur rijden van Tashkent.De plaats om te bezoeken, als je wat van Timoer wil weten (en ook als je dat niet wil!) is echter niet Shahrisabz, waar hij ter wereld kwam, maar Samarkand, waar hij ooit in grote pracht en praal resideerde. Samarkand, waar de karavaanroutes uit Centraal-Azië bijeen kwamen. Uit het Oosten kwam (en komt!) de weg van Peking via Kashgar in Sinkiang, West-China. Westelijk voerde en voert de weg verder via Boechara, die islamitische oase, gelegen tussen twee woestijnen, de Kizyl Koem en Kara Koem. Dan gaat de weg verder naar Merv in Turkmenië en naar Isfahan in Perzië of Bagdad in Irak. En dan is er die andere weg, in de richting van Balkh in het huidige Afghanistan en dan verder naar het exotische Pakistan en India.
Een beetje romantisch hart gaat dan wel extra hevig kloppen.
Samarkand
Sarnarkand en Boechara! Dat zijn de plekken om te bezoeken", dacht ik tevoren en het was ook zo! Onderweg naar Samarkand wierpen mijn vriend Jenö en ik wat smachtende blikken op de bergen die zich lichtblauw verhieven in wat al Tadjikistan heet, een zeer romantische - en uiterst onrustige - regio. Maar Samarkand zelf is meer dan de moeite waard, al werden we al met al nog meer geboeid door Buchara, die plek waar 150 jaar geleden die merkwaardige en excentrieke ds. Joseph Wolff belandde, over wie het in het vorige artikel ging. Meteen bij aankomst in Samarkand vraagt een enorm complex onze aandacht.
Het staat in de steigers, zoals Sitora van 11 en Mohigul van 12, twee meisjes die studeren aan de vrouwenmadrassa.
veel in Oezbekistan op het ogenblik. Overal wordt gebouwd of gerestaureerd. De moskee van Bibi Chanoem, de favoriete Chinese vrouw van Timoer Lenk, rijst 40 meter boven het straatpeil uit. Uiteraard had de heerser meer dan één vrouw, maar Bibi Chanoem was favoriet. Dus bouwde hij een moskee van immense omvang en indrukwekkende schoonheid; het complex is zeer symmetrisch gebouwd met bewust een paar kleine oneffenheden.
'Alleen Allah is volmaakt', was een gevleugeld gezegde dat aan vroegere bouwmeesters werd meegegeven.
Het bouwwerk mocht dus nooit geheel perfect zijn, met opzet! (Datzelfde gegeven zie je ook in de opzettelijke weeffout die in een Perzisch tapijt gemaakt wordt.) Verderop staan nog andere mausolea, alle van zeer grote afmetingen. De Registan is vooral imponerend, vermoedelijk het meest grootse complex in heel Centraal-Azië! Drie schitterende gebouwen, wel 25-30 meter omhoog rijzend, staan aan drie zijden van een zo gevormde zeer ruime vierkante binnenplaats. Wie symmetrie mooi vindt moet maar eens in Samarkand gaan kijken! Versierde muren vol ingewikkelde bloemmotieven op de hoge tympanen boven hoge 'iwans' (diepe nissen die de hitte buiten moeten houden) zijn prachtig bewaard gebleven; eeuwenoude geglazuurde tegels geven prima zicht op de verfijnde kunst die de Islam in deze regio voorgebracht heeft. AI is er ook nog veel in haast ongerepte staat bewaard gebleven, er wordt toch overal restauratiewerk verricht, en niet zonder resultaat!
We zijn nagenoeg de enige toeristen en zijn overal welkom - vaak is onze onbekendheid met de Oezbeekse taal een probleem om goed te communiceren, maar gastvrijheid en openheid zijn overal te constateren. We zien tegelontwerpers, houtsnijders, halfedelsteenbewerkers. En ze maken verschrikkelijk mooie dingen! lets verderop merken we een overdekte markt, zoals ze in deze regio horen te zijn. De enorme variatie en eindeloze voorraad specerijen in grote jute zakken is bij ons favoriet. AI op afstand welriekend en vaak fel gekleurd: kerrie, saffraan, kaneel, en nog eindeloos veel meer. De grote stapels net uitgebeende beesten, opeenhopingen van afgeslagen geiten- en schapenkoppen die ons wat verwijtend aankijken, de met vele vliegen overdekte emmers vol met vet of ingewanden scoren bij ons het minst! Daartussen allerhande voorwerpen, aangeboden door Oezbeekse, Tadjiekse, Koreaanse of Oeigoerse mannen en vooral vrouwen, vaak in heel kleurrijke kleding. Wat zijn die markten in het Oosten toch altijd weer fantastisch! Ik ben er in elk geval verzot op. Samarkand is een plaats om te bezoeken, als men er ooit de gelegenheid toe krijgt. Het 'exotische Oosten' lonkt al een beetje, op een wijze als je in het grotendeels moderne Tasjkent niet ervaart.
Boechara
Als we vijf uur in een toenemend drukkende temperatuur verder zijn gereden - de invloed van de twee uitgestrekte woestijnen aan weerszijden van de route - bereiken we Boechara. Waar de dominante kleur in Samarkand (in elk geval voor ons gevoel) de kleur blauw is, is de kleur van Boechara lichtbruin of khaki. De vele tegels en geglazuurde bakstenen van Timoers paleizen, mausolea en moskeeën in Samarkand zijn azuur of aquamarijn. De talloze moskeeën en medrasa's (Koranscholen) van Boechara zijn geel-bruin, en van vaak bijzondere schoonheid. Van die scholen en moskeeën zijn er overigens honderden; eeuwenlang is de stad cultureel en religieus het centrum van de Islam geweest. In de hele regio was de invloed ervan te merken. In de vorige eeuw speelde het 'Khanaat' Boechara een tamelijk belangrijke rol in de geschiedenis van Centraal-
Azië en van Groot-Brittannië, dat net in die jaren bezig was met 'the Great Game', het Grote Spel om het keizerlijke Rusland af te troeven bij het inpalmen van Afghanistan, Centraal-Azië en de regio's in de Himalaya Nepal en Sikkim. Rivaal Rusland had, met groot geduld en niet minder gewelddadigheid, aanzienlijke delen van het huidige Siberië, zoals Turkmenië en Kazachstan, aan het eigen grondgebied toegevoegd. Het Khanaat Boechara lag in een gebied waarop vooral Britten een begerig oog wierpen en om vooral toch eerste in de race om grondgebied te zijn werd Kolonel Stoddard, een aristocratisch officier van het Brits-Indische leger, rond 1838 naar Boechara gestuurd. Misschien was Stoddard voor deze opdracht de rechte man, maar in elk geval was Boechara niet de rechte plaats voor hem, zoals hij tot zijn schade heeft moeten vaststellen.
Zijn volmachten waren beperkt; hij droeg brieven op zak van de Britse onderkoning van Indië in plaats van Koningin Victoria in eigen persoon. De onaangename Emir Nazrullah, die de vorige keer al genoemd is, voelde zich kennelijk zeer gestoken dat de onderhandelingen gevoerd werden door mensen die niet op zijn eigen vorstelijke niveau verkeerden! Erger, de goede Stoddard reed te paard tot aan de poort van de Ark, de indrukwekkende citadel met zijn khaki-kleurige muren, die in het vorig nummer van 'Opbouw' op een foto te zien was. Het voorrecht om daar te rijden was, zoals ieder toch weten moest, alleen aan de Emir zelf toegestaan! Het ergste van alles: de cadeaus die de koloniale bestuurders in Indië hem meegegeven hadden bevielen de Emir niet; ze waren niet kostbaar genoeg! Dus verdween de ongelukkige kolonel in de 'Bug Pit', die echt afgrijselijke kelder die zich zeseneenhalve meter onder de grond bevond, vol afschuwelijke insekten en amfibieën die de Emir reserveerde voor mensen op wie hij het speciaal voorzien had. Later kwam ook zijn (mislukte) redder kapitein Arthur Connolly in deze 'Ongediertekelder' terecht, wat de tussenkomst van ds Joseph Wolff teweegbracht. (zie vorig nummer)
Een afschrikwekkend museum
We hangen boven de balustrade rond deze onaangename kerker van terdoodveroordeelden, terwijl onze voortreffelijke gids Noila in rap Engels haar relaas doet. Bij deze verschrikkelijke plek is een klein museumpje ingericht, waarin foto's en voorwerpen te zien zijn van de straffen die de zeer islamitische heersers van Boechara hun niet-in-het gareel-lopende onderdanen meenden te moeten opleggen. Een man vroeg in 1911 om opslag van zijn loon en kreeg in plaats daarvan vele pijnlijke zweepslagen; een ander raakte betrokken bij een protestdemonstratie en werd hevig afgetuigd; iemand die in 1916 de Ramadan niet hield liet 40 jaar later zijn rug aan de fotograaf zien; nog steeds was die rug ernstig misvormd door de vele striemen. Een (overigens zeer gerespecteerd, om niet te zeggen: geëerd) architect dronk een glas wijn bij de ingebruikneming van een opgeleverd huis; de straf was 27 zweepslagen. De foto's tonen hem voor en na de 'behandeling'. Noila kent alle verhalen uit het hoofd en weet met verve aannemelijk te maken dat de Boechaarse emirs, hoe dan ook, niet uitblonken door democratisch gedrag! Delen van het verhaal doen ons aan de anti-religieuze propaganda van de Sovjets denken en ongetwijfeld heeft onze voortreffelijke gids haar scholing in de periode gehad dat de Russen hier nog volop de macht hadden.
Tegelijk krijgt de zaak een meer eigentijds karakter, als ze vertelt dat een paar van de gruwelijkste fotos's en voorwerpen - die er wel zijn! - op eis van min-of-meer nationalistisch - islamitische partijen verwijderd moesten worden. Dat was dus na de zelfstandig wording van het land. De Islam moest, zo vond de leiding van die partijen, positiever getoond worden dan tot dusver het geval was geweest! Lege plekken in de vitrine laten zien waar gewraakte voorwerpen en foto's stonden c.q. hingen; de beweging van deze moslims is inmiddels echter verlopen; de regering ging onmiskenbaar tegen het partijbeleid in. Een van de leiders was daarom later naar Turkije gevlucht en woonde nu in Saoedi-Arabië, werd ons verteld.
Moskeeën en medrasa's
Hoe groot is de invloed van de Islam op het moment?, willen we weten. Onze gids die alle statistische gegevens op een rijtje heeft (het oppervJak van de hele stad is 47 krrr: de oude stad ca. 40 hectare. Inwonertal 235.000: 70% Tadjieken of Oezbeken, 14% Russen, 6% Tartaren; minder dan 1% Joods. Voor de jaren '20, toen de Revolutie uitbrak, waren er 9 synagogen; in de communistische tijd was er geen en nu zijn er twee in gebruik) weet ook hier het antwoord. Er zijn 40 moskeeën in gebruik en twee medrasa's (Koranscholen). Een voor mannen en een andere voor vrouwen. Later komen we, in het interessante complex van de Ark, twee meisjes tegen met een hoofdbedekking. De jongste en kleinste is bepaald niet schuwen begint tot onze verbazing een gesprek, voor een deel ongetwijfeld om haar Engels op ons uit te proberen. Ze heet Sitora (wat 'sterren' betekent) en is elf jaar; met haar verlegener vriendin Mohigul (Maan-Bloem?) van twaalf, die er wat schuchter bijstaat, en een paar honderd andere meisjes volgt ze 's middags na de gewone schooluren les aan de medrassa. Ze wil 'Oja-mol lah' worden; dat wil zeggen dat ze dan in vrouwenkring religieuze lezingen mag doen, enz. Dat is boeiende informatie.
Haar hele optreden bevestigt me eens te meer in mijn vermoeden dat niet alle vrouwen of meisjes met een hoofdbedekking even angstvallig contact uit de weg gaan. Sitora is een klein, gezellig en ook argeloos huppeltje; ik ben benieuwd hoe zij zich ooit als 'Oja mollah' zal gedragen, maar ik zal - als man en buitenlander - op die vraag wel nooit antwoord krijgen.
Over verleden en heden
Eén ding is zeker. De prachtige stad Boechara wordt gekenmerkt door vele prachtige islamitische bouwwerken, die ook hier weer op grote schaal opknapbeurten krijgen. Op het grote plein bij de Kalyam toren, een 47 meter hoge minaret, wordt aan twee erg imposante moskeeën met succes restauratiewerk verricht. En zo gaat het overal met medrasa's en overdekte bazaars, kwartieren waar kooplieden hun waar aanbieden. "U moet weten dat Boechara volgend jaar 2500 jaar bestaat en dat hopen we grootscheeps te vieren", vertelt Noila. "Feitelijk is het niet zeker dat het volgend jaar 2500 jaar geleden is, maar 't is bekend dat onze stad een paar jaar na Samarkand gesticht is en die heeft haar 25 eeuwen-
durend bestaan onlangs gevierd. We vinden daarom dat volgend jaar best een goede gelegenheid is. De UNESCO, dat is de culturele poot van de Verenigde Naties, heeft Boechara tot een 'wereld-cultuurstad' uitgeroepen.
Hoewel ze geen fondsen tot haar beschikking heeft, helpt ze ons sponsors te vinden." Is het grootse culturele en religieuze verleden van Boechara duidelijk, over het heden valt geen definitieve uitspraak te doen. Twee medrasa's is niet veel, als men weet dat er ooit 127 geweest zijn, die - op een na - alle door de Sovjetleiders gesloten zijn. (Toen was die ene medrasa bedoeld voor moslims uit heel centraal-Azië; er waren toen 250 studenten; nu is er in elk van de voormalige Sovjet-republieken van islamitische achtergrond wel zo'n school open. Het aantal studenten in deze medrasa ais nu, horen we, ca. 100.) Ook in Boechara horen we de oproep tot het gebed maar van verre. De bevolking lijkt zeker niet fanatiek moslim te zijn. Toch vernemen we ook dat er beslist pogingen tot verdergaande islamisering ondernomen worden, zo niet door de eigen regering (die daar zeer op tegen lijkt, als je de verhalen mag geloven) dan toch door buurlanden. In 1992 werd een miljoen Korans aan het Oezbeekse volk aangeboden, door de Saoedi's. Volgens de verhalen staan in omliggende Islamitische landen zeker duizend mannen klaar om als Imam het voormalige atheïstische gebied voor de Leer van Allah en zijn Profeet te heroveren. In de nabije toekomst zal verder blijken of dat streven enige kans maakt of dat de regering een door haar ongewenst geachte grote nadruk op de religie weet te voorkomen. Het is een van de vele factoren die de toekomst van dit land en wellicht van de hele Centraal-Aziatische regio in feite nogal onvoorspelbaar maakt.