Geestelijke verzorging geen sluitpost

1996-03-08
  • Jaargang 40
  • nummer 5
De relatie van de overheid tot de positie van godsdienst en levensovertuiging komt in het publieke debat regelmatig aan de orde. Einde jaren tachtig besteedde een door de regering ingestelde commissie Hirsch Ballin in haar eindrapport "overheid, godsdienst en levensovertuiging" uitvoerig aandacht aan het grondrecht van vrijheid van godsdienst of levensovertuiging.
Deze commissie was van oordeel dat klassieke grondrechten ook een sociale component kunnen hebben.
De commissie ~ je dat de overheiJ onder bijzondere omstandigheden tot taak kan hebben te voorkomen dat de daadwerkelijke uitoefening van dit grondrecht illusoir kan worden. Het beginsel van scheiding van kerk en staat verzet zich daar zeker niet tegen. Niemand minder dan wijlen minister Dales stelde in het Parlement in een discussie over dit rapport, dat velen in onze samenleving hun inspiratie aan godsdienst of levensovertuiging ontlenen. Een cultuur zonder inspiratie heeft geen levenskracht. Deze minister onderkende expliciet de grote waarde van godsdienst en levensovertuiging.

Waarborgen door de overheid
Onlangs kreeg deze discussie in het Parlement een vervolg. Dat was het geval bij het debat in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel geestelijke verzorging in zorginstellingen en penitentiaire inrichtingen. Geconstateerd kan worden dat het langdurig verblijf van personen in intramurale instellingen, zoals een gevangenis of verzorgingshuis, er soms toe leidt dat zij niet in staat zijn deel te nemen aan de gebruikelijke geestelijke verzorging.
Daarnaast worden zulke personen vaak geconfronteerd met bijzondere ethische, religieuze of levensbeschouwelijke problemen. Denk aan fundamentele vragen rondom leven, ziekte en dood. Daardoor kan er een specifieke behoefte ontstaan aan geestelijke: verzorging. Deze bijzondere omstandigheden rechtvaardigen het feit dat een minimum aan waarborgen door de overheid wettelijk wordt vastgelegd.
Het hiervoor genoemde wetsvoorstel dat door de bewindslieden Borst en Sorgdrager werd ingediend, regelt de toegankelijkheid en beschikbaarheid van de geestelijke verzorging. De genoemde bijzondere omstandigheden laten overigens onverlet dat kerkleden recht hebben op een persoonlijk contact met de ambtsdragers van die kerk of geloofsgemeenschap, ongeacht de , aanwezigheid van geestelijke verzorging in instelling of inrichting. De colle-: gae Schutte en Stellingwerf wezen daar in het recente debat terecht op.
Als het goed is zullen ambtelijke zorg en geestelijke verzorging elkaar kunnen aanvullen.

Er zij geestelijke verzorging
In het debat is door ons naar voren gebracht dat geestelijke verzorging een onlosmakelijk onderdeel vormt van de totale te geven zorg. Zorg is meer dan materiële zorg. Geestelijke verzorging dient daarom als intrinsieke kwaliteitsnorm verankerd te zijn in overkoepelende wetgeving, in casu in de Kwaliteitswet Zorginstellingen.
Het is van grote betekenis als er een soort algemene opdracht aan het adres van de overheid geformuleerd wordt, luidende "er zij geestelijke verzorging"
in zorginstellingen. Dat kan bovendien in de toekomst bij afzonderlijke wetsvoorstellen en bij een eventueel veranderend politiek klimaat nieuwe discussies hierover voorkomen.
Met de zojuist genoemde algemene opdracht wordt ook tot uitdrukking gebracht dat geestelijke verzorging geen gunst of sluitpost is, maar een wezenlijk onderdeel van de verschuldigde zorg die niet ten achter mag worden gesteld bij materiële elementen van verzorging.
In een tijd van toenemende verzakelijking van de zorg, van schaalvergroting en soms steeds nieuwe bezuinigingen is dit een belangrijk uitgangspunt. Voorkomen moet worden dat geestelijke verzorging afkalft en verschraalt. Het gaat immers toch in veel gevallen om meer dan een individueel bezoek van verzorgers uit de plaatselijke gemeenten of gemeenschappen? Instellingen zuIlen dus binnen hun budget naar wegen moeten blijven zoeken om dit type verzorging te kunnen aanbieden.
Omdat de mens niet bij brood en materiële zorg alleen leeft.

drs. C. Bremmer is lid van de Tweede Kamer voor het CDA

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief