De verstandelijk gehandicapten in de samenleving: ja of nee?
1996-03-08
Op 16 maart a.s. houdt de Vereniging van Christen Pedagogen en Beroepsopvoeders (VCPB) haar jaarlijkse congres. Deze keer staat de positie van de verstandelijk gehandicapten in de samenleving centraal. Horen ze erbij op school, in de kerk, in onze woonbuurt?- Jaargang 40
- nummer 5
Voor het ochtendgedeelte zijn 2 sprekers uitgenodigd. Het zijn Prof.Dr. J.G.
Knol en Drs. A. van den Brink. Beiden zullen ingaan op het thema integratie (zie hiervoor verder de aankondiging in het vorige nummer van 'Opbouw').
's Middags kunnen de congresgangers een actieve bijdrage leveren aan één van de 3 workshops. We vroegen aan de workshopleiders om een korte reactie.
Gewoon of buitengewoon onderwijs? (1+1=3)
De workshop over het onderwijs wordt ingeleid door de heer G. van Riel uit Kampen. Hij is directeur van een ZMLK-School en lid van de werkgroep Onderwijs van de Federatie van Ouderverenigingen.
De heer Van Riel gaf aan zijn workshop de intrigerende titel: '1+1=3' mee.
"De visie achter de integratieprojecten die in deze workshop aan bod zullen komen is: wij kunnen niet zonder de verstandelijk gehandicapten en de verstandelijk gehandicapten kunnen niet zonder ons. Er is echter niet één manier om dat te bereiken. Integratie van de verstandelijk gehandicapte in het reguliere onderwijs kan in verschillende vormen. Er zijn in Nederland verschillende uitwisselingsprojecten, waarin sprake is van minimale tot maximale integratie. De ervaring leert, dat er niet veel tegen integratie pleit.
Belangrijk is, dat een integratie-project goed georganiseerd wordt. Vaak denken we dat leerkrachten in een uitwisselingsproject het belangrijkste werk doen. Dat idee berust op een misverstand.
Als het project goed georganiseerd is, doen de kinderen het eigenlijke werk. Ik ga er vanuit dat integratie winst oplevert aan iedereen die daarbij betrokken is. Dus: 1+1=3."
Een gewone kerkdienst: ja of nee?
De workshop over de verstandelijk gehandicapte in de kerkdienst wordt ingeleid door Ds. H. Procee. Hij is als predikant betrokken geweest bij de pastorale zorg in instituten voor verstandelijk gehandicapten en in de jeugdhulpverlening. Ook heeft hij in Brazilië gewerkt. Thans is Ds. Procee predikant van de Gereformeerde kerk in Hardegarijp.
Ds. Procee: "In de kerkelijke gemeente worden de tegenstellingen tussen mensen opgeheven: voor God zijn we allemaal gelijk. Waar blijft de uitwerking van dit principe als het om verstandelijk gehandicapten gaat? Zijn we niet veel I te weinig creatief in de gewone kerkdiensten?
Teveel gericht op een orde- I lijk verloop, waardoor er voor de verstandelijke gehandicapte geen plaats meer is?
Als we 'ja' op die vraag zeggen: hoe zouden we verstandelijk gehandicapten hun eigen plaats in onze kerkdiensten kunnen geven? Ook hen het idee geven, dat ze niet gemist kunnen worden?
Welke middelen kunnen we daar-: voor gebruiken, als het gaat om de gebruikte symboliek? Wat zijn de mogelijkheden, als we denken aan de verschillende werkzaamheden, die er in de kerk rondom de kerkdienst te ver~ richten zijn? Vaak worden voor verstandelijk gehandicapten 'aangepaste' diensten georganiseerd. Dat is jammer, Deze diensten hebben namelijk ook anderen wat te zeggen. Aan de andere kant is het goed de" 'gewone' kerkdienst eens te bekijken op de mogelijkheden om de verstandelijk gehandicapte een plaats te bieden. De vorm die wij nu aan de kerkdienst geven, is niet heilig. De vorm mag er niet toe leiden, dat er voor groepen gemeenteleden geen plaats zou zijn. De praktische uitwerking van het principe, dat voor God alle mensen gelijk zijn, mag niet door de vorm van de kerkdienst onrnogelijk worden gemaakt."
Gewoon wonen: kan dat?
Drs. M.J.A. Egberts uit Apeldoorn is als orthopedagoog werkzaam bij de Stichting Philadelphia Voorzieningen (SPV).
Hij zegt het volgende: "Wie stelt de vraag naar de woonvoorziening en aan wie wordt deze vraag gesteld? De positie van de ouders van verstandelijk gehandicapten verandert.
Waren zij eerst de hulpvragers, die hun kind bij de poorten van het instituut afleverden, nu zijn zij de regisseurs van de zorg. Ouders kunnen dus steeds meer zelf bepalen hoe en waar hun kind gaat wonen. Samen met een aantal andere ouders kunnen zij zelf voorzieningen creëren en de begeleiding 'kopen' ze waar die het best gehaald kan worden. Deze ontwikkeling biedt vele mogelijkheden, een vooral ook als het gaat om identiteitsgebonden zorg.
Je kunt als ouders vragen om een voorziening waarbij jouw levensovertuiging gedeeld wordt. Ouders kunnen ook voor een groot gedeelte het personeelsbeleid bepalen.
Er blijft wel een andere vraag: hoe zit het dan met het kind? Komt dat op deze manier ooit nog onder de vleugels van de ouders vandaan? Hoe zit het met de kwaliteit van de geleverde zorg? Wie bewaakt dat?
Er is ook weerstand tegen de groeiende invloed van ouders. Maar: zijn deze reacties wel eerlijk? Een vraag die zich opdringt, als je moet constateren, dat er maar weinig instellingen tot nu toe echt werk hebben gemaakt van een goed kwaliteitsbeleid. De eerlijkheid gebiedt ook vast te stellen, dat professionele zorgverleners moeten toekijken, als ouders andere keuzes maken voor hun kinderen, dan zij wenselijk achten. De veranderende vraag, als het gaat om wonen, staat niet op zich. Het is een uitdrukking van de veranderende positie van de ouders. Van een zorg, waarin de professionele zorgverleners de touwtjes in handen hadden, gaan we naar een zorg, waarin de ouders de regie in handen hebben."
Duidelijk is dat op dit congres zowel levensbeschouwelijke als praktische en pedagogische vraagstukken rond de zorg voor verstandelijk gehandicapten aan de orde zullen komen. Het congres wordt op zaterdag 16 maart gehouden in het gebouw van de Baptistengemeente in Utrecht-Zuilen (Daelwijcklaan 3). De kosten bedragen 45 gulden/ studenten 35 gulden (inclusief lunch). Opgave bij de VCPB, p/a Stichting Internationaal Christelijk Studiecentrum ICS, N.z. Voorburgwal 96-1, 1012 SG AMSTERDAM, (020)-6257141.