'Hoe krijgen we de gemeente missionair?'

1996-03-08
  • Jaargang 40
  • nummer 5
Op de coetus, de bijeenkomst van predikanten, emeriti en hun partners, hield ds. K.B. Holwerda uit Ede op 28 november 1994 een verhaal over ‘de missionaire gemeente’. Degenen, die dat verhaal beluisterden, hebben er bij hem op aangedrongen dat veraal in ‘Opbouw’ te laten publiceren.
In dit en het komende nummer is het dan (eindelijk) zover.

Impressie
Op één willekeurige dinsdagavond vergast de NCRV haar kijkers in Rondom Tien op een gesprek olv. Violet Valkenburg over toekomstvoorspellen.
Trekpleister is Sjoukje Hooimaayer (dokter Lidy uit 'Zeg 'ns A'). Zij wordt geflankeerd door een stel voor de TV opgepoetste enetutte dames die overigens niets anders zijn dan waarzegsters en tovenaressen. Dat is gewoon.
Moet kunnen. De kijker die daar weinig voor voelt, zapt verder en komt van de regen in de drup bij Tineke de Nooij op RTL4, die een occult programma heeft, compleet met een tempel vol oosterse afgoderij. Bij verder zappen blijkt nog een Nederlandstalige zender een religieus verhaal te bieden onder het kopje denksport.
Intussen had Avro's televizier al de nieuwste sekte voor het voetlicht gebracht, die jonge mensen losweekt van hun ouders en achtergrond, om de zoveelste louche 'leider' te volgen.
Almaar stamelende jongelui, skanderend dat ze met Jezus verenigen, en de Heilige Geest loven.
Waarom deze impressie? Om de zinnigheid van de vraag van vanmorgen te onderstrepen. Veel landgenoten leven, zeggen ze, praktisch god-loos, neutraal, objectief, wetenschappelijk gezond etc. Vergis u niet. Het zoeken naar wat verborgen is, gaat intens voort, nu uitdrukkelijk buiten God om.
En men gelooft, omdat men zich van de betutteling door de levende God ontdoet, zelf nog in zijn onbevooroordeeldheid ook.
Er is dus bepaald wel werk aan de winkel voor een missionaire gemeente.

Is dat maakbaar?
Komt direkt de vraag of een gemeente, de gemeente van welke wij lid zijn b.v., door ons missionair te maken is. Mij dunkt van niet. Het is een zaak van de gezindheid van het hart, die onlosmakelijk verbonden is met de eigen totale overgave aan God die we 'bekering' noemen. Werk en geschenk alzo van de Heilige Geest.
Wij kunnen dat niet 'maken', maar er wel iets aan doen.
Wat er te doen is, is iets uitstralen van de gezindheid van Christus. Want ons volk is bezig verloren te gaan aan de oude en nieuwe afgoden. Verder kunnen we denk ik wat randvoorwaarden bevorderen, waardoor bewust levende christenen hun (onze) verantwoordelijkheid met overtuiging dragen. Daaronder prediking en eredienst, en de leerdienst in welke vorm dan ook.
Want toerusting, zowel met diepgravende kennis van het getuigenis van de Schrift, als met die van wat er in onze verwarrende wereld gaande is, is wat de christenen nodig hebben.
Een paar punten die daarbij komen kijken.

Wat heeft echt ons hart?
Een van de dingen die ons het meest teisteren is, dat we qua gevoel jaloers zijn op de goddelozen, Psalm 37, vgl. Psalm 36.
Zeker, ik generaliseer. Maar vraag een willekeurig schoolkind naar wat hij goed vindt. Tien tegen één krijg je te horen dat mensen zonder God meer en leukere dingen mogen en kunnen dan wij. Catechisatie nou goed dan, maar sporttrainen, dát is pas van belang!
M.i. is het bij ons volwassenen niet anders. We hebben vaak het gevoel dat het goede van ons leven zich afspeelt in het circuit dat we gemeen hebben met ongelovigen. En bovendien, dat zij doordat ze geen restricties hebben op grond van Gods geboden, van dat goede (leuke, prettige) meer hebben dan wij.
Dat geeft een gevoel dat we dingen om te genieten mislopen door de dienst van God, opofferen moeten voor God. Kerk en geloof is dan dus de partij die offers vraagt, en dat is in onze samenleving altijd de onpopulaire partij. Dat het goed is, nabij God te zijn, en dat pas vandaaruit het hele leven, inclusief sporttraining, vakantie e.d. volle glans krijgt is dunkt me één van de wezenlijke dingen die de kerk vandaag - uitzonderingen daargelaten - is kwijtgeraakt.
Ik zeg er gelijk bij dat je dat niet betert door obligate blijdoenerij over God.
De psychologisch geschoolde mens van vandaag weet teveel over beïnvloeding dan dat hij daarin trapt.
Bovendien doet dit de dienst van God geen recht.
De HERE zegent die het bij Hem zoeken, zonder twijfel. Maar meestal houdt dat niet in dat ze een leuk en makkelijk leven hebben. Wij moeten door veel verdrukkingen binnengaan in het Koninkrijk, - wie van ons weet daar niets van? Een maatschappij die moeilijkheden vermijdt, en noodzakelijke ingrepen ontloopt, - denk maar aan de politiek en de staatsfinanciën en de moraal van de mensen daartegenover - heeft een hoge drempel van tegenstand tegen de HERE. Die kun je niet ontlopen als je bij Hem hoort.
Ik vind dit ook altijd weer het oneerlijke in sommige 'evangelische' reclame: als je bij de Heer hoort, worden je zonden vergeven, je noden opgelost, je hoeft nooit meer bang te zijn, en je zult een overwinningsleven leiden. Het eerste is waar: je zonden worden vergeven.
En als je de hand van de Here elke dag opnieuw vasthoudt en -grijpt, vernieuwt Hij door zijn Geest je leven.
Maar dat betekent wel vaak nood en strijd, en ook wel angst, al verlost God daar soms ook van. En overwinnen is er pas bij als Christus terug is.
Het doel van dit leven Dan kom ik aan het doel van dit leven.
Laten we heel eerlijk zijn: dat is toch voor veel mensen vandaag: lang, leuk, lekker en makkelijk leven. Er is een idealismeloosheid in onze cultuur zoals er nog nooit en nergens ter wereld is geweest. Zelfs heidense culturen hadden idealen, waarvoor een mens geloofde te bestaan. Wie de enige ware God kenden, wisten daar natuurlijk helemaal van. Als God je Redder is, en Jezus de Heelmeester kan dat niet anders. Wie bij Hem hoort krijgt een taak met Hem mee: er zijn voor God en zijn rijk, de evangelieverkondiging, de dienst aan de ellendige nabij en ver, - er zijn voor de ander, je gezin, je vak, je werk, je ambt, je roeping.
Maar dat is vandaag praktisch voor velen een vloek.
Het doel van het leven is het onverzadigbaar genieten voor mijzelf. De leeglopende illusie waaraan de wereld verloren gaat. Ik kan niet anders zien dan dat daartegenover de heerlijkheid van het Koninkrijk verkondigd en betracht moet worden. Heel eerlijk, mèt vermelding wie je je dan tot vijand maakt, en dat dat allerlei verdrukking zal kosten.
En met uitstalling van wat de Here je teruggeeft.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief