Gedichten lezen

1996-03-08
  • Jaargang 40
  • nummer 5
Moeder
Zo lang zij rustig leeft, kunnen wij haar vergeten,
ze kost ons zorg noch geld, ze doet ons nimmer zeer;
tweemaal in 't jaar, misschien, gaan wij nog bij haar eten
en lachen als ze zegt: Het is de laatste keer.

Doch één kort spoedbericht maakt ons opnieuw tot zonen,
wat ons gewichtig werd, valt plots en dwaas uiteen,
wij dachten in onze eeuwen in ons werk te wonen
tot wij beschaamd en leeg haar kleine huis betreên ..

Ze heeft op ons gewacht. Tenzij ze is gestorven.
Daar ligt wie onze moeder was; het arm gezicht,
waarin veel eenzaamheid berusting heeft gekorven,
beschenen voor het laatst in reeds vervreemdend licht.

Dat wij voorgoed alleen zijn thans, dat alle bronnen
vervloeien in de tijd, bedroeft ons 't hart zo niet.
Doch dat onze overmoed zich nimmer heeft bezonnen
over haar eenzaamheid, dit wordt ons taaist verdriet.

Karel Jonckheere

Dit is geen 'moeilijk' gedicht. Ik wil wel uw aandacht even vragen voor enkele details.
Het woord misschien in de derde regel staat tussen komma's. Als u het gedicht hardop leest, zult u merken .
wat de functie van die komma's is: door die rust wordt het misschien onzeker, het is best mogelijk dat de .
kinderen zelfs niet twee keer in 't jaar komen.
Let u ook eens op het ritme in de vijfde regel. Het metrum in het gedicht is overwegend jambisch: laag - hoog, laag - hoog. Maar in regel vijf wordt dat metrum verstoord: als we hardop lezen, krijgen we drie beklemtoonde lettergrepen achter elkaar: één, kort, spoed. En hier hebben we nou een mooi voorbeeld van wat een dichter met de taal kan doen: we krijgen de mogelijkheid bij het hardop lezen iets van de betekenis door te laten klinken.
Die korte lettergrepen achter elkaar kunnen iets oproepen van: schrik, van: je hart even vasthouden.
In de derde strofe blijkt dat het maar niet om één bepaalde moeder gaat, maar dat de dichter eigenlijk alle moeders op het oog heeft. De ene keer heeft ze nog kunnen wachten, de andere keer komen de kinderen te laat. En wie ooit bij zijn of haar gestorven moeder heeft gestaan, zal herkennen wat er staat: Daar ligt wie onze moeder was.
Dat IS ze niet meer!
Het lijkt me dat ik niet meer over dit gedicht hoef te zeggen. Alleen, ja, dat taaist verdriet, dat kan een mens last bezorgen. Wat een geluk als je daar nog aan kunt ontkomen.

T. Hoekstra, Zwolle

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief