De commissie met de lange naam
2007-04-27
Het allerjongste tot en met het oudste lid van de Nederlands Gereformeerde kerken betaalt jaarlijks viazijn penningmeester heel plichtsgetrouw € 0,45 voor steun aan hulpbehoevende studenten theologie (de meesten zonder dat ze zich dat bewust zijn natuurlijk!). Het geld wordt ingezameld en beheerd door de Commissie steunbehoevende studenten theologie in de Nederlands Gereformeerde Kerken. Je denkt: Is zo’n commissie nou echt nodig?- Jaargang 51
- nummer 9
Studenten theologie kunnen toch net als iedere andere student een beroep doen op de studiefinanciering, zoals die in Nederland geregeld is? In een gesprek leggen Akky van den Berg-Rook en Nico van Delft, respectievelijk secretaris en penningmeester van de commissie, uit waar het om gaat en hoe een en ander geregeld is.
De steun waar de commissie zich mee bezig houdt is een extra; het gaat om een bijdrage bovenop de studiefinanciering, die altijd als basis wordt genomen. In de praktijk betekent dit dat de steun bedoeld is voor studenten in bijzondere situaties. Daarnaast gaat er geld naar mensen die niet voor de officiële studiefinanciering in aanmerking komen, zoals studenten van het NG Seminarie dat geen officiële erkenning heeft.
Emmeloord
De geschiedenis van de commissie met de lange naam is nogal merkwaardig. Na de kerkscheur van 1967 mochten studenten die lid waren van een NGgemeente - toen nog ‘Vrijgemaakt (buiten verband)’ geheten - niet zonder meer doorstuderen aan de Vrijgemaakte Theologische Hogeschool in Kampen. Ze moesten zich eerst aan een onderzoek onderwerpen waarbij nagegaan werd of ze de belijdenisgeschriften nog wel onderschreven. Wie dat gesprek weigerde werd van de lijst van studenten afgevoerd. Het gevolg was dat de meeste NG-studenten uitweken naar andere hogescholen, maar daarmee ook hun kerkelijke financiële steun kwijt raakten. De regio-Kampen trok zich op aandringen van ds. G. Visee het lot van de studenten aan. Ze bepaalde dat steunverlening aan studenten het best door een plaatselijke kerk geregeld kon worden en wees daarvoor de kerk van Emmeloord aan. Tot 1995 toe is het een uitsluitend Emmeloordse aangelegenheid geweest. In dat jaar heeft de Landelijke Vergadering – tot opluchting van de Emmeloorders – de verantwoordelijkheid op zich genomen.
Stevige voorwaarden
Een student die bij de commissie aanklopt voor een financiële tegemoetkoming krijgt te maken met stevige voorwaarden en een zo veel mogelijk waterdichte overeenkomst.
Hij moet eerst aantonen dat hij niet in aanmerking komt voor reguliere studiefinanciering of dat hij daar niet voldoende aan heeft. In het eerste geval gaat het vaak om ‘late roepingen’, om mensen die, voor ze met hun theologiestudie begonnen ander werk gedaan hebben, in het tweede geval om bijzondere situaties.
Akky van den Berg geeft als voorbeeld van zo’n bijzondere omstandigheid de gezinssituatie van een student, wiens vrouw buitenshuis werkte en die bij zijn studie opgehouden werd door de zorg voor kleine kinderen, zodat betaalde oppas nodig was. Als een aanvraag ingediend wordt bekijkt de commissie eerst de financiële situatie van de aanvrager en verzoekt vervolgens de kerk waarvan de student lid is een attest van geschiktheid te verstrekken met zo mogelijk een aanbeveling van de regio. Het gaat niet alleen om aanstaande predikanten, ook pastorale medewerkers, zendelingen of evangelisten kunnen van de regeling gebruik maken.
Controle
Wordt een uitkering toegekend dan dient de student twee keer per jaar een overzicht te geven van zijn studieresultaten, één keer in een persoonlijk gesprek, de tweede keer schriftelijk of via een telefoongesprek. Breekt hij zijn studie af of verlaat hij de NGK dan wordt de betaling beëindigd. In het laatste geval heeft de commissie het recht het tot dan toe uitgekeerde bedrag in één keer op te eisen.
De regeling
Per jaar maken zo’n vier à vijf studenten van de regeling gebruik. De steun wordt verstrekt in de vorm van een lening, waarvan de maximale hoogte sinds januari 2006 400 euro per maand bedraagt, waarbij uitgegaan wordt van een studieduur van zes jaar. Vanaf het moment dat een afgestudeerde als predikant of pastoraal medewerker in dienst treedt binnen de NGK wordt in 60 maanden 18.000 euro kwijtgescholden; was het geleende bedrag hoger dan moet het meerdere in dezelfde periode worden terugbetaald. Die terugbetaling levert maar in een enkel geval strubbelingen op. ‘En als de studie halverwege beëindigd wordt?’ Akky van den Berg: ‘We hebben meestal te maken met gemotiveerde studenten, zodat er weinig afvallers zijn. In de afgelopen 15 jaar is er maar één student gestopt.’ Wel ontstaan er problemen als een afgestudeerde geen beroep krijgt. Al die cijfers wekken de indruk dat het om een uitsluitend zakelijke aangelegenheid gaat, maar juist door het persoonlijke contact met de studenten heeft het commissiewerk ook een andere kant. De bijzondere situaties vragen uiteraard om een persoonlijke beoordeling.
Weinig zorgen
Echte zorgen kent de commissie niet. Penningmeester Nico van Delft vertelt dat de kerken trouw zijn in het betalen; hij hoeft per jaar maar enkele kerken te ‘manen’. ‘Eigenlijk is dat logisch’, vindt hij: ‘alle kerken profiteren toch van de predikanten die hun studie hebben kunnen voltooien dank zij de steun van de commissie’. Een keer liep hij aan tegen een gemeente die niet betaalde omdat ze het ‘zelf regelde’: de diaconie gaf steun aan een student uit de eigen gemeente. Nico van Delft noemt de financiële situatie van de commissie ‘gezond’. De balans en jaarrekening 2005 zien er goed uit, maar het beeld is in gunstige zin wat vertekend doordat er een fors legaat in verwerkt is. Omdat het gaat om jarenlange verbintenissen met de studenten is een stevige reserve nodig. Met een omslag van 60 eurocent per kerklid per jaar kan die gehaald worden.
De penningmeester hoopt dan ook dat de Landelijke Vergadering van dit jaar met een verhoging tot dit bedrag akkoord gaat. Overigens wordt elk jaar opnieuw bekeken of de volle omslag wel nodig is om aan de aangegane verplichtingen te voldoen. Als in een jaar met een lager bedrag kan worden volstaan, wordt een korting verleend.
Jan Lakerveld is neerlandicus en lid van de NGK te Emmeloord.
De heer B. van der Griend (84), de eerste voorzitter van de commissie, kan het zich allemaal nog goed herinneren. De kerkscheuring van 1967 had ook grote gevolgen voor de Theologische Hogeschool. Juist in Kampen, de stad van de professoren, waren de tegenstellingen groot. Heel wat studenten waren lid van dat deel van de Kamper kerk dat ‘buiten verband’ kwam te staan. Vandaar dat ds. G. Visee van die kerk zich voor hen inzette en aandacht voor hun weggevallen financiële steun vroeg. Op verzoek van de regio nam de kerk van Emmeloord de taak van de steunverlening op zich en stelde ze er een commissie voor samen. De aangezochte personen durfden geen ‘nee’ te zeggen, maar wisten nauwelijks waar ze aan begonnen. Broeder Van der Griend: ‘We kregen te horen dat we ons licht maar eens moesten gaan opsteken bij prof. Veenhof.’ ‘Ik zie ons nog zitten; we waren met ons drieën. Het advies van de professor was dat we moesten nagaan of de steunaanvragende student echt roeping had om predikant te worden en of hij wel een echte studiehouding had.’ ‘Gelukkig werd ons al snel duidelijk gemaakt dat deze zaken niet op onze weg lagen. Door de jaren heen wonnen we aan professionaliteit, maar het bleef zwoegen. We hadden geen vaste inkomsten; het geld moest opgebracht worden via collecten, wat een heel onzekere situatie gaf. En een hoop werk. Telkens moesten de kerken aangeschreven worden.’ ‘Op een bepaald moment bleek dat de regio Noord-Holland ook een studentenfinanciering opgestart was. Toen ze daar hoorden van Emmeloord hebben ze alles zo snel mogelijk overgedragen. Het is een geweldige vooruitgang dat de Landelijke vergadering de verantwoordelijkheid overgenomen heeft.’ Br. Van der Griend is 20 jaar voorzitter geweest. |