Hoe lezen wij de schrift? (3)
1996-08-23
Zoals ik in het tweede deel van deze reeks heb aangegeven, kunnen we recht doen aan het gezag van de Schrift zonder haar historisch karakter te veronachtzamen, door telkens twee vragen te stellen: (1) Wat openbaart de Schrift van Gods Wijsheid in de situatie waarin het Schriftwoord geschreven werd? En (2) Wat betekent diezelfde Wijsheid voor onze situatie hier en nu? In dit derde en laatste deel zullen beide vragen nader worden uitgewerkt.- Jaargang 40
- nummer 17
Vraag 1
Wat openbaart de Schrift van Gods Wijsheid in de situatie waarin het Schriftwoord geschreven werd?
Om de eerste vraag te beantwoorden, moeten we ons allereerst nauwkeurig rekenschap geven van de betekenis van de betreffende norm of leefregel. Dat is minder eenvoudig dan het op het eerste gezicht lijkt. Er komt méér bij kijken dan het raadplegen van een goede vertaling, een woordenboek en een concordantie. Onze predikanten kunnen daarover meepraten.
Om achter de betekenis van een tekst te komen, moet de tekst worden gelezen in zijn verband, uiteindelijk in het totale verband van de Schrift als geheel. Maar dat is nog niet alles. De gehele historische, sociale en culturele situatie waarin een tekst tot stand gekomen is, komt in de betekenis van de tekst mee, zodat we ook iets moeten weten over de situatie waarin de tekst geschreven is en de wijze waarop de Schrift uiteindelijk in haar huidige vorm is ontstaan. Niet, dat de Schrift zonder die kennis totaal onbegrijpelijk zou zijn - een goede vertaling is voldoende om de Schrift in haar essentie te verstaan -, maar het is duidelijk dat we door meer kennis van het Hebreeuws en het Grieks en door meer kennis van de historische, sociale en culturele achtergrond van de Bijbel tot een beter verstaan van de Schrift kunnen komen.
Nieuwe kennis
Om deze reden stem ik in met de stelling, dat nieuwe kennis met betrekking tot de taal, de ontstaansgeschiedenis en de historische achtergrond van de Bijbel kan leiden tot een nieuw, mogelijk zelfs beter verstaan van de Schrift - al moeten we daar ook weer niet te veel van verwachten'. Beslist onjuist is echter, dat het verstaan van de Schrift mede beïnvloed zou worden door onze kennis van de werkelijkheid om ons heen, bijvoorbeeld met betrekking tot de beweging van de hemellichamen of de ouderdom van de aarde. Als de Schrift zou stellen dat de zon om de aarde draait, dan is dat maar op één manier te verstaan, namelijk dat de zon om de aarde draait. Stel dat we zouden weten dat de zon helemaal niet om de aarde draait, dan verandert dat niets aan de betekenis van de Schrift en aan de manier waarop we de Schrift moeten lezen'. We zouden dan alleen mogen zeggen, dat de Bijbelschrijvers zijn uitgegaan van een onjuist wereldbeeld - niet dat de Bijbel op een andere manier gelezen moet worden. Dit geldt nog sterker ten aanzien van de normatieve dimensie van de Schrift. Neem bijvoorbeeld de manier waarop in de Schrift wordt gesproken over de verhouding tussen man en vrouw in het huwelijk. Als we vandaag de dag anders tegen die verhouding aankijken, bijvoorbeeld omdat wij er bezwaar tegen hebben dat de man gezag zou hebben over de vrouw, dan mogen we alleen zeggen dat onze visie op de verhouding tussen man en vrouw kennelijk een andere is dan die van de Schrift - niet dat de Bijbel op een andere manier gelezen moet worden.
Het gaat bij het lezen van de Schrift namelijk juist om de spanning tussen Gods wil en onze wil, Gods visie en onze visie. Wie het verstaan van de Schrift afhankelijk maakt van de manier waarop we zelf tegen de dingen aankijken, raakt die spanning kwijt en zal uiteindelijk niet meer in staat zijn, in de Schrift het Woord van God te horen.
We moeten daarom bij het lezen van de Schrift onze eigen kijk op de werkelijkheid als het ware tussen haakjes zetten. Moeilijk? Zeker. Maar niet onmogelijk. Mits we bereid zijn onze werkelijkheidsbeleving te laten corrigeren door de Schrift.
Het waarom van Bijbelse normen en regels
Tot zover de betekenis van de Schrift.
We moeten echter nog een stap verder gaan. Uitgaande van de betekenis van de onderzochte teksten moeten we proberen na te gaan, welke Wijsheid God in zijn normen en leefregels heeft gelegd. We moeten, met andere woorden, onderzoeken waarèm God zijn normen en regels destijds zo heeft gesteld. Waarom heeft God in Israël een sabbatdag en een sabbatsjaar ingesteld? Waarom mochten de mensen elkaar niet doden, maar mocht de overheid het wèl? Waarom mochten vrouwen geen priester worden? Waarom mogen we voor het huwelijk geen geslachtsgemeenschap hebben?
Dergelijke vragen houden in, dat we als het ware achter de concrete teksten moeten zoeken. Het spreekt vanzelf, dat dit nog moeilijker is dan het vinden van de juiste betekenis van de tekst. Het is net zoiets, als het leren kennen van iemands karakter aan de hand van zijn uitspraken en gedragingen. Maar net zoals het mogelijk is om iemands karakter te leren kennen, evenzo kunnen we, door zorgvuldig onderzoek, iets leren begrijpen van Gods Wijsheid in zijn normen en leefregels. Niet àlles, want Gods handelen blijft voor ons ondoorgrondelijk. Maar voldoende om te begrijpen, wat Gods wil voor ons leven is. Want onze God is geen verborgen god, maar Hij laat zich kennen aan ieder die Hem ernstig zoekt.
Bijbelonderzoek
We moeten dan wel ons best doen. Belangrijk is bijvoorbeeld, dat we ons bij ons Bijbelonderzoek niet beperken tot één tekst, maar er zo veel mogelijk teksten bij betrekken die een licht op hetzelfde onderwerp kunnen werpen.
Bij elke tekst zullen we ons moeten afvragen, wat zij ons leert over Gods wil in de situatie waarin de tekst geschreven werd, en waarom God het destijds zo heeft gewild. En tenslotte, last but not least, zullen we moeten zoeken naar het gemeenschappelijke dat we telkens aantreffen, naar de continuïteit in Gods wil.
Stel bijvoorbeeld, dat we op zoek zijn naar de wil van God met betrekking tot de zondag. De eerste stap is, dat we precies moeten weten wat de betekenis is van het sabbatsgebod: wat betekent "sabbat", wat betekent "heiligen", welke dag wordt door God geheiligd, welke plaats neemt het sabbatsgebod in in het geheel van de wet van Mozes, enzovoort. Maar vervolgens moeten we zoeken naar Gods Wijsheid in het sabbatsgebod. Waarèm heeft God destijds het sabbatsgebod gesteld? Wat was de zin ervan? Om daarachter te komen moeten we niet blijven stilstaan bij het vierde gebod, maar moeten we ook letten op andere teksten die betrekking hebben op de sabbat en aanverwante onderwerpen, bijvoorbeeld de regels met betrekking tot het sabbatsjaar en het jubeljaar, de manier waarop Jezus over de sabbat spreekt en de richtlanen van Paulus met betrekking tot het houden van bijzondere dagen. Door telkens te vragen naar het waarèm van Gods wil in de concrete situatie van de betreffende tekst en te zoeken naar het gemeenschappelijke daarin, leren we tastenderwijs Gods Wijsheid kennen, die in alle situaties dezelfde is. Die Wijsheid zou bijvoorbeeld kunnen zijn, dat het goed is voor de mens om op gezette tijden te rusten van zijn arbeid en zich tezamen met anderen te richten op de dingen die "boven" zijn. Dit voorbeeld toont meteen aan, dat de Schrift ruimte laat om Gods Wijsheid verschillend te interpreteren. Ik kan mij bijvoorbeeld heel goed voorstellen, dat een ander ten aanzien van Gods Wijsheid in het sabbatsgebod heel andere accenten legt. Dat mag ook best. We moeten beseffen dat we Gods Wijsheid nooit ten volle kunnen doorgronden en dat we ons daarom in het verstaan daarvan door anderen moeten laten aanvullen en corrigeren.
Zoeken naar het vaste
Belangrijk is echter, dat we zoeken naar het vaste in de Schrift en niet blijven staan bij de verschillen. Het laatste gebeurt maar al te vaak. Neem bijvoorbeeld de discussie over de toelating van vrouwen tot het diakenambt.
Het is opvallend, dat het veronderstelde bestaan van verschillende lijnen in de Schrift ertoe geleid heeft, dat men geen uitspraak heeft willen doen over de wil van God in deze kwestie. Dit is een typisch biblicistische benadering: als we er met een rechtstreeks beroep op de Bijbel niet uitkomen, mogen we onze gang gaan. Het zou juister zijn geweest, als men gezocht had naar de éénheid van Gods Wijsheid in alle teksten. Dan zouden we misschien dichter bij God gekomen zijn. Dat is nu niet het geval. Nu lijkt het erop, dat God als het ware in zichzelf verdeeld is: loopt zijn wil langs de ene lijn of langs de andere? Ik vrees dan ook dat de hele discussie uiteindelijk aan het "heil der gemeente" meer kwaad dan goed gedaan heeft, ongeacht welke beslissingen in de plaatselijke kerken genomen zullen worden.
Vraag 2
Wat betekent diezelfde Wijsheid voor onze situatie hier en nu?
De tweede vraag houdt in, dat we de gevonden Wijsheid in de Bijbelse normen en leefregels toepassen op de eigen situatie. Twee dingen zijn hierbij belangrijk. Ten eerste, dat we een goed zicht krijgen op de eigen situatie.
Ten tweede, dat we de Wijsheid van God niet ombuigen. Net zomin als het vinden van Gods Wijsheid in de Schrift, is het eenvoudig om zicht te krijgen op de eigen situatie. We zijn geneigd om uit te gaan van vanzelfsprekendheden. Maar wat we doorgaans vanzelfsprekend vinden, is dat vaak helemaal niet. Neem bijvoorbeeld het huwelijk. We vinden het vanzelfsprekend, dat een huwelijk wordt gesloten voor een ambtenaar van de burgerlijke stand en wordt opgetekend in openbare registers. Toch is het niet moeilijk om in te zien, dat die uiterlijkheden niet wezenlijk zijn voor het bestaan van een huwelijk. In veel landen worden huwelijken op een heel andere manier gesloten, en dat was in Nederland tot de 1ge eeuw ook zo. Het is heel goed denkbaar (en naar mijn mening ook wenselijk), dat het huwelijk in de toekomst uit de overheidssfeer gehaald wordt, waardoor de kerk in staat zal zijn haar eigen huwelijkscriteria aan te leggen. Naar het wezen van de relatie beoordeeld, zijn veel "ongehuwd" samenwonenden naar mijn mening evenzeer gehuwd als echtparen die officieel als gehuwd te boek staan. Dat kan van belang zijn voor de manier waarop wij het ongehuwd samenwonen beoordelen.
Het tweede punt was, dat we Gods Wijsheid niet moeten ombuigen. Als we eenmaal gevonden hebben welke Wijsheid de Schrift openbaart, dan moeten we ons leven toetsen aan diezelfde Wijsheid. Want anders nemen we het Woord van God niet serieus. Er vindt een ombuiging van Gods Wijsheid plaats, als we ervan uitgaan dat Gods Wijsheid zich in de loop van de geschiedenis ontwikkelt. De Schrift geeft geen enkele aanleiding om dat te veronderstellen. Integendeel, God openbaart zich in de Schrift als een God die door de eeuwen heen Dezelfde blijft, die zichzelf trouw blijft tot in eeuwigheid. Wie daarvan afwijkt, raakt uiteindelijk ook elke objectieve maatstaf in de Schrift kwijt en ziet zich tenslotte veroordeeld tot veranderlijke goden als Menselijkheid en Democratie.
Gehoorzaamheid
Hebben we eenmaal inzicht in Gods Wijsheid en een goed zicht op de situatie waarin we leven, dan is het niet moeilijk meer om te weten, wat Gods wil is voor ons leven. Het komt dan aan op gehoorzaamheid. Het spreekt vanzelf, dat er ook op dit punt ruimte is om van mening te verschillen. We kunnen immers Gods Wijsheid verschillend interpreteren en ook van mening verschillen over de betekenis die deze Wijsheid heeft voor situatie waarin we leven. We moeten daarom met elkaar in gesprek blijven, om van elkaar te leren en elkaar te corrigeren. Dat gesprek moet dan echter niet gaan over onze persoonlijke meningen, maar over de Wijsheid die God in de Schrift openbaart. Die Wijsheid kan betekenen, dat we ons aan bepaalde Bijbelse normen of leefregels moeten blijven houden.
Maar zij kan ook betekenen, dat in onze tijd andere normen of leefregels te gelden hebben. Het is dan echter niet onze persoonlijke mening die daartoe dringt, maar het gezag van de Schrift. Juist omdat de Schrift het gezaghebbende Woord van God is, moeten we soms concluderen dat bepaalde normen of leefregels in onze tijd niet meer gelden of juist omgekeerd, dat we bepaalde normen of leefregels moeten radicaliseren. Jezus zelf is ons in de Bergrede op deze weg voorgegaan. Maar de Schrift moet daar dan wel aanleiding toe geven. Als God zelf in de Schrift nergens van een bepaalde lijn afwijkt, mogen wij dat ook niet doen. We zullen ons dan aan de Bijbelse regel moeten houden - niet omdat zij in de Bijbel staat, maar omdat zij kennelijk een uitdrukking is van Gods Wijsheid voor alle plaatsen en tijden.
Vrijmoedigheid
Als we op deze manier omgaan met de Schrift, krijgen we een zekere vrijmoedigheid om in de praktijk van ons leven en in onze onderlinge verhoudingen af te wijken van Bijbelse normen en leefregels, zonder dat die vrijmoedigheid verkeert in eigenzinnigheid.' Belangrijk is, dat we ons verstaan van de Schrift niet laten bepalen door de manier waarop we zelf tegen de werkelijkheid aankijken. De gedachte van de moderne hermeneutiek, dat ons verstaan van de Schrift per se verandert, als onze kijk op de werkelijkheid verandert, berust op een verwetenschappelijking van het geloof. Die verwetenschappelijking is nog sterker, als we daarbij een doorslaggevende betekenis hechten aan het wetenschappelijke wereldbeeld'. In plaats daarvan stel ik, dat we de Schrift voor zichzelf moeten laten spreken, maar dan wel met inachtneming van haar historisch karakter en zonder dogmatische vooroordelen over bijvoorbeeld het openbaringskarakter en de onfeilbaarheid van de Schrift. Om tot een vrijmoedige omgang met Bijbelse geboden en verboden te komen, moeten we beseffen dat de Schrift wezenlijk historisch is, dat wil zeggen betrokken op een concrete historische situatie. Maar tegelijk moeten we in het oog houden, dat God in de Bijbelse geboden en verboden een Wijsheid gelegd heeft, die ons ook nu nog de weg ten leven wijst. Daarom blijft de Schrift gezaghebbend - niet als een onaantastbare bron van voorschriften, maar als een openbaring van de Wijsheid van God, die gisteren en heden Dezelfde is.
Noten
1. J.M. Mudde. "Verwetenschappelijking van het geloop". Opbouw. 3gejaargang (1995) nr. 12. p. 225. Dat een nieuw verstaan niet altijd een beter verstaan is. hangt samen met hetfeit dat nieuwe kennis niet altijd betere kennis is. We moeten dus ook ernstig rekening houden met de mogelijkheid. dat nieuwe kennis van de antieke talen. de ontstaansgeschiedenis van de Bijbel of de historische. sociale en culturele achtergrond van de Schrift ertoe leidt dat we steeds minder gaan begrijpen van de betekenis en strekking van de Schrift.
We moeten er daarom voor uitkijken. bij de exegese van de Schrift al te zwaar te leunen op allerlei bevindingen van de moderne wetenschap.
2. We weten overigens helemaal niet dat de zon niet om de aarde draait. We kunnen dat ook niet weten. omdat een absoluut coördinatenstelsel niet bestaat.
3. Ik ben het op dit punt dus eens met ds. Mudde (a.w. p. 226). Naar mijn mening komt in zijn stellingname echter onvoldoende tot uitdrukking. dat de vrijmoedigheid ten aanzien van Bijbelse normen en leefregels moet worden ingekaderd om te voorkomen dat zij verkeert in eigenzinnigheid. Wezullen elkaar zo duidelijk mogelijk moeten voorhouden. waar de grenzen van de vrijmoedigheid liggen. Ik heb daaraan in deze reeks een bijdrage proberen te leveren.
4. Zie met betrekking tot de verwetenschappelijking van het geloof mijn artikel "Verstaat gij wat gij leest?" in Opbouw. 3gejaargang (1995) nr. 11. pp. 206-207. en de reactie van ds. Mudde daarop. Het zal thans duidelijk zijn. dat mijn bezwaren tegen het spreken van "hermeneutische problemen" in verband met de gelovige omgang met de Schrift. door het antwoord van ds. Mudde niet zijn weggenomen. Die bezwaren zijn niet gebaseerd op een fundamentalistische benadering van de Schrift die geen ruimte zou laten om anders tegen de werkelijkheid aan te kijken dan de Bijbelschrijvers. Bovendien denk ik dat de moeite. die velen menen te hebben met bepaalde Bijbelse normen en leefregels. niet zozeer voortkomt uit een "hermeneutisch probleem" maar uit een verkeerde opvatting van de wijze waarop de Schrift gezaghebbend is.