Leven in Oezbekistan
1996-08-23
Na twee verhalen over een stukje (kerk)geschiedenis en een impressie van het leven in Oezbekistan wil ik nu graag wat vertellen over de Kerk in Oezbekistan. Die kerk is klein; de deskundigen schatten dat er 1000-2000 (inheemse Oezbeekse) christenen zijn, in een volk van zo’n 20 miljoen. Dat is naar alle normen een klein aantal. Tegelijk horen we dat er vijf jaar geleden op zijn hoogst vijf christenen waren. Zo bezien, is dat een sterk groeipercentage. Met andere woorden, in Oezbekistan tref je wellicht ‘open deuren’ aan!- Jaargang 40
- nummer 17
Daarom is het volgende verhaal een mengeling van Bijbelstudie en berichtgeving, in die volgorde.
'Open deuren' in de Bijbel
Op tenminste vijf plaatsen in het Nieuwe Testament wordt ons iets verteld over 'Open deuren' of over 'deuren die geopend worden'. Ik durf niet met zekerheid te zeggen dat ik met deze vijf passages ze allemaal gevonden heb, maar het is zeker het merendeel. Dat zijn soms zinnen en soms korte passages die ik hierbij weergeef.
Handelingen 14:26/7: "En vandaar voeren zij naar Antiochië waar zij aan de genade Gods waren opgedragen voor het werk dat zij volbracht hadden. En daar aangekomen, riepen zij de gemeente bijeen en gaven verslag van alwat God met hen gedaan had, en dat Hij ook voor de heidenen een deur des geloofs had geopend. "
1 Korinthiërs 16:9: "Maar ik zal nog tot Pinksteren te Efeze blijven, want mij is een grote en machtige deur geopend en er zijn vele tegenstanders."
2 Korinthiërs 2:12: "Toen ik nu te Troas was gekomen om het Evangelie van Christus te prediken, en mij een deur geopend was in de Here..."
Kolossenzen 4:2-4: "Volhardt in het gebed, weest daarbij waakzaam en dankt en bidt tevens voor ons, dat God een deur voor ons woord mag openen, om te spreken van het geheimenis van Christus, terwille waarvan ik ook gevangen zit. Dan zal ik het zo in het licht stel/en als ik behoor te spreken."
Openbaring 3:7,8: (Christus zegt): "En schrijf aan de engel der gemeente te Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de waarachtige, die de sleutel Davids heeft, die opent en niemand kan sluiten, en Hij sluit en niemand opent. Ik weet uw werken: zie, Ik heb een geopende deur voor uw aangezicht gegeven, die niemand kan sluiten; want gij hebt kleine kracht, maar gij hebt mijn woord bewaard en mijn naam niet verloochend."
De personen en de plaatsen
Om de gegevens uit die vijf gedeelten eens even op een rij te zetten het volgende:
a. er wordt door drie personen gesproken over 'open deuren'; dat zijn:
• de Here Jezus (in Openbaring 3)
• de apostel Paulus (in 1 en 2 Korinthiërs en de Brief aan de Kolossenzen)
• de evangelist Lucas (in Handelingen) waar hij overigens weergeeft wat Paulus en Barnabas rapporteren
b. het gaat om specifieke plaatsen, te weten:
• Filadelfia (Openbaring 3)
• Rome (Kolossenzen 4)
• Efeze (1 Korinthiërs 16)
• Troas ( 2 Korinthiërs 2)
• de regio van Cyprus en Zuid-Turkije (Handelingen 14)
c. Het gaat dus om specifieke plaatsen waar we horen dat 'een deur open staat'. Het is geen beschrijving van wat te allen tijde en gelijkelijk op alle plaatsen op te merken is! Ook is die 'open' situatie niet op voorhand duidelijk. Zulke 'open deuren' zijn ook voor de betrokkenen vaak verrassend.
Niet vanzelfsprekend open
In Filadelfia lezen we van een kleine christelijke gemeente in een bloeiende, bruisende, hellenistische stad.
In deze plaats die 'de toegangspoort tot het Oosten' heette en exportcentrum was van een aantrekkelijk geachte heidense cultuur bevond zich dus een aangevochten groepje mensen die tot een minderheidscultuur en tegencultuurlijke religie behoorden. Een bloeiende cultus van Dionysus, de god van de wijn en sterke drank, met de erbij horende orgieën en excessen, vormde de meerderheidsreligie.
In de brief die Christus schrijft aan de gemeente aldaar spreekt Hij van 'een synagoge des satans' in die plaats. Dat kan op een uit het spoor gelopen Jodendom wijzen, hoewel er uitleggers zijn die andere verklaringen geven. Hoe dan ook, de gelovigen in Christus verblijven er in 't hol van de leeuw! Er is moeite en druk, maar die druk komt van buiten en niet van binnen.
Met de gelovigen in Smyrna (Openbaring 2) worden alleen christenen in Filadelfia onverkort door de Heer geprezen ... Ze zijn trouwen dat is bij de Heer der Kerk niet onopgemerkt gebleven. En in Filadelfia wordt vervolgens gesproken over 'een deur die Christus opent en die niemand kan sluiten'. In een situatie van aanvechting en noodzaak om een hard geestelijk gevecht te leveren wordt de belofte gegeven van een open deur. Christus, die niet als een toerist rondgaat en zich vergaapt aan cultuur en artistieke prestaties, die weet heeft van overleggingen van mensenharten en -hootden, die geen illusies heeft waar wij die misschien wel zouden koesteren (wij die vaak kijken naar wat voor ogen is), Christus spreekt van een 'open deur'. Dan heeft Hij het over een gééstelijke situatie. In het hele geestelijke krachtenveld is iets wezenlijks gebeurd: Hij heeft er namelijk een deur geopend en zelfs met vereende krachten kunnen mensen of machten die deur niet weer dichtkrijgen. Dat is Christus' nadrukkelijke belofte! Waar Hij de confrontatie aangaat met de demonen en dezen van hun kant Hem (h)erkennen - kijk naar de man met een onreine geest in Marcus 1 en 'Legioen' in Marcus 5 - spreekt Hij nu een machtswoord uit voor de locale situatie in Filadelfia. Dat moet hun moed en kracht geven.
'Een grote en machtige deur'
De apostel Paulus kan natuurlijk niet met het gezag van de Heer Zelf spreken, maar ook hij, geestelijk mens als hij is, ervaart dat er in het hele geestelijke krachtenveld 'open deuren' zijn. In Rome merkt hij dat (Kolossenzen 4), nota bene in gevangenschap. De apostel is helemaal niet negatief over de noodzaak om in het gevang te zitten; hij merkt dat daar enorme kansen liggen! Dat is een wel andere manier van taxatie dan we zouden verwachten of zelf zouden hebben. (Dat is trouwens niet uniek voor hem; zie b.v. Filippenzen 1:13,14.) In Efeze ervaart hij enorme openingen: 'Een grote en machtige deur' is geopend (1 Korinthiërs 16) en datzelfde merkt hij ook in Troas (2 Korinthiërs 2), in volop heidense plaatsen dus. In de wereldstad Efeze was een immens complex gewijd aan de godin Artemis of Diana. Op die plaatsen waar er strijd gevoerd moet worden tegen 'de boze geesten in de lucht' wordt een geopende deur ervaren! Er zijn 'openingen'; dat is méér dan alleen maar kansen.
Op nieuwe plaatsen
Uit deze voorbeelden valt op zijn minst te vermoeden dat 'open deuren' daar niet zozeer voorkwamen, omdat al eeuwenlang op de genoemde plaatsen in grote trouw door verkondigers gewerkt was - nee, het Evangelie is er volstrekt nieuw! Het Woord wordt nu voor het eerst gebracht op een aantal plaatsen die eeuwenlang toegewijd zijn aan een menigte andere goden en heren. Ten tweede maken we uit dit alles toch op dat hier impliciet over 'tijden en gelegenheden', over kansen voor het Rijk van God, gesproken wordt. Het is niet zo dat in principe elke plek gelijk is aan elke andere plaats. Tijden noch plaatsen lijken in dit gedeelte neutraal. Zeer verrassenderwijs wordt soms een opening gevonden, waarlangs het Evangelie naar binnen kan gaan in het leven van een individueel mens, een groep of een hele cultuur.
Open naar binnen of naar buiten?
Toch is dit nog niet alles wat we erover kunnen zeggen. Deuren kunnen normaliter naar twee kanten open, naar binnen en naar buiten. Wat is hier nu het geval? Eerst dacht ik dat de deuren meestal van buiten naar binnen opengingen. Er zijn immers van die plekken waar een concentratie van geestelijke tegenstand tegen Christus gevonden wordt maar waar door geloofsonderricht deuren om binnen te komen open kunnen gaan. Zo is het immers gesteld met kansen voor de verkondiging? In Troas gaat het om prediking van het Evangelie; daar is een deur open gegaan 'in de Here'. (2 Korinthiërs 2) In de brief aan de gemeente in Kolosse vraagt Paulus expliciet om gebed dat de Here God een deur 'voor ons woord' opent. Hij werkt dat verzoek uit met de toelichting: "om te spreken van het geheimenis van Christus, terwille waarvan ik ook gevangen zit". (Kolossenzen 4:3) Ook in het laatste hoofdstuk van 1 Korinthiërs wordt mijns inziens gesproken over mogelijkheden voor de Evangelieprediking.
Hoe kom je met het Woord van eeuwig leven nu op een goede manier een stad of cultuur binnen die daar vanouds voor gesloten was? In het eerste voorbeeld, Handelingen 14, wordt echter gedoeld op een deur die van binnen naar buiten opengaat, lijkt me. De mensen die in een situatie verkeerden dat ze God niet konden kennen, dat ze in een alles doordringend heidendom gevangen zaten, worden daaruit bevrijd. God had "ook voor de heidenen een deur des geloofs geopend". Ik ben geneigd te denken aan een deur naar buiten. Ze zaten in het duisternis, maar worden bevrijd om Gods wonderbaar licht te zien. "Gods volk wordt uitgeleid, zij gaan met vreugde voort. En de bergen en de heuvels klappen rondom hen." Nog één ding valt op: deuren staan open of gaan open, worden geopend. Vooral dat laatste. Er ligt accent op het feit dat de Here God of Jezus Christus die betreffende deuren opendoet of open houdt. Met nadruk zegt de Opgestane Heer Jezus Christus in Openbaring 3 dat Hij Degene is die (geestelijke) deuren zo kan open doen dat ze niet meer kunnen worden gesloten. In het gegeven van die open deuren zit, met andere woorden, meer dan historische toevalligheid. Ze zijn open gegaan door een heel besliste daad van de Almachtige God. Tegelijk is er in die souvereine houding geen overweldigend element aanwezig dat wij als mensen er dus niet meer toe doen! Integendeel, wij moeten bidden; in Gods vrijmachtig handelen is er ook plaats voor ons gebed en onze inzet. Zo wil de Here God kennelijk almachtig zijn. Wij, zijn schepselen, moeten op ons schepselmatige niveau meedoen, meestrijden in de grote Strijd in de hemelse gewesten. Ook voor het opengaan van zulke deuren is onze voorbede vereist. Een laatste ding om hier te noteren, al is het al geïmpliceerd in het voorafgaande.
Paulus constateert, in 1 Korinthiërs 16, dat er grote kansen zijn en een hevige tegenstand tegen het benutten van die kansen. Vooruitgang van het Evangelie blijft niet onweersproken! Anders gezegd, wie bidt om 'open deuren' voor het Evangelie moet rekenen op forse oppositie van de 'andere kant'. Er is namelijk een andere kant! Er zijn zonder enige twijfel tegenstanders, misschien van menselijke aard, maar in elk geval van geestelijke aard, de machten. De apostel Paulus vraagt om gebed, dat er open deuren mogen komen voor de verkondiging. De kansen liggen er immers nu; nu zijn de velden wit om te oogsten.
Witte velden in Oezbekistan?
Ik ben geneigd te denken dat in Oezbekistan de velden er wit bijstaan! Ik heb een aantal jonge Christenen ontmoet en geef daarom wat voorbeelden. Een jongen van 18; hij komt uit de wat betere kring. Zes jaar geleden - hij was toen 12 - luisterde hij geregeld naar de uitzendingen van Billy Graham en Robert Schuiler, die uit Moskou werden uitgezonden. Die boodschap was op de een of andere manier heel boeiend voor hem, zodat hij, een beetje tot chagrijn van zijn ouders, elke zondagmorgen om vijf uur voor de buis zat! Toen er werd gezegd dat mensen bij de Here Jezus konden horen en dat wie niet in de buurt van een kerk was, ook thuis kon gaan staan om dat verlangen kenbaar te maken deed Bachtior dat - en vergat het prompt daarna. Later, toen het Evangelie opnieuw, met meer aandrang door een vriend op school verteld werd, kwam het allemaal terug.
Nu, ruim een half jaar later, zijn zijn ouders en zus, en zeven van zijn klasgenoten tot geloof in Christus gekomen ...
Of het verhaal van een jonge vrouw uit het Oosten, de Ferghana Vallei, waar men vanouds tamelijk sterk islamitisch is. Ze was er echt van overtuigd dat er in heel Oezbekistan geen andere christen was dan zij; zij had in het buitenland voor het eerst van Christus gehoord. Toen kwam het moment dat ze nog een paar honderd medegelovigen aantrof, bij één gelegenheid. De vreugde die ze toen ervoer was onbeschrijfelijk! Zelf heb ik diverse gelovigen in Oezbekistan ontmoet die vaak 'jong tot zeer jong' in het geloof waren - variërend van een paar maanden tot twee jaar. (Die laatste was natuurlijk een echte veteraan!) In dat alles kwam ook een elan tot me dat ik associeer met het boek Handelingen.
Zoals toen het geval was, de velden wit waren om te oogsten en open deuren voor het Woord werden aangetroffen, lijkt dat ook hier, in een regio waar het Evangelie nog nooit 'aangeslagen' is, het geval te zijn. De Bijbelkennis van deze jonge mensen was natuurlijk nog heel beperkt, maar de inzet en de toewijding bij jonge broeders en zusters was buitengewoon! En zoals in Filadelfia, Efeze en Troas het geval was, kan ook nu een deur nog heel open staan. Alleen, de ervaring van de apostel Paulus wijst er al op: het is niet uitgesloten dat ook in Centraal-Azië zal blijken dat er ook machtige tegenstanders zich zullen openbaren. Dan is één vraagnatuurlijk niet de enige vraag - of er dan ook mensen zullen bidden voor de open deuren daar. Mensen zoals wij, die zich voor dat verre en ook onbekende Oezbekistan laten inlijven als voorbidders. Laten de mensen die zich in gebed voor deze regio willen inzetten zich melden.