Brood voor 'hongerige Hongaren'

1996-08-23
  • Jaargang 40
  • nummer 17
“Overwegend kan onze ‘linkerhand’ , maar niet bespeuren wat de ‘rechterhand’ gedaan heeft,“ lees ik in de laatste circulaire van de Stichting Steun Buitenlandse Christenen. In deze artikelen probeer ik beide handen van S.B.C. boven te krijgen. De vorige keer schreef ik onder de kop ‘Hulp op maar voor Hongaarse gereformeerden’ over de praktische en financiële ondersteuning van de Hongaarse broederschap; deze keer wil ik een en ander vertellen over uitgave en verzending van Hongaarse literatuur-bij-de-bijbel. En over de strijd om de gereformeerde jeugd van Hongarije.

Jenö Sebestyèn
Na de tweede wereldoorlog zijn er in Hongarije geen goede theologische boeken meer verschenen. En jonge mensen die theologie gingen studeren, ontvingen een opleiding die meer gericht was op dienst aan de staat dan op dienst aan God. Sinds 1977 ziet S.B.C. het als haar taak om, samen met andere organisaties, deze lacune te helpen opvullen.
Hoe groot was de vreugde bij Hongaarse predikanten, toen S.B.C. in 1989 de uitgave van de Református Dogmatika (Gereformeerde Dogmatiek) van de Hongaarse hoogleraar Jenö Sebestyèn mogelijk maakte. Een predikant schreef aan S.B.C.: "Het was een gezegende periode in de geschiedenis van de Hongaarse Gereformeerde Kerk, toen Prof.Dr. Sebestyèn aan de faculteit voor systhematische theologie als hoogleraar in de dogmatiek en ethiek werkzaam was in de jaren 1918-1947. Te meer waarderen wij Hongaren zijn werk, nu wij in veertig jaar communisme geen echte gereformeerde dogmatiek en ethiek kregen onderwezen, maar (de staat) 'dienende' theologie, 'vredes'theologie, de leer vari de Alverzoening, moderne theologie, situatie-ethiek etc. Nu de Hollandse broeders de Dogmatiek van Prof. Sebestyèn uitgaven, gevoelen wij te meer de dwingende noodzaak om ook zijn Ethiek te laten verschijnen. Prof. Sebestyèn studeerde in Utrecht en werd zo een groot kenner van de Hollandse theologie, die hij niet slaafs volgde, maar hij verrijkte zijn Hongaarse theologie met gedachten van Kuyper, Bavinck, Oosterzee, Geesink en Van Schelven en ook van de Zuidafrikaanse professor Heyns en de angelsaksische Louis Berkhof en Charles Hodge. Bijzonder waardevol is het praktische deel der Ethiek. De spil waar alles om draait is de ere Gods ... in het gezin, in de cultuur, in het staatsleven, in de kerk en in de eeuwigheid. Wij wachten op de hulp van onze Hollandse broederschap ook in deze zaak, opdat wij straks een goede gereformeerde Ethiek in de hand zullen hebben."
Gelukkig zorgde de vrijgemaakt-gereformeerde Stichting 'Fundament' voor de uitgave van deze Ethiek, als aanvulling op de door de nederlands gereformeerde St. S.B.C. verzorgde Dogmatiek: zo zwart-wit zijn de verhoudingen kennelijk niet, je zou bijna van een broederlijke 'ruil' spreken.

Ingwersen-bijbel
Ook andere uitgaven kwamen vaak door samenwerking met andere organisaties tot stand, zodat de oplagen groter en de kosten lager waren. Zo verzorgde de stichting 'Hulp Hongarije' jarenlang de (her)druk (in tienduizenden exemplaren) van de vertelbijbel van Mej. Ingwersen in het Hongaars. Deze vertelbijbel was bedoeld voor de wat oudere jeugd en zeer geschikt voor jonge gezinnen in Hongarije, waar onder het atheïstische systeem godsdienstonderwijs verboden was en waar je met kerkgang je baan op het spel zette. S.B.C. heeft zich zeer ingespannen voor de verspreiding van deze vertelbijbel - en doet dat nog steeds (ook nu anderen het laten afweten), want de Ingwersenbijbel is een van de 'oogappels' van S.B.C. Ook de samenwerking met 'Hulp Oost-Europa' (H.O.E.) is jarenlang vruchtbaar geweest: een kinderbijbel van Anne de Vries, een dagboek van Christlieb (Uw getuigenissen: mijn eeuwig ertäeet; dat in vele duizendtallen zijn weg naar het oosten vond, het Bijbels Beeldwoordenboek van A. van Deursen, Moeders in de Bijbel van Ds. Veltkamp, enz. Zeer gewild was het dundruk-dagboekje Iedere dag ons dagelijks brood, dat in de gezinnen aan tafel werd gebruikt, in ziekenhuizen op het hart werd gedragen en door soldaten angstvallig verborgen onder hun tuniek. Een stroom van literatuur vond haar weg naar de Hongaars-sprekende broeders en zusters in het Oostblok: ze werden over de post verstuurd of door bezoekers uit Holland meegenomen. Lange tijd was Hongarije het enige Oosteuropese land dat openstond voor toezending per post. De Hongaarse broeders gaven de boekjes ook mee naar familieleden in andere Oostbloklanden. In Hongarije zelf kon men lektuur uitsluitend met behulp van een typemachine vermenigvuldigen en zelfs dat werd gecontroleerd! (De bevoegde ambtenaar die de typemachine kwam controleren, moest deze ook steeds op dezelfde plaats aantreffen!)

Eigen uitgaven
S.B.C. verzorgde ook een aantal eigen uitgaven in het Hongaars. Andere stichtingen namen steeds een aantal exemplaren af, zodat meestal een minimumoplage van 7000 op korte termijn kon worden verstuurd. Naast de Gereformeerde Dogmatiek van Prof. Sebestyén, waarover ik hierboven schreef, noem ik de prekenserie (in zes deeltjes) van Ds. Joó Sandor.
Deze predikant was overleden en kon dus niet meer worden gestraft voor de uitgave van zijn preken. Deze boekjes ( Woordverkondiging was de titel) vonden hun weg tot in ver afgelegen pusztadorpjes waar de predikanten, die vaak vier of meer van zulke dorpjes geestelijk moesten verzorgen, in die tijd zonder auto (dus lopend, of met die éne bus per dag) moesten zien te komen. Diverse andere uitgaven werden eveneens door S.B.C. verzorgd, zoals Schepping ot Evolutie van Willem Ouweneel en Escape trom reason van Francis Schaeffer. De vertaler van dit laatste werk koos als schuilnaam 'De luisterende David' - zijn vertaalwerk kon hem immers op gevangenisstraf komen te staan! Ook Aebi's Korte inleiding tot de Bijbelboeken werd door S.B.C. in het Hongaars uitgegeven. Onder grote tijdsdruk kwam de vertaling van een proefschrift over de eerste twaalf hoofdstukken van Jesaja gereed. Een student aan het Seminarie zorgde in zeer korte tijd voor het opschrijven en inplakken van de vele Hebreeuwse woorden die in het proefschrift voorkwamen: dat was een heidens (?) karwei.

Tot in Rusland
"Onze bijbels en boeken worden aan derden doorgegeven en komen zo op afgelegen plaatsen en via bezoekers en familie druppelen ze ook door naar Roemenië en Rusland." En in de eerste circulaire na de Wende (maart 1990): "We moeten ons goed realiseren dat datgene wat onze reformatorische groeperingen doen, niet door anderen gedaan wordt. En tevens, dat de Hongaars-sprekende reformatorische kerken in Erdély (Roemenië), de Karpaten (Rusland), in Hongarije en Tsecho-Slowakije, wat boeken betreft nog voor een groot deel van onze hulp afhankelijk zullen zijn. 'Sola Scriptura' (alléén de Schrift), het adagium van de Reformatie en van Calvijn, bracht en brengt ons samen. We vragen uw hulp voor de 'huisgenoten des geloofs' die ook Gods woord liefhebben en dat willen doorgeven." In brieven betuigden die 'huisgenoten des geloofs' regelmatig hun waardering voor de ontvangen literatuur. Een predikant schreef: "Mein ganze Bibliothek ist aus Holland hergestellt."
Een andere predikant schreef (in 1970) aan S.B.C.: "De Atlas zur Bibel is nog op tijd gearriveerd voor ons konfirmatiefeest: zo kon ik de belijdeniscatechisanten enkele interessante en belangrijke zaken onder het oog brengen. Vooral voor het christendom en de wereldreligies hadden de kinderen grote interesse. Ze horen namelijk dat God, Bijbel, religie etc. uit de mode zijn en dat er nog maar heel weinig mensen in de wereld zijn die zich daarmee bezig houden. Nu kon ik hen laten zien dat de werkelijkheid heel anders is!"

De strijd om de jeugd
Daarmee bevond S.B.C. zich middenin de strijd om het hart van de Hongaarse gereformeerde jeugd. De volgende situatieschets van br. Huizinga uit 1968 was een kleine twintig jaar later nóg van toepassing: "Godsdienstonderwijs op de scholen? Ja, officieel wel, mits dit door de ouders wordt aangevraagd. Maar ook hier: vrees voor schadelijke gevolgen. Toch komen er soms méér kinderen dan officieel op de lijst staan. Die komen dan af op de bijbelse plaatjes die uitgedeeld worden: die sturen wij regelmatig mee in aantallen van 15-30 stuks, in brieven en boeken. Men vráágt om deze plaatjes. Enkele duizenden werden al verzonden. 't Zijn plaatjes met de tekst waar de afbeelding op slaat eronder.
Wij weten dat dan vaak in de gezinnen het betreffende bijbelgedeelte wordt gelezen. We mogen dit niet onderschatten.
Schoolinspecteurs maken ernstig bezwaar tegen het grotere aantal kinderen dan het officieel opgegeven aantal, dat naar het bijbels onderricht komt: 'Dit gaat in tegen de demokratische rechten. De ouders willen dit onderwijs niet voor hun kinderen.
Deze wens moet u eerbiedigen en die niet-ingeschreven kinderen wegsturen.' Doch dit gebeurt dan toch niet."
Br. Huizinga vervolgt: "Catechisatieonderwijs mag slechts drie maanden per jaar worden gegeven, één uur per week. Daarna heeft - veelal op Pasen - de zgn. konfirmatie plaats. De goede predikanten zien goed genoeg in hoe schaars het Woord geplant kan worden in jonge harten, en zij hebben dan ook dubbele moeite om die jeugdigen van 14 of 15 jaar in hun nabijheid te houden voor voortgezet onderwijs." In de praktijk zagen veel predikanten hun catechisanten na de konfirmatie op 12- of 13-jarige leeftijd niet meer in de kerk terug. Die verkozen goede opleiding en een 'zekere' toekomst in de maatschappij boven een 'onzekere' toekomst in het koninkrijk van God. Wie nooit voor die keuze heeft gestaan, late de eerste steen liggenmisschien komen wij nog wel aan de beurt. Toen br. Janse in 1982 weer eens naar Hongarije reisde, hoorde hij daar het trieste verhaal van een jonge kerkorganiste die met Pasen plotseling uit de kerk wegbleef. Ze zal nooit meer het orgel bespelen: ze gaat binnenkort immers naar de paedagogische academie en dan mag ze (van de overheid) niet meer in de kerk komen. "AI onze jeugd komt achter het Ijzeren Gordijn van Satan," zegt haar predikant wanhopig - maar hij preekt over de tekst: "Onze arbeid is niet ijdel in de Here."

Op de puinhopen
Sommige gereformeerden keren na hun pensioen weer in de kerk terug, maar velen wachten tot de dag van hun begrafenis. Vandaar de klacht: "Er is een generatie tussenuit gevallen", een generatie die vaak niet officieel met de kerk brak, maar aan het volgende geslacht niets meer had mee te geven. Over die generatie héén wordt nu geprobeerd de hedendaagse gereformeerde jeugd te bereiken en in ieder geval hen die belijdenis hebben gedaan vast te houden. Ik citeer uit een circulaire van 1987: "Er groeide immers een geslacht op waarvan de ouders in de barra na-oorlogse jaren miniem Schriftonderwijs kregen. Deze jeugd heeft thuis op het gebied van Schriftkennis dan ook veelal niets meegekregen. Op een bijeenkomst van veertig van zulke ouders kwam het vóór dat zij zelfs de geschiedenis van de verloren zoon niet kenden! De band met de kerk was slechts die van doop, belijdenis, huwelijk en begrafenis! Na 47 jaar anti-godsdienstige propaganda en 'ordening' predikt men op de puinhopen van het leven de liefde, de wijsheid, de hoop en het Leven die bij Jezus Christus te vinden zijn en die herstel betekenen van het leven van nu. En het is verblijdend om op enkele plaatsen groepjes jonge mensen (ook artsen, ingenieurs, enz.) bezig te weten met gedegen Schriftonderzoek." Na de Wende van 1989 komen er plotseling mogelijkheden voor bijbelonderwijs op de scholen. Gereformeerden krijgen zelfs hun scholen terug - maar er zijn te weinig christelijke leraren. Door weinig mensen moet véél worden gedaan. Bidden wij voor hen?

Catechisatieleergang
Een belangrijk hulpmiddel is de catechisatieleergang Rondom het Woord, die in onze kerken in gebruik is. Deze leergang werd in 1986 door een Hongaarse predikante, die naar goed catechesemateriaal op zoek was, uitgekozen.
In Hoogeveen werd een stichting in het leven geroepen met de onuitsprekelijk mooie naam Aldás békesség (Zegen en vrede) die zich met de vertaling in het Hongaars en de uitgave van deze serie ging bezighouden. In het Hongaars ging de serie Bibliavál a kezünkben (De Bijbel in onze handen) heten. De eerste deeltjes, over het Oude Testament en de tien geboden, vielen vanwege de praktische aanpak meteen in de smaak bij jonge Hongaarse predikanten. S.B.C. sprong financieel en organisatorisch bij en hielp mee met de verzending. Na de Omwenteling in december '89 werd op Aldás békesség een beroep gedaan om van elk deeltje (intussen 4) 10.000 exemplaren te leveren voor verspreiding in Roemenië! In een brandbrief wendde Aldás zich tot de N.G. kerken met het verzoek om de collecte èn de voorbede van één zondag, voor "het land waar tot voor kort de Bijbels werden verwerkt tot toiletpapier." Het geld kwam er. Anno 1995 staat een nieuw deeltje op stapel, maar de geldmiddelen ontbreken nog. De collecte van nog een zondag? En de voorbede van méér zondagen?

Giften voor het werk van S.8.C. kunnen worden overgemaakt op postgiro 1468217 t.n. v. St. Steun Buitenlandse Christenen, Com. van Zantenstraat 214,2551 PR 's-Gravenhage. Desgewenst kunt u het door u beoogde doel aangeven.
Het nieuwe telefoonnummer van 'Steunpunt Oost-Europa' is: 055-5211624

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief