Jacob
1996-08-23
We hebben dit jaar de vakantie gebruikt om familie, die we door afstand te weinig zien, op te zoeken. Limburg en Zeeland stonden op ons programma. Het was leuk en warm in veel opzichten en af en toe troffen we bij de familie ook bekenden uit een grijs verleden. Eén van hen was Jacob, een vrolijke man, met (hoe kan het anders) al flink wat grijstinten in zijn donkere haar. "En ... zijn jullie ver weg geweest?", opende hij gezellig. Hij leunde wat naar voren, steunde met zijn ellebogen op zijn knieën, legde zijn vingertoppen tegen elkaar en keek ons onderzoekend aan. "Iedereen gaat tegenwoordig ver weg!" Het misprijzen in zijn stem was vaag, maar onmiskenbaar. "Dat valt wel mee Jacob. We zijn in Nederland gebleven dit jaar", antwoordde mijn man geruststellend. "Eerst Limburg ... en nu, zoals je ziet...Zeeland."- Jaargang 40
- nummer 17
"Verstandig. Verstandig! Het is maar een gewoonte, niet... die vakanties ver weg. Iedereen moet opeens zo nodig ver. Als ze naar de maan konden, zouden ze dat willen," zei Jacob. " Mijn achterbuurman ook. Duizenden kilometers heeft ie gereden. Spanje! Ik vraag aan hem: 'en wat doe je dan in Spanje?' Zegt ie: 'Nou ja ... klimaatje hè? Zon! We liggen een hele dag aan het strand!' Ik zeg: 'Is dat alles?' Hij zegt: 'Och ... alles.
Ja eigenlijk wel. .. en we eten eens een hapje en we lopen een stukje. Alleen...die restaurants daar', zegt-ie, 'dat is niet veel. De ene tent is te duur en in de volgende tent liggen de krabben nog levendig in een bak! Daar word je compleet vies van ... Mooi dat ik dat niet eet!' zegt-ie'." Jacob haalde zijn schouders op en snoof meewarig. "Enfin. Net wat ik dacht. .. Dat werd in Spanje dus meestal een kroket met een zak patat!
Ik zeg tegen mijn buurman: 'Dan kan je beter hier naar Vrouwenpolder gaan.
Lekker dichtbij en gewoon gezond eten ... aardappels en groente. Beter voor je maag ook."
Jacob was een geboren verteller en wij lachten smakelijk om zijn verhaal.
"Ga je nooit op vakantie, Jacob?" vroeg mijn man gemoedelijk. Jacob bekeek zijn handen die ruwen eeltig waren van het werk op het boerenbedrijf "Nee Jan. Ik ga helemaal niet weg. Ik ben maar alleen, weetje", zei hij. "Dan is het niet gezellig. Iedereen is met z'n tweeën ... of met een groep ... je hangt er maar een beetje bij.
Ik heb het wel geprobeerd hoor. Ik ben één keer met een bus naar Parijs geweest. 's Morgens om vier uur weg. Ik zat naast een man die met zijn vrouw en zijn dochter op pad was. Die twee zaten voor ons en kwetterden als apen.
Maar ja, die man lette op andere dingen als ik. Wees hij naar de koeien in de wei en zei: 'Kijk eens hoe mooi'. Ja, goeiendag! Ik heb m'n leven lang al koeien gezien. Daarvoor hoef ik niet met een bus mee. Enfin, tegen de middag waren we in Parijs. We kregen een rondleiding langs bezienswaardigheden en om half vYf was de bus weer op een parkeerterrein langs de Seine. Toen zei de reisleider dat we nu allemaal zelf Parijs mochten verkennen. Hij wees op een plattegrondje waar we stonden en zei: 'Mensen, vermaak je! Om half elf vanavond vertrekt de bus weer.' Daar stond ik. Langs de Seine, in m'n eentje. Ik spreek geen woord Frans en was doodsbenauwd dat ik zou verdwalen.
Toen heb ik ergens in een zijstraatje wat broodjes gekocht. Ik heb de mensen zelf het geld uit m'n portemonnee laten halen, want met die .francs kon ik ook al niet overweg. Bén ik afgezet, dan bén ik afgezet. .. dat kon me geen moer schelen. Daarna heb ik op een bank langs de Seine gezeten tot het half elf was. Nou, van zes tot half elf is lang, laat ik je dat vertellen." Jacob keek ons aan en zocht naar bevestiging voor de laatste woorden.
Wij knikten en ik kreeg een brok in mijn keel want ik word altijd huilerig als iemand monter over zijn verdriet praat.
"Nou was ik niet de enige die daar met zijn ziel onder de arm zat. Er kwamen er meer om acht uur aandruilen", vervolgde Jacob, "en ruim voor half elf was iedereen weer present. Toen we in Zeeland terug waren en de chauffeur een fooitje kreeg, heb ik mijn portemonnee met francs omgekeerd in de pet van die man. Ik dacht: van m'n leven heb ik geen franc meer nodig, want daar ga ik nooit meer naar toe! Nergens anders ook, trouwens. Laat mij maar mooi thuis."
"Je bent met de verkeerde reis meegeweest, Jacob, " zei mijn man en ik vulde snel aan. "Je had met de EO, of met de NCRV moeten gaan. Of met de Elisabethbode."
Het volgende half uur werd besteed om Jacob wegwijs te maken in de christelijke en... daar mag ik toch op hopen, wat menselijker reiswereld. Maar of Jacob zich aanmeldt volgend jaar? Van zes tot half elf is lang.