Verwarmde ledematen

1996-08-23
  • Jaargang 40
  • nummer 17
Laatst preekte dominee H. afscheid. De gemeente liet zich niet onbetuigd: van alle kanten vlogen de lofbetuigingen hem om de oren. Dominee had dit voor ons gedaan, dominee had dat voor elkaar gekregen enzovoort enzovoort.
De herder liet het allemaal stil en gelaten over zich heen komen, alsof het nu eenmaal hoorde bij het afscheidsritueel. Bij zijn afscheidswoord greep hij echter zijn kans.

"Lieve mensen. Alles waar jullie mij voor bedankten, heb ik als heel erg hartelijk ervaren. Maar het zou heel erg aanmatigend zijn als ik er zelf in zou geloven. Waar ziet u mij voor aan? Niet ik was degene die de kerk voller maakte en de catechese uit het slop hielp. Dat waren jullie zelf. Kijk eens wat er gebeurde tot ik aantrad. Er was een tijdlang een vacature geweest. Een aantal zaken liepen niet zoals ze moesten lopen en veel gemeenteleden gingen gebukt onder moeizaam getob. Toen ik echter binnenkwam, gaf u mij bij voorbaat al veel krediet. Nog vóór ik iets gedaan had, geloofde u er al in dat het nu beter zou gaan. Gunstiger kon het niet. Ik hoefde alleen maar al die inzet en werklust te coördineren. Ik was slechts de focus van uw eigen zelfvertrouwen, de katalysator van uw eigen inspiratie en creativiteit.
Het aardige is dat als iedereen hetzelfde positieve gevoelen heeft, er vanzelf een warme wind opsteekt. Of om het met een ander beeld te zeggen: met voldoende warme ledematen heb je al gauw een warm bed. We waren er samen getuigen van, maar u interpreteerde het net eventjes anders. Natuurlijk: ik preekte, bezocht mensen, organiseerde hier en daar wat. Ik deed gewoon mijn werk waarvoor ik was aangenomen, niets bijzonders dus. Maar u kwam met positieve verwachtingen naar de kerk, u liet zich door mij weer in beweging zetten. Wat denkt u dat één dominee kan doen in vergelijking met de tomeloze inzet van al die vrijwilligers die hier zitten. Misschien beseffen we nog te weinig dat werkelijke gemeenschap iets is dat je alleen met elkaar kunt maken, alle leidslieden en Geestkracht ten spijt. Ik zal het u sterker vertellen: hoe goed de predikant ook mag zijn, hij vermag niets op de golven van scepsis, onverschilligheid of wantrouwen. Ook een prima kweker vermag niets zonder licht, water, aarde en mest. Is het u nooit opgevallen dat Jezus geen wonderen kon doen in situaties van ongeloof? Daarom prijst hij juist de mensen die wèl geloof hebben en aanstekelijk werken door hun positieve verwachting. In zo'n situatie gedijen de werken van de Heer. Daarom prijs ik u om uw eigen geloof. Zeker weten! Want u bracht zelf de wonderen tot stand die reeds in de gemeente sluimerden. Ik stond erbij en ik keek er naar. Moge mijn opvolger wederom getuige zijn van een gemeente met een geloof dat bergen kan verzetten."
Desondanks kreeg dominee H. van de gemeente toch zijn welverdiende afscheidscadeau. Op zijn beurt overhandigde hij de voorzitter van de kerkenraad symbolisch een kleine radio-ontvanger: om de signalen van positiviteit en verwachting in de gemeente goed te kunnen opvangen!

Dit interessante artikel kwamen wij tegen in het "Centraal Weekblad". Het werd geschreven door Bert Godschalk.
Uiteraard bedoelt de schrijver niet een volledig beeld te schetsen van de relatie dominee-gemeente. Daarbij komt, dat niet overal in ons goede vaderland elke plaatselijke gemeente een dergelijke opstelling vertoont als in dit stuk wordt gereleveerd, tot welk kerkverband die gemeente ook mag behoren. Er zijn kerken, die absoluut een dominee nodig hebben o.a. om leiding te geven aan het geheel. Zo is dat gegroeid en het valt in de praktijk maar moeilijk te veranderen. Men voelt zich sterk van de herder en leraar afhankelijk. Dat hangt soms ook samen met een bepaalde bevolkingsaard. Maar men zal wel moeten streven naar een optimale verhouding van de gemeente ten opzichte van de predikant en omgekeerd in de geest van het afscheidswoord van de voorganger in het geciteerde artikel. Want dat zal strekken tot eer van de Here en tot opbouw van Gods volk.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief