Categoriaal mag wel wat breder

2010-04-16
  • Jaargang 54
  • nummer 8
Na gesprekken met de categoriale werkers in de NGK resteert een wat frustrerend beeld. Ze hebben de gemeenten heel wat te vertellen, maar tegelijkertijd drijven zij maar al te gemakkelijk van die gemeenten weg, druk als ze zijn met hun dagelijkse werk in krijgsmacht, gevangenis, ziekenhuis en zorginstelling. Zij staan als voorposten van de gemeenten midden in de wereld, maar hebben het idee dat de gemiddelde gemeente toch vooral z’n eigen zaakjes interessant vindt.

Daar gaan we wat aan doen, want alle categoriale werkers schrijven voortaan regelmatig in dit blad over hun werk en over de relatie tussen kerk en hun stuk van de maatschappij. Waarbij al snel de vraag naar voren komt: is de kerk relevant voor de maatschappij?

Losse band
We zijn ook gaan praten met voorzitter Chris van den Berg van de Commissie categoriaal pastoraat van de NGK. De meeste categoriale werkers hebben een formele band met een bepaalde gemeente, maar deze commissie is een belangrijk contactpunt met de landelijke kerk.
Van den Berg toont zich niet verrast over de tot nu toe gepubliceerde interviews. ‘Bij sommige categoriale werkers is de band met de kerk zeer los, anderen hebben een steviger band en vinden ook steun in hun gemeente. Maar soms lijkt de kerk eerder een pottenkijker en ik vraag me af of alle werkers nog echt contact hebben met de gemeente waaraan zij verbonden zijn. Maar afgezien daarvan zitten ze volgens mij alle vier goed op hun plek, voelen zich senang en kunnen hun ei kwijt.’
En over de andere partij: ‘Over het algemeen hebben de kerken weinig aandacht voor deze werkgebieden. Houten is wat dat betreft een uitzondering. Het moet van twee kanten komen, maar veelal heeft de gemeente geen feeling met het werk en is vooral intern bezig. Het lijkt wel een beetje op de zending. Elke club zijn eigen blaadje en regelmatig komt de zendeling plichtmatig langs om verslag uit te brengen.’

Geen behoefte
Van den Berg is richting de Landelijke Vergadering van eind dit jaar in Houten helder over de rol van zijn commissie. ‘Het werkveld is heel divers en als het niet nodig is, moet je geen extra structuren willen. De categoriale werkers van de NGK hebben in feite geen behoefte aan deze commissie. Dus wat de commissie betreft kunnen zij ons als praatpaal gebruiken.’
De commissie is en blijft gesprekspartner voor de overheid op de terreinen van Defensie en Justitie. De categoriale commissie heette ooit Geestelijke verzorging militairen en Van den Berg nam het voorzitterschap in 1999 over van oud-legerpredikant Jan Smelik. Kees Smit is nu nog de enige legerpredikant en het commissiewerk werd vanaf 2004 uitgebreid met de geestelijke verzorging in gevangenissen, ziekenhuizen en speciale zorgcentra. Zo kwamen Jan Kiers, Job Smit en Jeannette Westerkamp ook in the picture.
‘We bezinnen ons op onze band met deze werkers. Hoe moet die zijn en welke functie hebben wij voor ze? Je hebt niet dezelfde rol en verantwoordelijkheid als hun kerkenraad, maar we willen jaarlijks wel een keer met ieder van hen praten.
‘Voor dit soort werkers verdwijnt de kerk gemakkelijk naar de achtergrond. Ze hebben over het algemeen meer contact met hun vijftig protestantse collega’s in de krijgsmacht, de tig justitiepastores en hun collega’s in de zorg. Ze doen aan intervisie en supervisie en hebben bij Justitie en de krijgsmacht ook een echte baas. In de zorg is dat wat minder duidelijk, maar is er altijd nog een directie van de instelling of het huis.’

Ruimte maken
Maar te weinig contact is ook een gemiste kans. En de opvatting van ‘categoriaal’ mag wel wat breder, vindt Van den Berg. ‘Waar de meeste categoriale werkers via artikel 11.2 van het Akkoord van Kerkelijk Samenleven aan een gemeente zijn verbonden, zie je ook andere ontwikkelingen. De dominees Gerard Vrooland en Marten de Jong hebben gekozen voor werk in de maatschappij en als docent levensbeschouwing en zijn geëmeriteerd. Maar daarvoor is het emeritaat niet bedoeld. Ik begrijp heel goed dat ze graag predikant in volle rechten willen blijven, ook al kiezen ze op eigen houtje voor een andere richting. Persoonlijk vind ik dat je daar ruimte in moet maken. Als een dominee op een andere plek met zijn opleiding aan het werk gaat, dan moet het mogelijk zijn als kerken een band met hem te houden. De oude Dordtse kerkenorde kende naast de drie “klassieke” ambten van herder, leraar en diakenimmers ook nog een vierde ambt, van docent. Dat was kennelijk ingesteld om in een actuele behoefte te voorzien. Wij zouden in deze tijd dat voorbeeld kunnen volgen. Maar als je dat doet, dan moet daar wel iets tegenover staan. Die categoriale werkers moeten dan wel informatie blijven uitwisselen met de kerken.’
Die verbreding ziet Van den Berg ook in de werkvelden. Hij noemt onder meer geestelijke verzorging bij de politie, de industriepastor en het maatschappelijk werk van Youth for Christ.

Leven en dood
Aan het werk als contactorgaan met de overheid zit het nodige werk vast. Zelf houdt Van den Berg zich bezig met krijgsmachtzaken. ‘In de krijgsmacht loopt een discussie over de geestelijke verzorging. Defensie wil meer zelf sturen en verwacht van de verzorgers dat ze doelen formuleren en uren schrijven. Tevens staat het aantal formatieplaatsen onder druk. Terwijl de taken toenemen. Ze gaan mee op uitzending en staan vooraan als het gaat om debriefing van uitgezondenen, maar ook na iets als de Schipholbrand. Waar vragen van leven en dood ontstaan, daar worden vaak krijgsmachtpredikanten gevraagd.’
Waar vroeger minder geslaagde predikanten nog wel eens een veilig heenkomen vonden in het leger, daar noemt Van den Berg de categoriale predikanten nu ‘specialisten’. ‘In de zin van de gemeentepredikant als huisarts en het categoriale werk als specialisatie. Je wordt het ook niet zomaar. De basiseisen voor een krijgsmachtpredikant zijn een leeftijd onder de 45, vier jaar ervaring in een gemeente en psychische en somatische geschiktheid. Voor dat laatste mogen aspiranten mee op oefening in Noorwegen.

‘We hebben de afgelopen jaren vijf à zes sollicitanten gehad, maar niemand kwam door de eerste selectie. Daarin kijken we naar motivatie, doel, of iemand weet wat hem te wachten staat en of het gezin er achter staat. Soms gaf iemand toe, dat hij een uitweg uit zijn gemeente zocht, maar dat is wat je noemt geen positieve motivatie. Anderzijds zijn de laatste tien jaar wel tien NGK-predikanten losgemaakt van hun gemeente. Dus waarom maken we het niet gemakkelijker om vanuit een gemeente door te stromen naar categoriaal werk? Je kunt dat ook bij de opleiding leggen en in feite is de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding daar deels voor bedoeld. Gewoon de vraag stellen: is deze student geschikt voor een gemeente? En laat categoriale werkers in NGP-bijeenkomsten vertellen over hun werk.’
Overigens zoekt Van den Berg nog nieuwe leden voor zijn commissie. ‘Graag vrouwen. We moeten meer doen aan voorlichting en publiciteit en er moeten beleidsstukken komen, waarin we zaken theologisch doordenken en formuleren. Vrijwilligers die dat kunnen, die hebben we nodig.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief