U ziet toch ook dat ene?!

2010-04-16
  • Jaargang 54
  • nummer 8
Als iemand een misstap begaat en het wordt bekend en het komt misschien wel in de krant, dan zien we verschillende reacties. Bij de ‘dader’ schaamte, spijt en zelfverwijt, bij de ‘slachtoffers’ woede, bij de omstanders, afhankelijk van hun relatie met de dader, verontwaardiging of verbazing: ‘Dat had ik niet van hem verwacht’. Maar er kan ook nog een andere reactie zijn, die van – zeg maar – leedvermaak of sensatiezucht, een zekere gretigheid om slecht nieuws te vernemen over een ander. ‘Nou zie je eens hoe die huichelaars echt in elkaar steken’.

Een van de meest bekende misstappen in de wereld is het verraad van Petrus. De leider van de leerlingen, die zo parmantig had verklaard dat hij met zijn leven borg zou staan voor de veiligheid van Jezus, valt door de mand als een dienstmeisje zegt: ‘Jij hoort toch ook bij die club?!’

Een vissersontbijt
Het lijkt een prachtig begin van een film. Ochtendnevel over het water bij de beginnende dag. Een sliertje rook van een houtvuurtje, het geluid van riemen in het water en uit de nevel doemt een boot op met zeven vermoeide visser. De geur van gebakken vis (o nee, dat kan niet in een film).
Het was een vreemde tijd voor de leerlingen tussen Pasen en Pinksteren. Een tijd waarin ze ook niet zo goed raad wisten met zichzelf. Ze zijn teruggegaan naar Galilea en de vissers onder hen hebben hun oude beroep weer opgevat. Maar of ze nu hun routine kwijt zijn? – ze vangen niets!
En dan is daar die man aan de kant die hen adviseert om het net over stuurboord uit te gooien en dat heeft groot succes.
Johannes heeft het als eerste door: ‘Het is de Heer’. En Petrus reageert, zoals meestal als eerste en springt overboord. Je zou van Petrus verwachten dat hij zich een beetje achteraf had gehouden. Er was nogal wat gebeurd. Het laat op z’n minst zien dat Petrus in zijn hart geen afscheid heeft genomen van Jezus. Hij gaat naar hem toe. We zijn vaak geneigd om ons voor God te verbergen als we iets op onze kerfstok hebben, zoals Adam, die zich verstopte achter de struiken in de potsierlijke veronderstelling dat God hem dan niet zou zien. Maar is ons gedrag soms niet even potsierlijk!

Publiek
Het was maar eenvoudig brood en vis, maar wel een maaltijd. En dat betekent: gemeenschap, samenzijn en Petrus doet mee. Het was weer goed, de gemeenschap was weer hersteld. Maar er hangt toch iets ongemakkelijks in de lucht. Er zit nog iets wat niet is uitgepraat. En na de maaltijd spreekt Jezus Petrus aan.
Moest dat nou? Was het niet genoeg dat ze samen gegeten hadden? Het gebaar van Petrus, die als eerste uit de boot was gesprongen zei toch al genoeg! Waarom moet hij nu in het publiek met zijn fout worden geconfronteerd? En publiek is het, want niet alleen de leerlingen, maar miljoenen over de hele wereld zijn getuigen geweest van dit tafereel. Waarom wordt Petrus hier publiek aan de tand gevoeld? Het is goed om daar even bij stil te staan. Jezus staat stil bij het verraad van Petrus, hij houdt hem even tegen: ‘Wacht even, Petrus, stop even, wat wil je nou eigenlijk?’

Drie maal
Er wordt niet vlot over het verraad van Petrus heen gewipt: ‘We laten allemaal wel eens een steekje vallen’ – nee, Jezus gaat Petrus in het publiek vragen wat hij nu eigenlijk wil.
‘Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?’ Simon zoon van Johannes, Jezus noemt hem nu niet Petrus.
We kijken naar dit tafereel met een zekere verlegenheid en gêne. Dat hoop ik tenminste. Het is niet leuk om een ander zo te zien worstelen. Petrus had als haantje-de-voorste zijn trouw beloofd tijdens die andere maaltijd. Later kraaide een echte haan. Nu wordt hij uitgedaagd om opnieuw zijn trouw te beloven, maar nu klinkt het heel wat minder parmantig.
Tot drie maal toe moet hij die woorden zeggen: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Petrus wordt verdrietig dat hij drie maal zijn liefde moet verklaren. Niet omdat hem dat teveel is maar omdat één keer voor Jezus kennelijk niet genoeg is. Maar Petrus had bezworen dat hij Jezus niet kende. Nu moet hij zweren (driemaal is een eed) dat hij vanJezus houdt.
Gênant? Ja, dat is schuld belijden altijd. We zijn voor onszelf geneigd om er maar gauw overheen te springen. ‘We gaan allemaal wel eens in de fout’.
Maar deze publieke ‘vernedering’ van Petrus betekent ook eerherstel. Er is een barrière uit de weg geruimd. Barrières kunnen ontstaan bij oppervlakkige schuldbelijdenis: ‘We zijn tenslotte allemaal zondaars’.

Identificatie
Als je een verhaal leest (of een film bekijkt) identificeer je jezelf meestal met iemand uit het verhaal. Vaak stuurt de schrijver of de regisseur daarin. Bij de gelijkenis van de tollenaar en de Farizeeër identificeren we onszelf meestal met de tollenaar – dat ben ik. Maar is dat terecht? Is de gelijkenis niet gericht op al die farizeeërs die geleerd hebben dat ze moeten zeggen: ‘O God, wees mij zondaar genadig’?
En waar staan wij in dit verhaal? Tussen de leerlingen, een beetje bedremmeld en verlegen omdat we dit tafereel mogen aanschouwen en gaan we daarna in discussie over de vraag hoe om te gaan met mensen die een misstap begingen maar schuld beleden en wat dat betekent voor hun positie in de kerk? Laten we die discussie vooral voeren, maar staan we niet op de verkeerde plek. Zouden we niet naast Petrus, naast Simon moeten gaan staan?
Zouden we met hem mee kunnen zeggen: ‘Heer U weet alle dingen, U kent me beter dan ik mezelf ken. U hebt weet van al mijn verraad. Van alle keren dat ik U verloochende, niet voor U opkwam. Alle keren dat ik zweeg als ik had moeten spreken, alle keren dat ik meepraatte om niet uit de toon te vallen. U kent al mijn smoezen en uitvluchten en er zijn er waarschijnlijk nog meer dan ik besef. U kent mij lafheid en mijn luiheid, mijn vluchtgedrag en mijn camouflagetechnieken. U weet het allemaal en er is geen struikgewas zo dicht of U kijkt er dwars doorheen en ziet mijn naaktheid.
Maar, Heer, als U dan alles weet, als U dwars door mij heen kijkt tot in mijn diepste binnenste, dan ziet U toch ook dat ene. Dan ziet U toch ook dit: dat ik van U houd en dat ik hartstochtelijk naar U verlang.’

Meditatie over Johannes 21:1-18.

Ds. Han Horsman is emeritus predikant van de NGK Zwolle (2).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief