Levensstijl
2010-04-16
De tijd dat we als kerk een bepaald gewenst gedrag dwingend konden opleggen is voorbij. Waar het nog geprobeerd wordt, bijvoorbeeld bij ongehuwd samenwonenden, is het effect zelden wat beoogd werd.- Jaargang 54
- nummer 8
Nu kun je dat op zich vrij simpel constateren. Maar er is een keerzijde; want gaat ieder nu niet doen wat goed is in zijn of haar eigen ogen? Wat is er nog over van een gezamenlijke levensstijl? Wat is ‘navolging van Christus’ waard als ieder daar een hoogstpersoonlijke eigen invulling aan geeft, zonder raakvlak met de even persoonlijke invulling van ‘broeders en zusters’? Het christelijk leven krijgt eenzame trekken.
In het maart-nummer van Kontekstueel probeert ds Andries Zoutendijk (van de Jacobikerk in Utrecht) antwoord te geven op deze vragen. Hij noemt drie ‘speerpunten’ voor de gemeente in onze tijd, ontleend aan het Oude Testament: besnijden, de sabbat vieren en inprenten.
1. Besnijden is een ingreep met een collectief karakter. Wie niet meedoet, plaatst zich buiten de kring. Wat betekent de besnijdenis vandaag? Dat wij het leven aanvaarden, maar niet onbegrensd. Besnijden is begrenzen, je niet uitleven.
Dat is niet alles: het mes gaat erin, het snijdt door je bestaan. Jezus noemt dit je kruis dat je dagelijks moet opnemen, actief dus, als grondstructuur van de band met Hem (Luc. 9). Waarom besnijden? De hoofdreden is niet dat je er gezond bij blijft of dat je er zonde mee afweert. Het is een vrije daad van toewijding en gehoorzaamheid aan God. Gewen je om nee te zeggen. Vooral tegen jezelf. ()
Jezelf verloochenen is dat jij jouw verantwoordelijkheid bewust wordt die je hebt voor anderen. De vraag die in de preek aan de orde moet zijn, onophoudelijk, is of wij elkaar onze zonden belijden (en vergeven). En of wij eigenlijk wel zonden hebben? We hebben twijfels, onrust, allerlei tegenslag. Maar zonden? Zonder prediking is er geen besef van verantwoordelijkheid en van falen. In de eredienst komt dat boven water. Het komt ter sprake - liever niet in grote woorden maar in kleine voorbeelden, ons geheugen wordt opgefrist want we zijn vergeetachtig en dus onverbeterlijk. In kleinere kringen kunnen we zoeken naar eerlijkheid en nuchterheid en naar een uitwisseling van hoe je je verantwoordelijkheid beleeft en wanneer je weer weet dat je nee kunt zeggen tegen jezelf. ()
2. Ik haast me naar het tweede woord, want God dienen is wel een feest. De sabbat vieren. Ook een soort besnijdenis, van de tijd. Sabbat betekent, dat je van ophouden weet. In zijn boek “Ethiek onderweg” geeft Gerrit de Kruijf acht adviezen en hij begint met de zondag. Dit is het speerpunt voor de christelijke gemeente. Met name het vieren ervan. Zit daar erosie in? Misschien. Het gaat om het feest en de optocht, om de blije eerbied en het heilig ontzag. Dat zijn zaken die je niet even organiseert maar we zijn er natuurlijk wel zelf bij. Je kiest voor stijl en aankleding.
Soms is het alsof ontspanning het trefwoord is voor de samenkomsten. Relaxed. Dat lijkt me een onsje te weinig. Relaxed kan ook laks worden. Vieren wil niet zeggen, dat je er altijd zin in moet hebben en dat je je er vooral ontspannen bij moet voelen. Het is ook inspanning. Samen vieren is dat ieder zich hijst in het ene feestpak van de gemeente. Zodat je, zowaar, aangestoken kunt worden door de anderen. Oefenen dus en elkaar bij deze les houden.
Het feest houdt niet op bij de kerkdeur. Als je aan tafel gaat, ruikt het naar de zondag; het licht wandelt anders door het huis. Het bestek. Het aparte kleed op tafel. Nostalgie () van een vijftiger... Maar als je denkt aan creatieve vormen, dan zou hier nog wel winst te behalen zijn. Het versieren van de dag die de toekomst aankondigt. Maar vooral: er is tijd voor elkaar. We zijn uit ons doen (De Kruijf). Er wordt voorgelezen, gespeeld. Kwestie van afspraak, organisatie, prioriteit. Soms gaat een geur verder dan woorden. Soms hangt in een huis de geur van de sabbat, terwijl de helft van de bewoners niet (meer) naar de kerk gaan. Wie weet blijft die geur hangen en je weet maar niet hoe mensen via hun neus de weg terug vinden.
3. Inprenten is een woord uit de opvoeding en uit het verbond (Deut. 6). De nadruk ligt niet op het ‘erin stampen’; drilboren wekken geen geloof. Het accent ligt op ‘steeds weer’. Als je gaat zitten en als je overeind komt. Als je het vlees snijdt en als je je handen vouwt. Als je cadeautjes uitzoekt en als je oma bezoekt. In al die warrelende omstandigheden zal een lijn zitten: we hebben een God en zoals Hij is er maar één.
Ik geloof zelf niet zo in minipreekjes en zeker niet de hele dag door. Maar dat alles in ons leven in het licht staat van de heilige en eeuwige God - dat is iets waarin we ons kunnen oefenen.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.