Pastorale notities
1996-03-22
Eye-opener - Jaargang 40
- nummer 6
"Je zult moeten worden afgebroken, wil je weer opgebouwd worden!"
Ik keek naar z'n ogen, hoe ze zich langzaam vulden met tranen.
Was dat dezelfde man, die zo joviaal over kwam bij de jongeren?
Altijd in voor een geintje?
Ze liepen met hem weg.
En nu zat hij daar bij me.
Hij was tegen het leven opgelopen.
Tegen de onvolmaaktheid daarvan.
In z'n eigen gezin merkte hij dat: Hoe de kinderen elkaar soms jenden.
Op de school waar hij werkte: Hoe collega 's elkaar volslagen negeerden.
Hij merkte het ook bij zichzelf: Idealen, die niet verwezenlijkt werden.
Wat frustreerde hem dit alles!
Hij had op alle mogelijke manieren geprobeerd om er iets goeds van te maken.
Maar hij voelde zich als de baron Von Münchhausen, die probeerde zichzelf aan z'n eigen haren uit het moeras te trekken.
Zo had ik hem ook altijd gezien: Iemand die het wel klaarde.
Eén, die z'n schouders fluitend onder een zwaar rotsblok zette: 'Ik zál!' En het gebéurde!
Het blok kwam van z'n plaats.
Maar nu was hij moe.
Geestelijk moe.
De laatste drup benzine was opgebruikt.
Toen vertelde ik hem van het beeld, dat de Chinees Watchman Nee gebruikte: Een drenkeling, die op twee manieren gered kan worden.
Je laat hem net zo lang worstelen, tot hij geen kracht meer heeft en hij vleugellam z'n armen en benen laat hangen.
Of je geeft hem een dreun op z'n hoofd, zodat hij bewusteloos raakt.
Dán alleen kan hij gered worden.
"Je zult helemaal afgebroken moeten worden, wil je weer opgebouwd worden!"
Het was voor hem een eye-opener.
Zo zei hij dat.
En toen hij dat zei, lichtten z'n ogen op.
Het verloste hem van krampachtigheid.
Hij hoefde de rotsen van volmaaktheid niet zelf meer te verplaatsen.
Christus had het al voor hem gedaan.
W.J. van der Linde, Barneveld