Over Palmwijn, Kinderen

1996-03-22
  • Jaargang 40
  • nummer 6
Of ik al beweerde dat Opbouw waarschijnlijk beter gelezen werd dan veel bladen met hoge oplagecijfers, het mocht niet baten: de dame aan de andere kant bleef onvermurwbaar: Opbouw is een te onaanzienlijk blaadje (nota bene!); we kregen geen recensie-exemplaar van het boekenweekgeschenk. En dus moesten we op een slinkse manier er één zien te bemachtigen. Dat is gelukt, maar wel op een zodanig tijdstip dat een indringende bespreking niet meer mogelijk is.
Trouwens, het is een geschenk en een gegeven paard…

Palmwijn
Het boekje heet Palmwijn en is geschreven door Adriaan van Dis, die het afgelopen jaar de publieksprijs van Trouwen de Vlaamse Gouden Uil kreeg voor zijn autobiografische roman Indische Duinen. Palmwijn is een andersoortig boek; het past meer in de reeks reisboeken die Van Dis schreef, zoals Het beloofde land en In Afrika. Hoofdfiguur is Susan Courtland.
Ze is een Amerikaanse die na de tragische dood van haar zoon en haar man vanuit een leegte is gaan zwerven; door Afrika, "omdat ze Afrikanen niet begrijpf'. Zo komt ze terecht op het eiland waar de verhaalgebeurtenissen plaats vinden.
Het eiland maakt deel uit van een staat op het vasteland en wordt door 'de hoofdstad' geregeerd. De centrale overheid beschouwt het eiland als een brandhaard van het verzet want veel opstandelingen die vechten voor een onafhankelijk zuiden zijn er naar toe gevlucht. Een deel van hen is ondergedoken, een deel zit in de overvolle gevangenissen. De hoofdstad heeft haar vangnet over het eiland uitgebreid en snijdt zo nu en dan de toevoer van voedsel en brandstof af. Er heerst armoe; er zijn weinig bronnen van bestaan.
In die situatie komt Susan terecht en zo wordt ze geconfronteerd met de problemen van ontwikkelingslanden.
Daarmee is ook het thema van het boek gegeven: Welke houding moet je als westerling aannemen tegenover derde-wereld landen? Op welke wijze help je ze echt? Susan toont meeleven en geeft rechtstreekse hulp.
Tegenover zich vindt ze William, een milieu-activist, die vanuit zijn ideaal zich ervoor inzet Afrika te behoeden voor de verslonzing en milieuvervuiling van de westerse wereld, hij vecht voor het behoud van de natuur en de tradities, wat dan wel betekent dat hij de Afrikanen veroordeelt tot een prtimitief leven: geen koelkasten, geen waspoeder, geen vliegenspray.
Als Susan met de wat verlopen oudkoloniaal Diller in contact komt en met hem een relatie aangaat, stuit ze op nog weer een andere opvatting: je moet je niet met de bevolking bemoeien. "Grijp niet in, we hebben al te veel verpest. Ons medeleven kan veel ellende veroorzaken. We willen iedereen in leven houden zonder de overlevenden een toekomst te kunnen bieden."
Diller kan Susan niet overtuigen. Ze gaat op haar eigen manier te werk, trekt zich het ellendige lot van bewoners en vluchtelingen aan. Een groep arbeiders die door hun bazen in een container opgesloten worden op het heetst van de dag redt ze van de verstikkingsdood.
Na een geslaagde gevangenisopstand verbergt ze de separatisten in haar huis en zorgt ze dat ze van het eiland kunnen ontsnappen.
Wat anders afloopt dan je hoopt, maar uiteindelijk toch nog een positief effect heeft.
Dat laatste komt je als lezer te weten van een internationaal waarnemer die op zijn manier de problemen aanpakt.
Het doet misschien allemaal wat 'bedacht' aan en de karaktertekening is te oppervlakkig, maar het verhaal bevat genoeg boeiende momenten en ontroerende taferelen om de aandacht gevangen te houden.
Je krijgt een duidelijk beeld van het leven op het Afrikaanse eiland waar het dagelijks ritme wordt bepaald door de gebedstijden; en de auto de ezelskar nog niet heeft verdrongen. Waar de hitte verzengend is en de stank ondraaglijk.
Er zijn wel eens minder aantrekkelijke boekenweekgeschenken geweest. Tot en met 23 maart gratis bij aankoop van een boek van minimaal f 19,50.

Kinderen
Niet gratis, maar wel een koopje is de poëzie-bloemlezing Kinderen. Willem Wilmink bracht hierin ruim honderd gedichten over kinderen bijeen. Het is een leuke, originele verzameling geworden met naast heel bekende gedichten prachtige ontdekkingen.
De bundel bevat anonieme gedichten uit de middeleeuwen, maar ook recente van Lévi Weemoedt en Jan Eijkelboom; gedichten van hoog literair niveau naast versjes van Jules de Corte en Kees Stip; Willem de Mérode figureert er naast Annie M.G. Schmidt.
Wilmink heeft ze gegroepeerd rond elf thema's als Het dagelijks bedrijf van kinderen, Kinderen die doodgaan, Opvoeding in de Heer.
Wat de bundel bijzonder maakt is, dat Wilmink bij de meeste gedichten een zeer persoonlijk commentaartje levert.
Vaak geeft hij daarin aan waarom hij een bepaald gedicht gekozen heeft of wat hem erin aantrekt. Soms vertelt hij een persoonlijke herinnering bij een gedicht of legt hij in een paar zinnen een moeilijke passage uit. Een keer zelfs gaat hij in discussie met Nijhoffwetenschappers.
Als een gids in een museum neemt hij je als het ware bij de hand en leidt je langs zijn gedichtenverzameling.
Op een zeer plezierige manier. Leuk. Boeiend.
(Ooievaar-pocket; f 10,-)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief