Steun in de rug - niet alleen voor jongeren

1996-09-20
  • Jaargang 40
  • nummer 19
“Hoe meer ik over de evolutietheorie leer, hoe moeilijker ik het vind om in God te geloven.” “De antwoorden van de wetenschap lijken me betrouwbaarder dan die van de bijbel.” “Als er een God is, waarom laat Hij dan zoveel oorlogen en lijden toe? Daardoor ben ik gaan twijfelen en geloof ik niet meer in God.”

Deze uitspraken komen met veel vergelijkbare voor in opstelletjes van leerlingen van christelijke middelbare scholen.
Aan 300 van hen is gevraagd op te schrijven waarom ze wèl of niet geloven, of waarom ze twijfelen. En, of de wetenschap daar een rol in speelt.. Want, u weet, de wetenschap komt met bewijzen, met feiten die je kan controleren; de juistheid van de evolutietheorie is boven alle twijfel verheven. En wat in de bijbel staat, kan je niet bewijzen, dat moet je maar aannemen, die feiten zijn oncontroleerbaar; het bijbelse scheppingsverhaal is een mythe, een bedenksel. Het zijn opvattingen die we kennen uit de krant en van de televisie, maar die vooral op de scholen indringend gebracht worden. Verteld door leraren, die sympathiek zijn, in wie de leerlingen vertrouwen hebben, Die het ook goed bedoelen, vanuit hun overtuiging spreken. Bovendien zijn het mensen die gestudeerd hebben en met kennis van zaken overkomen .. Dat alles brengt veel leerlingen (en studenten) in verwarring en aan het twijfelen.Ze raken ervan overtuigd dat wetenschap en bijbels geloof niet kunnen samengaan. En velen schuiven vervolgens de bijbel als een achterhaald boek terzijde en kiezen voor wat de wetenschap zegt.

Tegenwicht
Tegen de aanspraken op waarheid van de wetenschap is heel wat in te brengen en gelukkig kent ons land nog tal van geleerden die er geen enkele moeite mee hebben aan de bijbelse waarheden vast te houden in hun wetenschappelijk bezig zijn. Met het doel dat te laten zien en daarmee de aan het twijfelen gebrachte jongeren een steun in de rug te bieden en hen te wapenen tegen ongeloofstheorieën is een redactiecommissie aan het werk gegaan met het samenstellen van een boek, waarin fulltime-wetenschappers duidelijk moesten maken dat ze vanuit het geloof in de betrouwbaarheid van de bijbel hun wetenschap beoefenen. Het is de redactie gelukt auteurs aan te trekken die de wetenschap van binnen uit kennen; die met argumenten die standhouden de pretenties van de evolutionisten en de bewijzen van de natuurwetenschappers doorprikken. Die ook over andere problemen waar jongeren mee zitten hebben nagedacht en er een antwoord op weten. Hoe betrouwbaar is de bijbel? Waarom is er zoveel lijden in de wereld? Zijn andere godsdiensten niet even waar als het christendom?

Gevarieerd
Vijftien auteurs hebben elk een hoofdstuk voor hun rekening genomen. Ieder schrijft vanuit persoonlijke betrokkenheid bij zijn vak en zijn geloof. Daardoor is het een zeer gevarieerde bundel geworden.
Natuurwetenschap en geloof: Water en vuur? noemt prof. A. van den Beukei zijn bijdrage. Hij ontkent de tegenstelling tussen beide en laat zien dat er meer overeenkomst is dan verschil. De natuurkunde pretendeert wel met bewijzen en controleerbare theorieën te komen, maar de bewijzen zijn niet echt objectief. En wat de controleerbaarheid betreft: Een 'eenvoudige' berekening als die van de versnelling van de zwaartekracht vergt al zo veel kennis dat geen natuurkundige er ooit aan toekomt. Die gelooft liever dat de beweringen van zijn collega's waar zijn, omdat hij overtuigd is van hun betrouwbaarheid. Precies zoals een gelovige uitgaat van de betrouwbaarheid van de bijbelse getuigen.
En prof. W.J. Ouweneel stelt in hetzelfde kader dat de mens in al zijn bezig zijn, ook met de wetenschap, geleid wordt door wat diep en ongrijpbaar in zijn hart leeft. Het hoofdstuk dat mij het meest aanspreekt is Kijken in raadsels van de hand van de astronoom dr C. M. de Vos. Door de manier waarop hij schrijft herken je hem als je medebroeder.
Maar het is er wel een, die vertrouwd is met de onvoorstelbaar grote hoeveelheden sterren en planeten en de duizelingwekkende afstanden in het heelal; die schrijft over melkwegstelsels die zich in een razend tempo van elkaar afbewegen; die duidelijk maakt hoe hij niet anders kan dan aannemen dat dat proces al tien miljard jaar aan de gang is en die toch vasthoudt aan de waarheid van de bijbel. En in dat geweldige heelal het zicht op God niet is kwijt geraakt.

Evolutietheorie
Twee hoofdstukken zijn aan de evolutietheorie en het evolutionisme gewijd. Prof. J. Bruinsma maakt in een helder betoog duidelijk waarom de evolutietheorie niet wetenschappelijk is. Daarbij gaat hij krasse uitspraken niet uit de weg. Op alle belangrijke punten blijven de evolutionisten in gebreke met bewijsmateriaal te komen. Hij toont aan dat het spontaan ontstaan van leven door het samengaan van toevalligheden tot de onmogelijkheden gerekend moet worden. Het verhaal laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Het speelt je in elk geval goede argumenten in handen tegenover mensen die zonder veel kennis van zaken overtuigd zijn van de juistheid van de evolutietheorie.
In een volgend hoofdstuk: Evolutie als religie laat prof. J.F.G.M. Wintermans zien hoe het evolutionair denken heel het leven doortrokken heeft. Hoewel ze daar zelf niet van willen weten, blijkt uit uitspraken van evolutionisten zelf dat de evolutietheorie geen vorm van wetenschap is, maar van geloot.. Een pessimistisch stemmend geloof, waarin de mens - een schitterend 'ongeluk' - geen liefdesrelatie met zijn God heeft, maar overgeleverd is aan toeval en wanhoop.

Scheepsbouwer
Het boek bevat meer interessante hoofdstukken. Dat van prof. G. Kuiper bijvoorbeeld, die zich voorstelt als scheepsbouwer. Tegenover de gangbare mening dat de techniek structureel slecht is, dat ze de aarde uitput en vervuilt, stelt hij. dat hij zijn werk als technisch onderzoeker juist ziet als aanzet naar de nieuwe aarde toe. Met een mooi voorbeeld licht hij zijn visie toe. Er volgen hoofdstukken over de betrouwbaarheid van het Oude Testament en die van de geschiedschrijving over Jezus; in Voor niets gaat de zon op noemt prof. G. van Dijk mogelijkheden voor een economie volgens bijbelse richtlijnen. De socioloog dr J.W. Bakker behandelt de vraag of alle godsdiensten gelijk zijn in relatie tot het cultuurrelativisme; Ir MA Ramani beschrijft in het hoofdstuk dat erop volgt over zijn gang van de islam naar het christendom. Dr R. Woudenberg geeft een antwoord op de vraag hoe dat nu kan: een God die liefde is en almachtig, terwijl er toch zo veel kwaad in de wereld is. De slothoofdstukken zijn geschreven door twee medici; het ene handelt over pijn en lijden, het andere gaat in op het unieke van de mens in vergelijking met alle andere schepselen.

Volwassen inhoud
Verleden week is de bundel gepresenteerd op de CLK-boekenbeurs in Barneveld. Christendom onwijs?! is de titel.
Het boek heeft een voor jongeren aantrekkelijk omslag en ook bij de verdere grafische verzorging is duidelijk rekening gehouden met een wat jonger publiek. Maar de inhoud is volwassen. Bij de keuze van de schrijvers heeft de redactie uiteraard gezocht naar deskundigen op hun vakgebied. Hoewel de stof pittig is, is het een goed leesbaar boek geworden. Want de auteurs is gevraagd: Probeer persoonlijk te zijn en houd steeds je doelgroep in de gaten: middelbare scholieren van 16, 17 jaar. De ene auteur lukt het beter de juiste toon te treffen dan de ander. Er zijn hoofdstukken bij, waarin mijns inziens lezers van die leeftijd overschat worden en een enkele auteur komt wat te 'prekerig' over, maar over het algemeen zijn de verschillende artikelen begrijpelijk en boeiend. En wat het boek extra aantrekkelijk maakt: Veel van de auteurs komen naar voren als fijne kinderen van God, die niet alleen maar verstandelijk bezig zijn, maar vanuit hun persoonlijke relatie met de Heer.

Dankbaar
Christendom onwijs?! is een gaaf boek geworden waar we erg dankbaar voor mogen zijn. Ik bedoel dat ook letterlijk, in die zin, dat we de Here er voor mogen danken. Geschreven dus voor de wat oudere leerlingen van de middelbare school, maar ik kan me voorstellen dat veel ouderen graag over hun schouders willen meelezen, want in dit boek wordt antwoord gegeven op vragen die bij federe meelevende gelovige leven. En problematiek niet meer in de crisis komt, is het toch prettig een weerwoord aangereikt te krijgen tegenover wat je dag in, dag uit te horen krijgt via de media, van collegafs, enzovoort.
Ik ben me ervan bewust dat het een vreselijk cliché is, maar ik eindig er toch mee: Dit boek kunt u alleen tot schade van uzelf en van uw kinderen ongelezen laten.

N.a.v. A.J. van Vliet (red.), Christendom onwijs?! Kampen, 1996. f 24,90. ook als je geloof door de aangesneden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief