En na de lofzang gezongen te hebben...

1996-04-05
  • Jaargang 40
  • nummer 7
Dit is het laatste van het laatste avondmaal op donderdagavond: een lied. Onbegrijpelijk, dat onze Heer dat kon. Je hebt zojuist tegen één van je vrienden moeten zeggen: Wat je wilt gaan doen, doe dat nu. Je weet, dat je voor de huiveringwekkende diepte van de Godverlatenheid staat, van het alleen door de nacht van Gods toorn moeten… en dan toch zingen?!

Eén keer staat er over Jezus in de Bijbel, dat Hij gezongen heeft. Dat was toen alle zekerheden wegvielen. Zijn vrienden, ze vluchten; Zijn moeder, Hij moet haar weggeven; Zijn vader, hoe Jezus ook roept straks: God zwijgt.
Voor ons is het onvoorstelbaar wat Jezus voelde in Zijn laatste nacht. Je probeert het te vergelijken met menselijk leed. Je leest over mensen, die de poort van het concentratiekamp door moesten gaan. Alles liet je achter, heel je bestaan; een slaaf werd je, een nummer. Maar Jezus zong, terwijl Zijn weg oneindig veel eenzamer was.
Want de HERE God, zo vertellen ds. Overduin en mr. Bakels en dr. Wurmbrand, want God ging mee door de poort van Auschwitz, maar waar was Hij, toen op Golgotha de hel Jezus omsloot?! Er is ontzettend veel en diepgaand leed in de mensenwereldje wordt soms volkomen afgebrokenmaar Jezus zong en ging (moest!) vervolgens... alleen verder. Naast óns echter staat God!
Misschien is uw verdriet nog te groot, jouw gevoel van niet begrepen worden, zodat je God niet ervaart, maar Hij is er wél, vol ontferming! Omdat deze Vader op Golgotha moest zwijgen, van verre moest staan.
O, ondoorgrondelijke diepte... van een Heiland, die zingend de nacht ingaat!

Zingen in de nacht
Einde van het laatste samenzijn van Jezus en Zijn vrienden. De lampen gaan uit. We moeten de duisternis in.
Maar de richting staat erbij. Onthouden!
Richting Olijfberg. Tussen het danken na het eten en het vertrek naar de Olijfberg, was er echter eerst iets anders: "En na de lofzang gezongen te hebben..." Was we verwacht hadden op weg naar het lijden, dit niet. Zingen als je de nacht in moet? Wat zingt Jezus samen met Zijn vrienden? Niets anders dan wat alle kinderen van Abraham zongen aan het eind van de Paasmaaltijd: De Psalmen 111-118.
Laten we even luisteren naar Jezus, als Hij Ps. 116 zingt. Zo hebben de Joden nog nooit gezongen en wij ook niet. Het wordt een totaal nieuw lied van een oneindige diepte.
1. Tot in het felst benauwen, de gruwelijkste druk,
blijf ik op U vertrouwen!
Al komt mij ongeluk van alle kant omringen,
dreigt haat mij nacht en dag,
Uw vreugde blijf ik zingen, zo lang ik leven mag.
2. Heeft ieder mij bedrogen, verschuilt zich zelfs verraad
in klare vriendenogen,
ik weet: Gij HEER verlaat mij niet!
Meer dan ik telde
zag mij Uw liefde aan;
Hoe kan ik ooit vergelden, wat Gij mij hebt gedaan!
(....)
5. Van die U toebehoren, ben ik de minste, HEER;
toch wilde Uw hart mij horen;
Gij hebt mij in mijn eer hersteld en mij mijn boeien
ontnomen, stil en zacht.
Uw glimlach deed herbloeien wat
haast was omgebracht.
6. Daarom kom ik getreden, draag ik mijn offer aan
en straalt in mijn gebeden
de luister van Uw Naam. Uw voorhof ga ik binnen
en prijs met klaren stem
Uw wijde zegeningen. Uw glorie zal ik zingen
binnen Jeruzalem!

Blij vooruitzicht
Ongelofelijk, onbegrijpelijk, deze zingende Jezus! Zo gaat Hij, lofzingend(!) de nacht van het lijden in. En wij mensen luisteren verwonderd en begrijpen het niet.
Velen bespreken plaatsen in onze oude kathedralen om het mee te maken. Maar Bach bedoelde het niet als kijkspel, nee, als een huiveringwekkende prediking!
Uit alle huizen in Jeruzalem klinken dezelfde psalmen. Maar de engelen krimpen ineen, omdat helaas zovele zangers en zangeressen niet met hun hart er bij zijn. Ineens die ene Stem: "God heb ik lief, want die getrouwe HEER hoort mijne stem..." zo staat Jezus voor Gods troon. In Hem zingt een wereld verloren in schuld. Hij draagt het zingen van al Gods kinderen: "Toen hoorde God; Hij is mijn liefde waardig...!"
U/jij weet nu wat het betekent: "En na de lofzang gezongen te hebben..."
Psalmen in de nacht. Levensliederen.
Daarom klonken ze vanuit de dodencel van het Oranjehotel in Scheveningen. Daarom klinken ze van een sterfbed: "Maar blij vooruitzicht..." o ja, die Olijfberg?! Wel, je mag voorbij de hof van Gethsemane gaan naar de top. Die is geworden de poort van de hemel. Daar leer je zingen de toekomst tegemoet.
Vraag aan de HERE God om de leiding van Zijn Geest en Woord. En je ziet het: Geen tranen en rouw meer, geen moeite en onderdrukking meer, geen zee, geen storm; speren worden spaden, woestijnen worden een rozentuin; in de wereldweide wolven en lammeren. Ja, Ik zal toch, zei Ik, de wijn nieuw met jullie drinken in het koninkrijk van Mijn Vader?!

Eindeloos zal het duren, dit wonder van Uw pure verkwikking licht en wijd.
Gij zijt mijn God, mijn zingen moge uw troon omringen, Amen - in eeuwigheid!
(Ps. 118)

P.S. De psalmen zijn uit de berijming door Gabriël Smit

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief