Tineke Roosjen

1996-04-05
  • Jaargang 40
  • nummer 7
In dit blad is in het algemeen slechts ruimte voor een herdenkingswoord bij het overlijden van predikanten. Dat kan moeilijk anders. De redactie vond voor dit keer een uitzondering gepast.

Op 14 maart is plotseling overleden Tineke Roosjen, ouderling van de Tehuisgemeente in Groningen. Zij werd 69 jaar. Het zal niet vaak gebeuren dat het sterven van een ambtsdrager voor de gemeente zo'n grote schok teweegbrengt.
Zij werd in 1975 als eerste vrouwelijke ambtsdrager in de Nederlands Gereformeerde Kerken in Groningen tot ouderling bevestigd. Enkele maanden geleden begon zij aan haar vierde ambtsperiode. Dat niemand hierin een verkapt pleidooi hore voor de vrouw in het ambt, maar zij is de gemeente in Groningen tot grote zegen geweest en groot ook was haar invloed op het karakter van de gemeente. Het is niet zo gemakkelijk, precies te zeggen waar die invloed vandaan kwam, want zij heeft die op geen enkele wijze gezocht.
Zij was een ontwikkelde vrouw. Studeerde rechten in Groningen en was als juriste tot aan haar pensioengerechtigde leeftijd verbonden aan de Provinciale Griffie in Groningen.
In landelijk verband heeft zij in de kerken bij mij weten geen andere functie bekleed dan het lidmaatschap van de commissie die zich bezighield met de selectie uit het Liedboek der Kerken.
Christus en Zijn gemeente, dat was haar leven. Zeer groot was de kring van mensen die zij in de afgelopen jaren heeft bijgestaan en op alle mogelijke manieren geholpen.
Zij was daarin voorbeeldig trouw, geduldig en verrassend mild voor wie fout ging. Naar woorden zoekend, geloof ik dat haar betekenis vooral voortkwam uit haar echtheid. Elke vorm van show was haar vreemd. Dat was haar charme. Zij bleef zichzelf tot aan haar Groningse tongval toe die uit haar mond zo aardig klonk.
Voor veel predikanten in het land is zij een bekende geworden door het verzorgen van de preekvoorziening. Een 'vak' dat zij tot in de puntjes beheerste en dat voor de Tehuisgemeente geheel eigensoortige moeiten meebracht.
Ze stond op een merkwaardige wijze boven de 'kwesties'. Die werden voor haar pas gewichtig als er mensen bij betrokken waren waarmee zij in aanraking kwam. Het zou haar zelf waarschijnlijk verrast hebben maar ik denk dat het in de komende tijd anders zal worden op de plaatsen waar zij leefde.
Zelfs het trappenhuis naar haar flat zal er binnenkort anders uitzien.
Het zal altijd tot zegen zijn om aan haar terug te denken.
Na een dankbare dienst, die door ds. Gerkema werd geleid, werd zij begraven naast haar ouders, waarmee zij zich altijd sterk verbonden is blijven voelen. Daarom eindigden wij de dienst met Gez. 397: "O God, die droeg ons voorgeslacht..." Het lied was nog door Tineke zelf gekozen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief