Over televisie toen en nu
1996-04-05
Soms heb ik zin om wat in oude jaargangen van het Calvinistisch Jongelingsblad te bladeren. Ik kom dan heel wat artikelen van mezelf tegen en vraag me wel eens af of ik vandaag over een aantal zaken heel anders zou schrijven dan toen. We zeggen immers wel eens: de tijden veranderen en wij met hen. En al bladerend en lezend beantwoord ik die aan mezelf gestelde vraag soms met 'ja' en vaker met 'nee'. Het valt overigens niet te ontkennen, dat tegen een aantal zaken vandaag heel anders wordt aangekeken dan vroeger. Er werd toen gewaarschuwd tegen dingen, waarover men zich vandaag niet meer druk maakt.- Jaargang 40
- nummer 7
Op 9 februari 1962 maakte ik wat opmerkingen over de televisie en ik schreef toen o.a.: " Wordt onder ons, wanneer de televisie ter sprake komt, niet al te vaak uitsluitend op allerlei gevaren gewezen? Dat die gevaren er zijn, kan niet worden ontkend. Maar zuIlen we ook eens verwonderd zijn over Gods almacht, waardoor Hij zijn schepping zo ontzettend rijk heeft gemaakt? 'k Ben wel eens bang, dat velen in onze kring de televisie willen isoleren van allerlei andere ontspanningsmogelijkheden, waarvan wel gemakkelijk gebruik wordt gemaakt. Het gaat erom of we de goede keuze weten te doen."
Het was al gauw duidelijk, dat niet iedereen het met me eens was en ik kreeg van enkele jongens er aardig van langs. Eén verwees me naar een artikel van een toen bekende predikant, die tot de conclusie kwam, dat "de televisie verderfelijker en gevaarlijker is dan de radio".
Een stel jongens uit Amsterdam was het aardig met me eens. Ze wezen o.a. op de goede programma's, zoals documentaires, forums, enz. en voegden eraan toe: "Genoemde programma's vallen buiten de morele overweging, aangezien ze niet moreel getoetst kunnen worden."
Ook de schooltelevisie kwam ter sprake. Er was er één, die vond, dat de schooltelevisie niets was voor gereformeerde scholen, waarop een ander reageerde met de opmerking, dat die mening wel zou voortkomen uit een al te gereformeerde 'inborst'.
En aan het slot van de discussie kon ik meedelen een brief te hebben ontvangen van een jongen uit het noorden, die mij "halfzacht en zoutloos gebazel" verweet, waardoor ik onze jeugd dreigde te verwarren en mede te slepen in een mist van onjuist onderscheiden".
En hij vond mij in verband hiermee beslist niet goed vrijgemaakt! Ja, zo zei en schreef men dat toen.
We moeten in deze wereld leven, maar niet van die wereld worden. Dat bereiken we niet door vooral vaak 'nee' te roepen. Ik ben wel eens bang, dat velen eigenlijk niet in de wereld durven te zijn. Dan wordt men wereldvreemd en dat kan nare gevolgen hebben.