Rijk naar God toe

1996-04-19
  • Jaargang 40
  • nummer 8
Een dwaas is in de bijbel niet iemand met weinig hersenen en een laag l.Q. De knapste koppen kunnen dwaas zijn. Want dwaas zijn is: geen rekening houden met God, Hem en zijn woord over het hooJd zien. Het is doen alsofJe het wel zonder Hem kunt stellen. Het is denken datje leven afhangt van wat jij allemaal bij elkaar weet te graaien. .

Er is eens een t.v. -spel geweest waarbij je een prijs kon winnen, die hierin bestond datje met een winkelwagentje een paar minuten gratis mocht winkelen in een supermarkt. Je moest dan in die paar minuten zoveel rrwgeljjk in de wacht zien te slepen. Op een holletje zagje de winnaars langs de schappen rennen, links en rechts om zich heen graaiend om het wagentje te vullen.
Precies zo holt de westerse mens langs de schappen van het bestaan. Ongeremd en ongegeneerd graait hij alles wat binnen zijn bereik komt. naar zich toe. Sne~ sneU Want je mag niets mtslopen.
En na ons de zondvloed.
Dwaas. zegt Jezus. Volgestouwde schuren garanderenje leven niet (Luc. 12:16vv). Het leven is méér dan eoedsel méér dan welvaart. méér dan een vette bankrekening, dan economtsche groei en werkgelegenheid.

Hoe reageren wij als de groei stagneert. als we een paar stappen terug moeten doen en niet meer de aIlemieuwste apparatuur kunnen kopen? Hebben we dan het gevoel dat het leven ons tussen de vingers door gaat glippen? Steekt dan iets van paniek de kop op? Als dat het geval is. heeft het virus van de hebzucht bij ons toegeslagen. Dan wordt het tiJdjezelf te vaccineren met het evangelie.
Want dat biedt bescherming tegen dat virus.
Leven is méér dan ooedsel méér dan luxe. méér dan een goed gevulde portemonnaie. Ook aI heb je nog zoveel bezittingen, aI verdien je geld als water en liggenje kluizen vol waardepapieren, dan nog heb je daarmee het leven niet inje greep.
De rijke dwaas verkeerde in de illusie dat dat wel zo was. Je hebt veel goederen, zei hij tot zichzelf, opgetast voor vele jaren. Neem het ervan. Eet drink en wees vroljjk. Hij dacht dat zijn kostje was gekocht. Maar toen sloeg de dood toe, diezelfde nacht nog. Toen ondervond die man dat al zijn rijkdom de dood niet aan de ketting had gelegd en dat hijzelf niet beschikken kon over zijn leven.

Pas als de doUartekens uit onze ogen verdwenen zijn, als we niet langer bezeten zijn van de drang om links en rechts om ons heen te graaien om ons winkelwagentje uitptálend vol te krijgen, als we er niet meer van uitgaan dat ons bezit ons leven is. dan pas hebben we geleerd rijk te zijn in God.
Eigenljjk zegt Jezus niet rijk te zijn in God, maar: rijk te zijn naar God toe. We hoeven ons geld en ons goed niet af te zweren. Maar het mag geen zelfstandige grootheid naast of tegenover God zijn. Want dan raken we in de greep ervan. Dan verliezen we God en met Hem ook ons leven.
We moeten geld en goed dienstbaar maken aan Hem. rijk zijn naar Hem toe. Alleen dan verliezen geld en goed hun betoverende macht over ons.
Alleen dan leren we ermee om te gaan zoals God het van ons verwacht. zonder hebzucht, wél doend (vgl. 1 Tim. 6:17.18).

M.R. van den Berg, Groningen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief