Jeugdleidersconferentie 1996

1996-04-19
  • Jaargang 40
  • nummer 8
Zaterdag 23 maart j.l. werd in Breukelen een jeugdleiderconferentie gehouden. Ongeveer dertig jeugdleiders kwamen bijeen om van gedachten te wisselen over het clubwerk 12-15 jaar. Via de Stichting Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk bleek dat er behoefte bestond aan toerusting voor jeugdwerk binnen onze kerken. Deze wetenschap heeft een aantal mensen uit Breukelen er toe aangezet deze dag te organiseren. Een geslaagd initiatief dat een vervolg zal krijgen.

Wat drijft ons?
In de morgen werd een referaat door Freek Boekeloo gehouden, leraar Godsdienst aan een VBO-instelling.
Zijn lezing had als titel 'Wat drijft ons?'.
Een bezinning over hetgeen wij doen en hoe onze doelstellingen moeten zijn om de jeugd te bereiken. Boekeloo kwam daarbij tot doelen, waarbij hij zich baseerde op ervaringen van kerkverlaters.
Wanneer we vragen aan een kerkverlater waarom hij de kerk verlaten heeft krijgen we te horen "het gaat nergens over, het zegt me niets, wat moet ik ermee enz.". Het is dus zaak, ook in het jeugdwerk, ervoor te zorgen dat het wel ergens over gaat, dat mensen er iets meekunnen, dat het aanspreekt.

In de eerste plaats is het noodzakelijk dat jongeren leren zien dat het geloof relevant is. Laten zien dat de bijbel een spiegel is; dat de bijbel ons meer over onszelf leert. Het heeft geen zin dit als jeugdwerker te vertellen aan jongeren van 12-15 jaar; het gaat erom dat ze zelf leren zien dat de bijbel ons belangrijke informatie verschaft, dat de bijbel over henzelf gaat. Kennis waar je niet omheen kunt, een boek om rekening mee te houden.

Daarnaast is het noodzakelijk dat jongeren gaan beseffen dat er een 'andere' werkelijkheid is, een werkelijkheid die wij niet kunnen zien. Dat het waar is dat er dingen bestaan die wij wel kunnen leren zien, maar niet echt kunnen bevatten. Als voorbeeld hiervan werd het bestaan van de paranormale wereld genoemd. Geloven is zien wat voor anderen verborgen blijft, dit zien is slechts mogelijk door 'toewending'.
Door je open te stellen, door je tot God te richten.

Een derde uitgangspunt is het overdragen van het besef dat christen-zijn iets is dat je samen beleeft. Dat dit ook noodzakelijk is. We leven in een tijd waarin de samenleving steeds verder fragmenteert; christenen gaan tot een zeer kleine subcultuur behoren. Daarin is het samen beleven, het vriendschappelijke, een belangrijke voorwaarde om stand te kunnen houden. Leer jongeren dat het leuk is samen te geloven, dat iedereen waardevol is, dat je er zijn mag.

Deze drie uitgangspunten dienen overgedragen te worden. Ze vormen de basis van waaruit mensen kunnen groeien in het geloof. Het heeft geen zin om jongeren te leren "de Here Jezus in hun hart te voelen", als aan deze drie voorwaarden niet is voldaan.
Hierin moeten we niet teveel tegelijk willen. Je kunt niet in een keer van "niets tot alles" komen, stel je doel niet te hoog. God zal het uiteindelijk moeten doen.
Wanneer je dit nastreeft, is het van belang de bijbel goed te gebruiken.
Niet als een boek met losse verhalen, niet als een boek waarin voor ieder probleem een oplossing staat, maar als boek waarin een hoofdlijn - schepping, zondeval, kruis, verlossing, nieuw leven - is gegeven, die alles bepalend is.
Een veel gemaakte fout is het gefragmenteerde gebruik van de bijbel. Hier een tekst, daar een stukje, een eigen mening erbij, de tekst grondig uiteenrafelen en je hebt weer een bijbelstudie.
Veelal over onderwerpen die weinig van doen hebben met de belevingswereld van jongeren. Hierdoor kan een verkeerd beeld van de bijbel ontstaan, waar mensen op af kunnen knappen.
Praat met jongeren over wat ze beweegt, waar ze mee zitten, wat hen bezighoudt en zoek dan met elkaar naar wat de bijbel ons daar over zegt.
Zo leren jongeren de relevantie van de bijbel

De praktische kant
In het middagprogramma werd door Helma de Haan de praktische kant van het jeugdwerk belicht. We hebben te maken met een groep jongeren die zich in de puberteit bevindt. Belangrijk is dat we deze jongeren met vertrouwen en positief tegemoet treden. Wanneer we onze houding laten bepalen door de idee dat pubers lastig en moeilijk zijn, dan kunnen we ook verwachten dat de jongeren zich zo zullen gaan gedragen. Je eigen idee over pubers wordt dan bevestigd, zonder dat je er iets mee opschiet. In zekere zin krijg je precies die reaktie die je in je eigen idee verwacht.

Een puber ontwikkelt zich van kind naar een volwassen persoon. Gevolg van dit proces is onder meer prikkel baarheid, vermoeidheid, slecht kunnen concentreren, duizeligheid, verminderde prestaties, wisselende stemmingen, onzekerheid en vrijheidsdrang. De behoefte aan zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid begint zichtbaar te worden. Taak van de jeugdleider in dit proces dient te verschuiven van leiden richting begeleiden en adviseren. Het is zaak met de gevoelens van de kinderen mee te gaan. Het gevoel van eigenwaarde dient versterktte worden.
Dit doe je door aandacht te geven, te luisteren, vrienden te worden, zonder populair te willen zijn. Belangrijk is dat je als leider echt bent, dat je doet wat bij je past. Zeg nooit tegen een kind (geldt overigens niet alleen voor kinderen): Je bént niet aardig, niet leuk enz. Maar leg er de nadruk op dat het kind niet aardig doét. Anders wordt het kind bevestigd in de mening die het over zichzelf heeft en wordt de onzekerheid bevorderd.

Christenen hebben een specifieke eigenheid, een life style die ons onderscheidt van anderen. Binnen de jeugdclub dient de jeugdleider deze eigenheid te waarborgen, uit te dragen, de juiste voorwaarden (veiligheid binnen de groep) te scheppen waarin deze eigenheid tot z'n recht kan komen. Dit betekent ook dat je je solidair ten opzichte van de gemeente en de geloofsopvoeding van thuis dient op te stellen. Stel de kinderen open vragen (dus geen vragen die suggestief zijn, of die alleen met ja of nee beantwoord kunnen worden), geef de kinderen de ruimte. Volg dus niet slaafs methodes, maar speel in op wat de kinderen bezighoudt.

Pragmatische instelling
In de nabespreking van de inleidingen kwam de noodzaak van een pragmatische instelling naar voren. Ga uit van de situatie zoals die is en probeer, met de mogelijkheden die je zelf hebt, kleine stapjes vooruit te maken. Niet ieder kind of club is hetzelfde. Daarnaast is het wenselijk wanneer ouders meer betrokken zouden zijn met hun kinderen op de jeugdclub. Helpen bij het voorbereiden van een stukje uit de bijbel is er vaak niet bij. Taak van de jeugdleider is dit richting ouders te sti muleren. Soms denken ouders te makkelijk dat "het allemaal wel goed zit met hun kind en de jeugdclub", soms lijkt het wel of ouders absoluut geen besef hebben van de tijd waarin kinderen opgroeien. Het is wenselijk wanneer binnen de nederlands gereformeerde kerken meer aandacht aan het jeugdwerk gegeven wordt. De suggestie werd gedaan, in 'Opbouw' een rubriek in het leven te roepen, die zich speciaal richt op geloofsopvoeding en jeugdclubwerk. Een suggestie die uitstekend aansluit op de doelstelling van de persvereniging. De redaktie van Opbouwen het bestuur van de persvereniging kunnen binnenkort een brief verwachten waarin deze suggestie nader toegelicht wordt....

Samenvattend kunnen we zeggen dat de dag zeer geslaagd was, nuttig en voor herhaling vatbaar. Een dag die voor alle betrokkenen zeker bemoedigend is geweest. Volgend jaar zal er weer een jeugdleidersconferentie georganiseerd worden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief