Persschouw

1996-04-19
  • Jaargang 40
  • nummer 8
Het woordje koster is één van die woorden die je alleen maar in de kerk tegenkomt. Het woord is van latijnse oorsprong: custos betekent "wachter'.
De koster is kerkwachter. Alle huishoudelijke bezigheden die in de kerk en de bijgebouwen te doen zijn, vallen onder zijn supervisie en verantwoordelijkheid.
Alles, wat in de week en op zondag in de kerk te doen valt, heeft met de koster te maken. Hij (of zij) gaat over de infrastructuur op het kerkelijk erf.

In kleinere gemeenten zijn het vaak vrijwilligers die, alleen of in teamverband, zorg dragen voor de kosterstaken.
Grotere gemeenten, met uitgebreide zaalfaci/iteiten, hebben één of meer fulltime kosters in dienst, die eigenlijk meer beheerder zijn van een zalencomplex waar van alles te doen is.
In de Rooms-Katholieke kerk heeft de koster vanouds ook taken die meer tegen de liturgie aanliggen en geldt hij als hulp voor de priester. Daar kent ook de koster een ambtsgewaad.
In veel protestantse kerken daarentegen is de koster slechts herkenbaar doordat hij als allerlaatste zijn plaats inneemt, vaak op een strategische plek; hij moet alles kunnen overzien.

Veelomvattend
Met de uitbreiding van het aantal activiteiten binnen de kerkelijke gemeente, met name op doordeweekse dagen, is ook het takenpakket van de koster veelomvattender geworden.
Vergaderingen, catechisaties, vormingsavonden, gesprekskringen, zangkoren, clubs en wat al niet meer, het moet worden ondergebracht, van koffie voorzien. Tal van kleine klusjes en technische handelingen moet hij onder de knie hebben. Hij is manager van de schoonmaakploeg, van hulpkosters en tuinmannen. In geval van ziekte of ongeval tijdens de kerkelijke activiteiten moet hij ingrijpen en het hoofd koel houden. Bij inbraak of diefstal is hij aanspreekpunt. Achter zijn balie is hij het luisterend oor voor tal van gemeenteleden, maar ook van predikanten die hun verhaal kwijt moeten.

Samenwerking
Juist omdat met name de koster in aanraking komt met zo goed als alle kerkelijke evenementen, is een goede samenwerking met hem van groot belang. Dat geldt ook voor wat er in de kerkdiensten speelt: kaarsen, kleden en bloemen, hij moet er op z'n minst mee werken, en het liefst ook: affiniteit mee hebben. Dat een en ander met hem goed overlegd en doorgesproken wordt spreekt helaas niet altijd voor zich. Menig koster wordt voor nogal wat voldongen feiten gesteld.

Geduld
Als er dan ook iets is wat een koster nodig heeft is het wel geduld met zijn gemeente.
Zodra een half uur voor de dienst de kerk opengaat voor het kerkvolk, is het gebouw niet langer van hem.
Vaak is hij er alle dagen bezig, heeft hij de avond tevoren alles nog gereed gemaakt. En dan komt het spiedend oog van het kerkvolk precies in de hoekjes die hij over het hoofd heeft gezien. Het kleed hangt scheef. De lessenaar staat te laag. Het is te warm. Of te koud. Ergens hangt spinrag.
En onder een bank ligt pepermuntpapier; en de mensen die het zelf op de grond hebben laten vallen, verwijten de week daarop de koster dat hij het niet opgeruimd heeft ...

Over het hoofd
Terecht mogen gemeenteleden er vanuit gaan dat de kerk ook hun gebouw is. Maar daarbij kunnen en mogen ze niet om de koster heen. Te vaak komt het voor dat vergaderingen belegd worden zonder de koster te vragen of er wel ruimte is. Nog los van het feit dat zijn aanwezigheid dan ook noodzakelijk is. De goede man maakt dan wel een plekje en neemt z'n plaatsje in. Maar zo vanzelfsprekend is dat dus niet.
Meer begrip voor z'n merkwaardige positie zou de koster welkom zijn. Hij vervult immers letterlijk een sleutelfunctie in de gemeente. Een goede koster is goud waard.

Dit artikel schreef drs. E.H. van der Weide, predikant te Nijverdal, in het 'Gereformeerd Kerkblad' (voor Drenthe, Flevoland en Overijssel). Het is een interessant stuk, dat de kostersfunctie van verschillende zijden belicht. Wij hebben er niets aan toe te voegen, maar adviseren: Neem en lees!

Enschede, O. Mooiweer

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief