'Bluffers'
1996-04-19
Het gezin van mijn grootouders telde tien kinderen.- Jaargang 40
- nummer 8
Mijn tante en mijn moeder behoorden tot de vijf jongsten. Om de belevenissen van die vijf, op de zolder van hun ouderlijk huis, hebben wij ons vroeger tranen gelachen als mijn moeder ervan vertelde.
Van alle spelletjes die ze daar doen, is 'bluffers' van Henk het mooiste. Henk klimt dan in de hanebalken en haalt daar de meest gevaarlijke capriolen uit. Zijn zusjes en broertjes slaan zijn verrichtingen gespannen gade.
Sjoertje is vaak jaloers op de onverdeelde aandacht die Henk krijgt. Op een middag neemt ze het besluit Henk af te troeven door ook in de balken te klimmen. Henk heeft haar al behoorlijk uitgedaagd, en Minne, die in de gaten heeft dat het spannend gaat worden, doet er nog een schepje bovenop.
Anneke en Anko durven haast niet te kijken.
'Niet doen, Sjoertje, , smeekt Anneke bang. 'Henk, hou op, Sjoertje, kom nou terug!' Maar Sjoertje wil en zal Henk laten zien dat ze durft en met inspanning van al haar krachten klimt ze omhoog. Triomfantelijk zit ze evenlater een paar meter van Henk verwijderd op de balk. Glorieus zit ze daar en kijkt trots neer op haar publiek. Anneke roept bibberend: 'Sjoe, kom nou naar beneden, ik vind het zo eng!' Maar Sjoertje wil ook een 'bluffer' doen, net als Henk.
'Vooruit, Sjoe, laat zien wat je kunt,' gilt Minne van beneden. Sjoertje probeert haar armen omhoog te strekken en dan te zwaaien, maar o! wat wordt ze opeens bang om te vallen. Plotseling is de balk levensgevaarlijk geworden en vertwijfeld grijpt ze zich er aan vast. Ze blijft doodstil zitten, want ze wil niet dat Henk merkt hoe bang ze is. Maar Henk heeft het best door. Kalmpjes klimt hij naar beneden.
'Ik geloof dat moeder ons roept voor het eten,' zegt hij schijnheilig en loopt naar de zoldertrap. Nu wordt het Sjoertje te veel. 'Henk, help me naar beneden!' schreeuwt ze in paniek.
'Niks hoor,' zegt Henk wreed, Jij wou toch ook een bluffer doen, nou, zie maar dat je beneden komt.' Toe nou, Henk!' vleit Sjoertje, 'ik durf er niet alleen af, help me nou!' Maar Henk is vastbesloten. Ze wilde hem de baas zijn, nu redt ze zich maar. Anneke kijkt ontzet naar Sjoertje. Vreselijk, om daar te zitten. Wat is Henk gemeen. 'Henk!' begint ze.
'Hou jij je maar stil, want jij durft helemaal niks!' zegt hij. 'En je gaat moeder niet halen hoor!' waarschuwt hij, als hij tranen in Annekes ogen ziet komen. Ze hebben even niet op Sjoertje gelet. Plotseling horen ze van boven af haar stem. Ze zingt: 'Als g'in nood gezeten geen uitkomst ziet, wil dan nooit vergeten: God verlaat u niet! .... Henk! help me nou!' 'Niks hoor, red je zelf maar!' 'Vrees toch geen nood! 's Heren trouw is groot, en op 't nacht'lijk duister volgt het morgenrood ....
Henk! toe nou!' Maar Henk loopt tergend langzaam de trap af.
'Schoon stormen woeden, ducht toch geen kwaad; God zal u behoeden, uw toeverlaat!' Sjoertje zingt het hele gezang uit. En dat geeft haar kennelijk zoveel moed, dat ze op eigen kracht naar beneden klimt. Anneke en Anko zuchten van verlichting en Sjoertje kijkt minachtend naar Henk. Met haar neus in de lucht daalt ze de zoldertrap af. Met dat stelletje lafaards wl7ze even niets te maken hebben.
Ytje Veejkind-Eenkhoom, Amersfoort