Vrede voor Jeruzalem en Bethlehem

1996-05-17
  • Jaargang 40
  • nummer 10
Van 16-23 april was ik in Israël en van 23-26 april op de West Bank. In beide gebieden ziet met hoe mensen onder druk staan; verhalen over beschietingen en bomaanvallen houden uiteraard de gemoederen bezig, maar ook de dagelijkse strijd om goed te overleven. Een impressie van wat dingen die ik er gezien heb, die relevant zijn bij de komende verkiezingen in Israël.

"Jeruzalem dat ik bemin, wij treden uwe poorten in"
Tussen twaalf en twee uur in de nacht van donderdag op vrijdag 26 april vertrekken minstens drie vliegtuigen van Ben Goerion Airport in Tel Aviv naar Amsterdam! Of er daarvoor of daarna die nacht nog meer gaan weet ik niet.
In elk geval is er reden om te veronderstellen dat er in deze week na de Oosterse Pasen heel wat toeristen, wat zeg ik, pelgrims, in het Heilige Land en in Jeruzalem zijn geweest.
Dat bleek al eerder. Op maandagmorgen 22 april bijvoorbeeld. Op maandagochtend is er vanouds 'bar mitsvaviering' bij de Klaagmuur; omgeven en aangevuurd door hun enthousiaste ouders, rabbijnen en leden van de familie of de yeshiva lezen jongens van 12-13 jaar voor 't eerst publiek een Schriftgedeelte voor. Oma's, moeders, zusters, tantes en andere verwanten hangen er over het hek dat het mannengedeelte afscheidt van de plek waar de vrouwen mogen komen. Als de 'leesdienst' met goed gevolg is afgerond, klinkt soms het typische geluid dat ik in de laatste jaren goed heb leren kennen, als Arabische vrouwen een feestje hebben. Tegelijk met dit onnavolgbare 'ululating' (ik ken er geen Nederlands woord voor, maar de Engelsen hebben wel een woord dat het aangeeft) vliegen de zuurtjes door de lucht. Allerlei jongetjes duiken naar de grond om ze op te rapen. De omheinde ruimte is vol toeristen. Er op mijn gemak rondlopend (ik ben 20 jaar niet in Het Land geweest en het is altijd zeer de moeite waard) merk ik hoe op dit unieke stukje Joodse grond er vandaag feitelijk maar twee talen gesproken worden: Ivriet en Nederlands!
Zijn Amerikanen bij dreiging van zelfmoordactie en beschietingen massaal weggebleven, onze landslieden hebben geen afboeking gedaan. We hebben er immers al voor betaald en dan gaan we; we zien wel hoe het verder gaat...
Zo kom ik in het christelijk eethuisje naast de Anglicaanse Kerk bij de Jaffapoort ds.Willern Smouter tegen, die samen met collega Paul Kurpershoek een groep Nederlands Gereformeerden en Vrijgemaakten bijeen heeft gebracht om in het Heilige Land alvast een stuk 'kleine oecumene' te vieren. Op de Tempelberg sluiten we ons aan bij een groep mensen uit meer bevindelijke kring; aan de kleding van de dames schatten we in dat we met Gereformeerde Bonders te maken hebben; dat klopt en we gaan (tijdelijk) samen op weg, tevreden over een juiste inschatting van het kerkelijk erf. Bij de Angicaanse kerk ontmoeten we een paar Nederlandse dames die een 'tweevrouwsactie' ondernemen om door Arabieren gevangengenomen Israëlische militairen vrij te krijgen.
Mensen zoals Ron Arad, als die nog leeft. Zij hebben weer een heel eigen reden om hier te zijn.

Elders in de Stad blijken ook vele andere nationaliteiten aanwezig. Als mijn collega Pim van der Hoff en ik het Cenakel (de traditionele Bovenzaal van Handelingen 1) betreden en daar opnamen willen maken - we zijn hier voor een radioserie over het boek Handelingen van de EO, voor het zomerseizoen - moeten we voortdurend, tot dol wordens toe, ons werk onderbreken. Dan begint een groep Polen hardop het Credo op te zeggen, dan weer zijn het Fransen, Italianen en Spanjaarden die op luide toon relevante Schriftpassages lezen of luidkeels gaan zingen. Of ze bidden, in wel tien verschillende talen. Eigenlijk vind ik het wel heel mooi, al komt 't ons bij ons werk slecht van pas. Nog nadrukkelijker wordt in de prachtige Kruisvaarderskerk van St.Anna uitbundig gezongen. Een onafgebroken stoet pelgrims komt dit gebouw binnen en breekt ter plekke uit in spontaan of ingestudeerd, maar vaak aangrijpend gezang. Weinig kerken ter wereld hebben zo'n voortreffelijke akoestiek als deze sobere 12e-eeuwse kerk. Zelfs gekras van dyslectische en onstemvaste kraaien krijgt hier iets van eeuwigheidsglans, zodat iedereen hier dan ook wil zingen! Vlaamse Roomskatholieken wachten met uitbreken in gezang tot een groep Calvinisten uit Amerika met 'All people that on earth do dweil' klaar is (op de Geneefse melodie, uiteraard). Dezen hadden keurig op hun beurt gewacht tot een groep Spanjaarden een Latijns lied op een Gregoriaanse melodie tot een goed einde hadden gebracht, terwijl een stel Fransen hun ademhaling al begint te reguleren, voor zo meteen, als zij mogen. Wie enige indruk wil krijgen hoe het met de onafgebroken lofzang rond Gods troon in de hemel (misschien) zal toegaan kan nergens beter het oor te luisteren leggen dan in die Kerk van St. Anna, pal naast het drukbezochte Bethesda.

Spanning
Verder is het zo dat Jeruzalem een gespannen sfeer ademt; op vele plaatsen zijn er verkeersversperringen waar politie of militairen auto's aanhouden.
Militairen en politiemensen zijn veel meer dan anders in het straatbeeld aanwezig. Berichten worden goed beluisterd. Komen er nieuwe aanslagen? Er wordt bericht dat een zelfmoordenaar zich opgeblazen heeft onderweg naar zijn 'doel'. Men reageert niet erg opgelucht, want hoe veel meer van zulke mensen zijn er al in hun midden? Politie op de weg moet mogelijke boosdoeners buiten het Israëlische territoir houden. Palestijnen die ik erover spreek halen de schouders erover op. "Terroristen komen er heus wel in", merkt een op.
"Degenen die gedupeerd worden zijn de gewone burgers die door dit alles geen werk in Israël mogen doen."
Inderdaad, bij de werkzaamheden in de mooie kerk St. Petrus in Gallicantu (Petrus bij het Hanengekraai) net buiten de stad Sion, ligt het werk aan vloer, muren en mozaïeken al maanden stil, merkt de statige Franse zuster van de Assumptionisten, met wie we een praatje maken, wat verdrietig op. Ze acht de restricties voor Palestijnse arbeiders om het Land in te komen een ramp zowel voor die bouwvakkers als voor henzelf.

Het 'zelfstandige' Bethlehem
Dat het uiterst gemakkelijk is om roadblocks te omzeilen merk ik zelf in de komende paar dagen. Ik verblijf een aantal dagen in Bethlehem, een stad die nu (beperkte) Palestijnse autonomie kent. Ik verblijf er op het Bethlehem Bible College, gelegen aan de oude hoofdweg van Jeruzalem naar Hebron. De weg ligt er niet goed bij; tijden lang wordt gewerkt aan verbetering van het wegdek van een van de twee rijbanen. Dat is lastig voor de aanzienlijke stroom auto's die er hoe dan ook toch langs moet.
Dat probleem zal binnenkort niet meer ervaren worden door de Joodse kolonisten uit de nederzettingen bij Hebron, want iets buiten de stad ligt een spiksplinternieuwe weg, waarover nog niet gereden wordt. Er moet eerst nog een klein stuk van het traject afgemaakt worden. De tunnelingang in de twee bergen die mijn blikveld inperken is goed te zien. "Dit is een van de bronnen van bitterheid", verneem ik later. "De grond voor deze weg is zonder deugdelijke onteigeningsprocedure de eigenaars afgenomen.
Er wordt wel verteld dat men er geld voor gekregen heeft maar wij weten dat dat niet zo is." De komende dagen kom ik, een Nederlander met forse dosis sympathie voor de staat Israël en het Joodse volk, onder de nodige druk te staan om alle informatie die ik hier krijg te verwerken. Het valt me toch niet mee om zaken waarvan ik al lang weet heb hier heel anders belicht te krijgen. De Palestijnen blijken intelligent en goed in hun talen. Ze zijn, belangrijker nog, mensen van vergelijkbare beweging en aandoening als wij.
Grote boosheid, opstandigheid, gelatenheid, ongeremdheid, ze zijn allemaal aanwezig. Maar dominant is hun besef dat het allemaal niet veel beter geworden is, nu er autonomie afgekondigd is. De velden van Efrata, waar vlakbij (naar ik me nooit gerealiseerd heb) David eens Goliat versloeg) weerkaatsen op geen enkele wijze de boodschap van 'vrede voor mensen van goeden wille'. Voor Jasser Arafat en zijn bewind heeft men geen goed woord over...

Mara is terug in Bethlehem
Verder is het gevoel van onzekerheid groot. Grensafsluiting is geen rem op terrorisme, stelt men. Toch is het een effectieve rem op werkzaamheden van de Palestijnen in Israël, een paar kilometer verderop. Van Bethlehem kan men de voorsteden van Jeruzalem zo zien liggen, maar er legaal in komen is er niet bij. Gevolg: meer dan 70% van de bevolking van Bethlehem, Beit Jala en Beit Sahour is werkloos. Ik word herinnerd aan de woorden van Naomi, als ze deze stad Bethlehem binnenkomt, ruim dertig eeuwen geleden.
"Noem me niet langer Naomi, noem me Mara." Mara, bitterheid, was haar lot en die bitterheid van weleer is er weer.
Economische stagnatie, sociale stilstand, gebrek aan wezenlijke toekomstperspectieven, ze eisen hun tol.
Ook in de beleving van mensen, vaak jonge mensen.

Wie de aloude Geboortekerk binnenkomt of uitgaat komt langs een hele serie spandoeken in diverse Westerse talen, waarin het lot van de Palestijnse bevolking beschreven wordt. "Ons land wordt afgepakt", lees ik in zes verschillende talen. De groepen toeristen die het lezen kunnen er niet veel aan doen. Ze worden in galop uit de kerk een toeristenbus in gedreven en mogen er pas bij een van de twee grote toeristenwinkels weer uit. De buschauffeurs, die soms aanzetten tot spoed vanwege de 'gevaarlijke situatie hier' drijven ze bijna als vee winkels binnen met een monopoliepositie. Na afloop vangen ze honderden dollars provisie van de grote zakenlieden. In de rest van de winkels wordt heel weinig verkocht en is het leven schraal.
De kapper die mijn baard wel heel erg kort afknipt heeft niet over klandizie te klagen. Datzelfde geldt voor fruitverkopers en taxichauffeurs; de andere beroepsgroepen hebben het echter moeilijk tot zeer moeilijk - wat uiteraard een voedingsbodem kan worden voor toeslaand defaitisme of anderzijds ongeremde en ongerichte radicaliteit.

Het is heel moeilijk om aan werk te komen, vertelt Robert me. Hij is restauranthouder in Bethlehem. Zijn zaak staat aan de Bethlehemse 'Kribbe Straat'. Door een drukfout in zijn menu verblijven we echter niet in 'Manger Street', maar in 'Manager Street'.
(Hoeveel verschil een letter kan maken!) Ook kunnen er 'sandwishes' worden besteld. Precies op zijn taal is hij niet, maar zijn voedsel is uitstekend.
Zijn er veel moeiten, toch is Robert, een grote goedlachse veertiger, niet zonder toekomstplannen. Niet alleen wil hij proberen zijn zaak voort te zetten, maar hij is ook hard bezig met de voortgang van het Evangelie in zijn regio. Hij is bewust overtuigd christen, lid van de club van Volle Evangelie Zakenlieden en hij loopt met plannen rond voor regionale televisie; immers, het Evangelie moet verder.
Hij vertelt echter hoeveel christenen de regio al hebben verlaten of doende zijn te vertrekken. "Vroeger was in Bethlehem en de twee dorpen in de omgeving 80% christen, van allerhande kerkelijke richting, trouwens. Nu is nog zo'n 35-40% christen.
Zoals overal in het Midden-Oosten, emigreren de mensen, als ze er de kans toe hebben. Vooral de christenen willen weg en gaan weg. Moslims kopen hun grond en hun huizen, vaak voor een prikje. Hoe meer christenen er uit de stad of streek weggaan, hoe moeilijker het voor achterblijvers is."
De redenen voor vertrek? Een mengeling van economische en van religieuze motieven.
Het valt christenen steeds moeilijker om zich in hun aloude omgeving te handhaven.
Een ontwikkeling die je overal in de regio verneemt. Ik heb het onlangs gehoord in Egypte, maar ook in Jordanië en vooral in Irak.

Christelijke Hoop!
Ook bij de Hope Secondary School worden twee dingen duidelijk: aan de ene kant zie ik hoe aktief christenen zijn, anderzijds hoe moeilijk het is om zich staande te houden, juist bij de zware economie waarvoor men Israël verantwoordelijk stelt.
De Hope School is een christelijke opleiding voor jongens in de tienerleeftijd; het ziet er allemaal heel schoon uit: lokalen, computerklas, slaapzalen, bibliotheek, wasserij en kippenfarm waar dagelijks vele duizenden eieren gelegd worden. De sfeer van duizenden opgesloten kippen geeft me geen goed gevoel. De milieuvisie van Nederlanders is er nog niet zo doorgedrongen.
Wel is duidelijk dat dit bedrijfje heel goed gerund wordt en dat het de school in staat stelt financieel beter te overleven. De leerlingen zien er monter uit; ze spreken goed Engels.
De directeur is een voortvarende man, die kennelijk ook een keer met Jasser Arafat gesproken heeft; ze staan samen op een foto in de hal. De combinatie van Palestijnse nationaliteit en christelijke gezindheid geeft me wat moeite, maar het zal wel aan mij liggen.
Het verhaal over de school dat ik hoor en het persoonlijk getuigenis dat er bij wordt verteld zijn volstrekt authentiek.

Datzelfde - die Palestijnse gerichtheid en die ontwijfelbare christelijke identiteit - tref ik ook bij diverse studenten van het Bethlehem Bible College. Dit zijn hun mensen hier; er is geen twijfel aan. Zij moeten hulp ontvangen en de wereld laat de Palestijnen feitelijk in de steek. Dat vindt nagenoeg iedereen die ik spreek. Ze werken aan de . opbouw van hun land en bidden ervoor. Het gaat om een nieuwe basis voor hun land en hun eigen cultuur.
Het gaat om nieuwe structuren waarbinnen vriiheid kan komen voor ieder, ook christenen. Labieb die ik ontmoet heeft de visie een serie Boekwinkels of Bijbelwinkels te starten: in Jeruzalem, Gaza, en op de West Bank. Hij hoopt en bidt dat dat hem gaat lukken, want het is belangrijk of het Evangelie vrijelijk beschikbaar zal zijn in zijn samenleving. Hij heeft goed contact met het Israëlische Bijbelgenootschap, meldt hij. Ze geven hem alle steun.
Dat is opmerkelijk, als je bedenkt dat de baas van het Israëlische Bijbelgenootschap eens bij Israëls veiligheidsdienst gewerkt heeft. "We hebben als gelovigen zoveel gemeen dat dat niet echt uitmaakf', zegt Labieb die zo goed is me 's avonds naar het Vliegveld Ben Goerion bij Tel Aviv te brengen.

Tegelijk zijn er mensen die werkelijk proberen om mensen voor verzoening bijeen te brengen.
Een van de stafleden, Salim, is leider van Musalaha, een kleine vredesbeweging van Christen-Palestijnen en Messiasbelijdende Joden. Ik zie hem te weinig om er echt over te kunnen spreken. Hij woontin Oost-Jeruzalem en heeft moeite om in Bethlehem te komen. Dus zit een gesprek er niet echt in. Toch treft hij me door zijn rust.
Mensen als hij merk ik meer op; ze gaan kalm hun gang, in een poging om werkelijke vrede in de regio te zien ontstaan. Verzoening is heel belangrijk.
Komt er door' mensen die Christus toebehoren een impuls om elkaar te bereiken, over nationale en etnische muren heen? Ook de oprichter van 'Open Doors', Anne van der Bijl, die net op dat moment in Bethlehem verblijft en met wie ik drie dagen lang optrek, is er mee bezig. We moeten bidden - en werken - voor de vrede van Jeruzalern.rnaar ook voor die van Bethlehem. Voor de vrede van 'huisgenoten des geloofs' en voor vrede voor allen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief