Niet door geweld maar door Geest (Zacharia) (4)
1996-05-17
‘Achter de soldaten van koning Alexander kwamen de kooplui aan. Handelaars, die allerlei dingen uit Griekenland invoerden waar wij nog nooit van gedroomd hadden. En met de kooplui kwamen ook de ambtenaren mee, de bestuurders van steden en provincies. Want de Griekse koning liet goed boelen wie er in het vervolg de baas was in de wereld: hij!- Jaargang 40
- nummer 10
Hij liet de volken niet vrij zoals de Perzen deden. Maar hij drong de volken de Griekse manier van denken en leven op. Overal in zijn grote koninkrijk ontstonden vergriekste steden. Aan verschillende steden gaf hij zelfs zijn eigen naam: Alexandrië - in Egypte, in Perzië en in het Verre Noorden en Oosten van zijn koninkrijk. In die Griekse steden liepen Griekse soldaten rond. Griekse ambtenaren deelden de lakens uit. Griekse handelaars brachten hun koopwaar aan de man.
Griekse onderwijzers gaven de kinderen les.
En zo leerden de mensen de vreemde taal begrijpen en gebruiken. En met de taal kwamen de verhalen mee. En met de verhalen deed ook het Griekse geloof z'n intrede. En het Griekse geloof is een heidens geloof. Een geloof in veel goden. Een geloof in vergoddelijkte mensen. Door en door een geloof in de mèns.
En langzaam maar zeker gingen steeds meer mensen Grieks denken en leven. Koning Alexander was allang dood: die regeerde maar kort.
Maar de Griekse geest was niet dood: die leefde verder. Eerst bij de Egyptische en later ook bij de Syrische koningen. En deze geest vergiftigde uiteindelijk ook ons eigen volk...'.
Jesua zweeg even alsof hij diep in gedachten was.
'Gaat u door, vader', riep Mattanja hem terug tot de werkelijkheid.
'Ach, jongen', zuchtte hij, 'onze voorouders hebben heel lang de vergrieksing van het leven kunnen tegenhouden.
Maar de laatste tijd is ook bij ons het hek van de dam. Toen ik zo oud was als jij ging het nog wel goed.
Toen hielpen de Syrische koningen ons zelfs om onze eredienst in stand te houden. Maar de laatste jaren is het steeds harder bergafwaarts gegaan.
Onze mensen willen meedoen. Dat staat modern, dat is in. Zelfs onder de priesters zijn er die meer luisteren naar wat de mensen goed en mooi vinden dan naar wat Jahweh in zijn wet zegt. Om het hogepriesterschap wordt gevochten, met geld en met wapens. En wie Jason is, hoef ik jou niet meer te vertellen.
Jij weet niet beter, mijn zoon. Maar Jeruzalem is Jeruzalem niet meer. Er wordt niet meer recht gesproken volgens de wetten van GOd, maar volgens de wetten van het heidense Griekenland. Onlangs nog hebben ze een gymnasium geopend in de heilige stad. Je weet toch wat dit betekent, nietwaar?' 'Ja, eh, dat is een soort sportschool.
Daar doen de jongens snelheids- en behendigheidsspelen. Helemaal naakt, net als in Griekenland zelf'.
'Ja, en dat is nog niet alles. Want ik hoorde laatst in de tempel dat er ook priesters zijn die aan deze spelen meedoen. Stel je voor: priesters die in de tempel hun schaamte moeten bedekken zoals in de wet staat, en die in het gymnasium naakt rondlopen alsof ze heidenen zijn. Er zijn zelfs jonge mannen die niet willen weten dat ze Joden zijn en die daarom hun besnijdenis hebben laten verhelpen'.
'Bedoelt u, vader, dat ze zich hebben laten opereren, zodat je niet meer kunt zien dat ze als baby besneden zijn?' vroeg Mattanja verbaasd.
'Dat bedoel ik', zei Jesua kalm. 'Ze schamen zich voor het verbond dat God met hen gesloten heeft. Ze willen alles doen voor de mensen, als die maar niet zien dat ze kinderen van God zijn. Begrijp je nu dat ik zei: de tijd is wel goed, maar de mensen gebruiken hem zo slecht?!' Mattanja knikte en zweeg. Zijn vader keek hem eens van opzij aan. Hij zag hoe diep de jongen onder de indruk was van wat hij had gehoord. Weer bad Jesua in stilte dat de Geest van Jahweh de jongen zou mogen vervuilen.
Dezelfde Geest die vroeger koning David had geleid.
In de verte zagen ze de stad die nog altijd 'de stad van David' werd genoemd. De stad, waar nog altijd de liederen van David werden gezongen in de tempel. Maar nu ook de stad, waarboven zich donkere wolken samenpakten - de boosheid van de Syrische koning en misschien wel de toorn van de levende God.