Rondom leven en sterven
1996-10-04
Prof. dr.. K. Runia, emeritus·hoogleraar praktische theologie te Kampen, heeft een interessant boekje geschreven over het sterven. Hij begint met een belichting van de veranderde visie op de dood. Vervolgens gaat hij nader in op de problemen rondom ziek- en sterftebed. Daarna geeft hij aandacht aan de vraag wat sterven eigenlijk is. In hoofdstuk IV schrijft hij over begraven en cremeren terwijl hij het boekje afsluit met een beschouwing van de hemel en het eeuwige leven. Het is een mooi geheel geworden, dat betrekking heeft op een onderwerp, dat steeds meer de mensen boeit.- Jaargang 40
- nummer 20
Runia is uitstekend op de hoogte van de recente literatuur over de dood en het leven na dit leven.
Hij citeert in dit kader verschillende andere auteurs en schuwt indringende actuele vragen niet. Het regelen en leiden van een begrafenis is een gevoelige wak. Wat het laatste betreft is het uitermate moeilijk zo niet onmogelijke te ver· plaatsen in wat de rouwenden meemaken. Je moet dat eigenlijk ook maar niet krampachtig pro' beren. Routine is hier helemaal uit de boze. Wel is een duidelijke ondertoon van bewogenheid vereist zonder dat men zich prijsgeeft aan de emoties.
Waar het Woord van onze goede God werkelijk opengaat wordt toereikende troost geboden al moet men by voorbaat verdisconteren, dat in de rouwdienst zelf veel aan de bedroefden voorbij' gaat.
Dr. Runia geeft Schriftuurlijke voorlichting. Hij lardeert een en ander met bepaalde gedichten waarin mensen met de dood worstelen of zich afzetten tegen hen, die over de ander in zijn ziek- zijn beslissen. Maar ook wordt de geloofsovergave in het zicht van de eeuwigheid bezongen. Terecht stelt de auteur, dat het gaat om het met Christus zijn". We moeten niet meer willen zeggen dat wat we uit de Schrift kunnen concluderen.
Wat de vraag betreft of wij elkaar straks zullen weerzien past ons uiterste bescheidenheid. Er zijn zij die menen, dat dat het geval zal zijn. Er zijn er ook, die niet willen spreken van een herkennen, maar van een erkennen van elkaar als kinderen van de ene Vader in Christus in de diepste zin van het woord. De schrijver van dit boekje citeert aan het slot Prof. dr. C. van Gelderen, destijds oudtestamenticus aan de V.U. Hij reageerde eens op een desbetreffende vraag met: "Afwachten."
Verder wil ik nog enkele min of meer kritische opmerkingen maken. Graag had ik nog wat meer bijbelteksten besproken gezien. En al onder· scheidt zich dit geschrift van dat van Ds. B. Telder waarvan de titel luidt: 'Sterven ... en dan?' en is de doelstelling van de Kamper theoloog breder dan die van de toenmalige Bredase predikant, toch betreur ik het, dat Runia nergens is ingegaan op het van de belijdenis afwijkend gevoelen van Telder en Vonk. Wat de legende betreft van de twee monniken uit de Middeleeuwen (p. 74), de één zou tegen de ander eventueel niet zeggen 'totaliter', maar 'taliter' (precies zo). De eeuwen door heeft de mens zich beziggehouden met de vragen betreffende leven en sterven. Het is goed met al onze gehechtheid aan dit aardse leven te leren onze eindigheid te beamen en ja te zeggen op de beloften van God, die ons leven stevig in zijn handen houdt. De eeuwige sabbatsrust is straks het deel van Gods geheiligd volk. Wij bevelen dit werk van Dr. K. Runia van harte aan. Het wijst ons een bijbels denkspoor.
Dr. K. Runia: 'Notities over sterven en dan... '
Uitgave van Kok te Kampen - 82 pag. -f 16,25.