In memoriam ds. Hendricus Johannes van der Kwast
1996-10-18
Op deze en de volgende bladzijde wordt aandacht besteed aan ds. H.J. van der Kwast, die op 4 oktober op de leeftijd van 76 jaar te Amstelveen is overleden. We doen dat door de beide toespraken (van ds. Van Oene en ds. De Jong), die voorafgaande aan de begrafenis zijn gehouden, te publiceren. In dankbaarheid gedenken wij zo ook de bijdragen die hij in de loop van de jaren aan ons blad Opbouw heeft geleverd.- Jaargang 40
- nummer 21
leder heeft hier vandaag zijn eigen gedachten. U als zijn vrouw allereerst, maar ook allen die met hem contact gehad hebben. Wat hebben jullie in je huwelijk en samenleven veel meegemaakt: vreugde en glorie, die ook jullie deel was, maar niet minder moeiten, gemis, eenzaamheid. Vreugde en pijn lossen elkaar af in dit leven. Dat weten we van anderen. Dat maken we ook zelf mee. Het leven is vol van verandering, maatschappelijk, maar ook kerkelijk. Toch moet er in een leven van Gods kinderen een constante lijn zijn. En die was er bij hem, ons aller broeder.
We mogen spreken van de vaste hoop die zijn leven kenmerkte, een hoop die zeker bleek te zijn ook op zijn ziekbed.
Vaste rots van mijn behoud! Straks zullen we uitgaan onder de klanken van ps. 43: "dan ga ik op tot Gods altaren". Wonderlijk hoezeer die psalm 42 en 43 altijd weer aanspreken: dat is het heimwee, het intense verlangen naar huis, Gods huis. Daarnaar verlangde Henk op zijn ziekbed. Hij wist, toen hij naar het ziekenhuis ging, ongeveer 8 weken geleden, dat het zijn einde zou kunnen zijn. Na vier jaar tegen de ziekte gevochten te hebben, was de weerstand gering geworden. "Wat duurt het lang, zo lang", verzuchtte hij soms. Van aantasting van die zekerheid hebben de zijnen niet gehoord. Dat maakt het ons mogelijk hem veilig in Gods handen te weten.
En zo kunnen we een terugblik werpen op zijn leven. Later dan zijn jaargenoten is hij predikant geworden. Hij kwam uit het bedrijfsleven. Hitr'as er trots op zakelijk inzicht te hebben. Studie. aan de Vrije Universiteit en het Kampen van Schilder, Veenhof, Holwerda, Deddens en Jager. Zijn huwelijk. Samen hebben jullie in diverse pastorieän de taak op je genomen.
Het zou te ver voeren heel zijn leven van stap tot stap na te gaan. Laat ik alleen een aantal woorden noemen: iedereen zal de gebeurtenissen er om heen kunnen aanvullen. De gemeente van KatwijkJValkenburg, Haarlemmermeer-Oostzijde, Amstelveen, Dronten en Heerde. Hij waagde als westerling, als Amsterdammer, de weg naar het Oosten. Niet altijd begreep hij de karakteraanleg en karakterstructuur van de Poldermens en de Veluwenaar. Na zijn emeritaat wilde hij terug naar het Westen, hoewel hij wekelijks de collegiale contacten met leeftijdgenoten miste. Het beleven van de vreugden en de zwaarte van het leven als dienaar van het Woord in een turbulent kerkelijk leven. Hij was lid van de generale synode van Rotterdam/Delfshaven: de eerste barsten kwamen openbaar. De breuk daarna: de open brief, die hij ondertekende, een kerk ging stuk. Vele mensen gingen ook kapot. Ze hebben geleden, zijn generatie, naar lichaam en geest. Zo enthousiast als jongere begonnen, met daarna zoveel pijn en moeite.Hij was preses van de Landelijke Vergadering van Breukelen, hij werkte in vele commissies, stond niet ongaarne vooraan, zette zich in, vertegenwoordigde onze kerken op de Doppersynode in Zuid-Afrika, was vele jaren lid van het C.O.G.G., mede-oprichter en alle jaren (17 al) redacteur van het provinciale kerkblad voor Flevoland, Gelderland en Overijssel. Hij was ridder in de orde van Oranje Nassau; ontving de orde met diepe vreugde en trots, schrijver van vele artikelen, samen met ds. V.d. Brink, onze jaargenoot, schreef hij het noodzakelijke boek: "Een kerk ging stuk". In al deze woorden is een levensgang en werkzaamheid getekend. Dat is dank waard aan God die zoveel mogelijkheden gaf.
Maar dat was toch niet het diepste, het wezenlijke van zijn leven. Ik heb lang zitten nadenken hoe ik het zou moeten formuleren. Niet dat het niet duidelijk was: dat is het altijd geweest. Hij was, mag ik het zo zeggen?, de man van de eenheid in de gemeente en de orde van het kerkverband.
Die beide vormden een eenheid in zijn denken en streven. Daarom was de breuk onverdraaglijk en schreef hij tot het einde toe over de verdeeldheid die niet bestaan mag. Daarom wilde hij ook de buiten het vrijgemaakte verband gekomen kerken in een richting hebben. En niet in een nerveuze gemeentelijke individualiteit laten verdwalen. Dat was zijn strijd. Het verbond betekende voor hem het uitgangspunt van prediking en denken.
Daarin ook de invloed van ds. S.G. de Graaf. Ik kan het niet beter bewijzen dan door een kort citaat te geven uit een meditatie van hem (in het provo kerkblad) uit 1987 over Gen. 12:4a: ''Toen ging Abram zoals de HERE tot hem gesproken had". "De kerk van onze dagen die Gods weg in zijn verbond met Abram heeft leren kennen, mag nooit vergeten dat het zo is begonnen: twee oude mensen, aan de avond van hun leven, gaan een nieuwe wereld binnen van genade en verlossing, van verkiezend welbehagen. Ze mochten er helemaal bij horen, Abram en Sarai. Ze hebben ook een taak, maar ze leefden van Gods genade alleen. Hoe wonderlijk is Gods weg in onze wereld. Welzalig die het geheimenis kennen."
Hij preekte vaak over het begin: Gods verbond met Abram. Steeds weer die volle nadruk, ook tegenover activistische gereformeerde mensen op dat leven uit genade alleen. "Ons geloof wordt niet bepaald door onze vroomheid of onze prestaties, maar leeft alleen van Gods genade. Hoe nederiger de mens in zijn vertrouwen, hoe groter het geloof. De eer is niet van mensen, maar van de genadige God." (23 jan. 1987) Wie zoveel over genade spreekt, moet die zelf kennen. Moet ook weten hoezeer die nodig is. Ook een dominee heeft zijn eigen zonden. Soms voor mensen verborgen, maar ze zijn er. Henk wist dat ook van zichzelf. Zijn zwakheden.
"Wie veel ervaring heeft in de omgang met mensen," schreef hij, "weet hoe gering onze kennis is. Elk mensenleven is uniek: dat maakt het zo boeiend. Wie dit verstaat, klimt niet in een ivoren toren van waaruit hij anderen onderwijst en de les leest." Dat tekende zijn mildheid in het schrijven. Het gevaar in het leven van mensen die leiding geven. We ontkomen er soms niet aan. Ook wij moeten leven van genade.
Vaste rots van mijn behoud. Dat zijn de woorden, die hij gezegd wilde hebben: "al bezwijkt mijn vlees en mijn hart, mijns harten rots en mijn erfdeel is God voor eeuwig." De woorden vallen niet los te maken uit het geheel van de psalm. Dit lied worstelt met Gods regering. De woorden over die strijd zijn ingeklemd tussen dat eerste: "waarlijk God is goed voor lsraäl" en de woorden die we citeerden. De strijd was fel en de vragen veel. De rust werd gevonden in die woorden: "Ik zal bestendig bij U zijn."
Dat is niet een dapper besluit van de dichter. Niet: ik heb uw hand gegrepen.
Maar: Gij hebt mijn hand gevat. Gij zult mij leiden. De Here doet dat, niet naar onze wensen, maar naar Zijn raad.
Die raad voleindigt zich daarin, dat Hij ons opneemt in zijn heerlijkheid. Die is onvergankelijk. Dat weegt op tegen alles. Ik zal dan bij U zijn. Wat een wonder van genade dat dienstknechten bij hun Heer aan tafel mogen zitten.
Dat heeft zijn vrouwen die bij hem waren, hem steeds weer horen zeggen: Ik ga naar mijn Heiland, mijn rots, mijn Verlosser. Zijn laatste preek (hij zei het ook nadien: dit is de laatste keer) hield hij in het Zonnehuis. Over Jes. 40: "Troost, troost, mijn volk". De korte aantekeningen die hij maakte, wijzen op het blijvende: vergeving, genade.
Waarlijk God is goed voor lsraál. Zo zien we hem na. Als prediker van het verbond en de genade die de trouwe God daarin schenkt. Twee maanden was hij in het ziekenhuis. God maakte hem klaar om los te worden van dit leven,. Hij verlangde heen te gaan. Die wens is vervuld. Die achterbleven, zijn vrouwen vele anderen, wist hij in Gods handen. Waarlijk God is goed voor lsraál. Dat weegt op tegen alles. Ik zal dan bij U zijn. Wat een wonder van genade dat dienstknechten bij hun Heer aan tafel mogen zitten. Dat heeft zijn vrouwen die bij hem waren, hem steeds weer horen zeggen: Ik ga naar mijn Heiland, mijn rots, mijn Verlosser. Zijn laatste preek (hij zei het ook nadien: dit is de laatste keer) hield hij in het Zonnehuis. Over Jes. 40: "Troost, troost, mijn volk". De korte aantekeningen die hij maakte, wijzen op het blijvende: vergeving, genade.
Waarlijk God is goed voor lsraál. Zo zien we hem na. Als prediker van het verbond en de genade die de trouwe God daarin schenkt.
Twee maanden was hij in het ziekenhuis. God maakte hem klaar om los te worden van dit leven,. Hij verlangde heen te gaan. Die wens is vervuld. Die achterbleven, zijn vrouwen vele anderen, wist hij in Gods handen. Waarlijk God is goed voor Israël.
| Ter gedachtenis aan dominee Henk van der Kwast Graag wil ik een enkel woord bij de begrafenis van mijn vriend en collega spreken. Henk van der Kwast heb ik lange jaren als naaste collega meegemaakt, toen hij in Amstelveen en ik in Amsterdam-Centrum stond. Ik bewaar een goede herinnering aan hem. Hij was zeer gesteld op sociale kontakten onderhield die ook behoorlijk. Met velen. Voor mij was hij vaderlijk. Ik was jonger dan hij en ik ervoer hem als zorgzaam en herderlijk. Wetend hoe eenzaam dominees kunnen zijn, mengde hij een dosis pastoraat in zijn collegialiteit. Gezellig om je heen dribbelend of met een spontaan telefoontje kon hij je troosten en bemoedigen in situaties waarin dat te pas kwam. Hij was ook een beetje ijdel, maar niet vervelend. Als je hem ermee plaagde, kon hij dat goed hebben en gaf hij blijk zichzelf, ook in zijn zwakke kanten, te kennen. Ook Sjaan genoot van zulke plagerijtjes. Onze band is nooit heftig geweest, maar is in de loop van de jaren toch gegroeid, ook toen we geen buren meer waren. Natuurlijk waren we het over veel dingen niet eens, maar hij benadrukte steeds dat dat aan de gevoelens van persoonlijke verbondenheid niets afdeed. We konden er goed over praten. Hen was ook kerkelijk, in die zin dat hij steeds op het geheel bedacht was. Het moest hem in de kerk niet al te clubjesachtig worden. Steeds stond hem daarbij het voorbeeld van de Meester voor ogen, die ons immers allen aan elkaar gegeven heeft. Dat heeft mij altijd sterk in hem aangesproken, inclusief de opwinding die hij daarbij wel ten toon kon spreiden. 'Jij bent uit het goede hout gesneden, vriend', dacht ik dan. Onnodig te zeggen bij zo'n instelling de kerkelijke verdeeldheid hem veel pijn gedaan heeft. Daar stond naast dat hij van kontakten over kerkmuren heen wist te genieten. Hij had het vermogen verschillen zowel serieus te nemen als te relativeren. Het laatste nam op het eerste de overhand, naarmate het op het einde aanging. Wij gedenken vandaag een dienaar van Christus die zijn Heiland zeer heeft liefgehad. En ook nu nog heeft, geloven wij. Henk de Jong, Zeist |